De inflatie van de televisieberoemdheid; Sterrenbederf

Het lijkt goed te gaan met Endemol. Deze week kon de televisieproducent opnieuw stijgende winst en omzet melden. Maar hoe lang gaat de stal van Joop van den Ende en John de Mol nog mee? Kijkers keren zich steeds meer af van de tv-persoonlijkheden die eindeloos op de buis worden gerecycled. 'Het is niet meer van tatatata, hier ben ik.'

Het showorkest zet in. Van een grote verlichte trap schrijdt Willem Ruis in een glitterpak zingend naar beneden. Om hem heen dansen dames in veren jurken. Beneden gekomen tapdanst de quizzmaster nog een partijtje mee met het ballet voordat de kandidaten hun opwachting mogen maken. Het publiek in de zaal houdt de adem in, de show is begonnen. Thuis kijkt half Nederland mee.

Het is Koffietijd, vijftien jaar later. Hans van Willigenburg doet een gesprekje met Bassie en Adriaan en in het armoedige decor van de Vijf Uurshow van Maya Eksteen mag Robert ten Brink komen vertellen over zijn nieuwe reeks All You Need Is Love-shows. Vanmiddag roert Catherine Keyl bij Koken met Sterren een studio verderop nog in een pannetje en wie dadelijk naar de opening van de braderie in het dorp gaat, ziet Rolf Wouters misschien nog live een lintje doorknippen.

Het sterrenbederf heeft ingezet. Onlangs constateerde Michel Frank, marketing manager bij advertentie-inkoper IP, exclusief werkend voor RTL4, dat er “bij een groot deel van het Nederlandse publiek een zekere sterrenvermoeidheid is ontstaan”. Het wordt te veel, de aantrekkingskracht neemt af, de kijkcijfers dalen. Rond televisiesterren hing nog niet zo lang geleden een magie van onbereikbaarheid. Ze leefden in een droomwereld van glitter en glamour, waarmee via de beeldbuis voor een kort, maar o zo opwindend moment contact kon worden gezocht. Ver af en toch dichtbij.

De televisiester anno 1997 holt van hot naar her. Loopt zich de benen uit het lijf om de vijftien miljoen, tussen tien tv-stations zappende Nederlanders op de hoogte te brengen van zijn of haar bestaan. Vaste 'rustpunten', voor eenieder te vinden, zijn de drie dagelijkse soaps: Goede Tijden Slechte Tijden, Goudkust en Onderweg naar Morgen. Maar daarvan zijn de karakters zo plat dat je op zijn minst een zangcarriëre ernaast moet hebben om door het publiek als ster geïdentificeerd te worden.

Zelfs 'gevestigde' sterren moeten meerennen. Zoals deze week: Koffietijd-presentator Van Willigenburg mag even bijbruinen tijdens een welverdiende vakantie. Als vervangers zijn personalities te zien als Robert ten Brink en Ron Brandsteder.

De oude supernova's doven uit en een nieuwe generatie echte sterren is er niet voor in de plaats gekomen. Jongere presentatoren als Gijs Staverman, Caroline Tensen, Wendy van Dijk: het zijn de anonieme inwisselbare persoonlijkheden van tegenwoordig die met velen de buis bevolken. Of zoals televisiester Jos Brink het uitdrukt: “Het zit hem in het consumptiegedrag van deze tijd. We hebben ook te veel varkens. Ja zo is het toch?”

Hummie van der Tonnekreek werkte voor societybladen Story en Privé, is nu hoofdredacteur van Weekend en geldt als 'sterrendeskundige' bij uitstek: “Er zit de klad in sterren. Dat is vijf jaar geleden begonnen, misschien wel daarvoor al. Tien jaar geleden was het niet zo moeilijk. Je kon tien vingers opsteken en zeggen: dit zijn de sterren. Toen had iedereen nog hetzelfde gezien.”

Van der Tonnekreek ondervindt de teloorgang van het Nederlandse sterrendom in haar dagelijkse werk. Elke week moet ze bepalen wat de coverstory van Weekend wordt. Welk verhaal, welke ster wordt de blikvanger van het blad? “Tien jaar geleden was er sprake van een bijna trefzekerheid. Annie Schilder, Willeke Alberti, Mies Bouwman op de cover waren gegarandeerd succes. Het maakte nauwelijks uit waar het verhaal over ging. Dat waren nog idolen die tussen 18 en 68 jaar als vanzelfsprekend geliefd en bemind werden. De zwangerschap van Patty Brard, met haar tweede man. Dan wist je dat het goed kwam.”

De tijden zijn veranderd: “Nu is het zoeken. Je ziet dat overal, van die gesplitste covers. Die worden gecomponeerd van verschillende verhalen omdat er geen trefzekerheid meer is. Je denkt: Katja Schuurman wordt door dochter aardig gevonden en Willeke door moeder. Sterren zorgen ook nauwelijks meer voor een piek in de oplage. Dure, exclusieve foto's van kopstukken laten we lopen omdat die onvoldoende werken. Marco Borsato op de cover werkt alleen als er een heel sterk verhaal aan vastzit. Weg bij zijn vrouw en met Leontine Ruiters? Dat is ok.”

Natuurlijk heeft de verminderde aantrekkingskracht van televisiepersoonlijkheden te maken met de toename van het aantal zenders, de explosie van het televisie-aanbod. Willem Ruis, die stierf in 1986, leefde en werkte in een tijd van twee televisiezenders met amusement als welkome uitzondering op de vaak wat duffe programmering. Een televisieshow was nog een belevenis, het gesprek van de volgende dag, want miljoenen mensen zaten voor de buis. “Tegenwoordig is het niet meer een echt uitje, zoals vroeger met die grote spelshows”, zegt Sonja de Leeuw, universitair docent Film- en Televisiewetenschap in Utrecht: “Op zaterdagavond ging je niet naar de schouwburg, maar ging je zitten voor de tv en werd je getracteerd op zang en dans met een competitief element. En iemand die die show trekt, een type ideale schoonzoon of -dochter.”

Wurgcontract

Toch is het echte bederf een betrekkelijk recent verschijnsel. Want in het begin van de commerciële televisie in Nederland waren de sterren nog van grote waarde. Het publieke bestel was in rep en roer toen Joop van den Ende in 1989 met zijn hele stal het 'sterrennet' TV10 lanceerde. Uiteindelijk bracht Van den Ende zijn sterren onder bij het latere RTL4, een station dat vooral door de aantrekkingskracht van grote namen als André, Ron en Henny snel uitgroeide tot de best bekeken zender van Nederland.

De Holland Media Groep (HMG), waarvan RTL4 nu een onderdeel vormt, sloot twee jaar geleden nog een nieuw tienjarig contract met tv-producent Endemol. Daarin verplichtten de televisiestations van HMG (RTL4, RTL5 en Veronica) zich om per jaar voor 140 miljoen gulden aan programma's bij John en Joop te bestellen. In dat geheime contract worden ook de sterren met name genoemd: “Onder Sterren verstaan Partijen de televisiepersoonlijkheden met wie HMG en de Produktiemaatschappij gezamenlijk tri-partite-exclusiviteitsovereenkomsten sluiten voor een langlopende periode,” zo staat er te lezen in artikel 6.1, waarna in 6.2 de namen volgen: “Ron Brandsteder, Robert ten Brink, André van Duin, Ursul de Geer, Henny Huisman, Peter Jan Rens, Caroline Tensen, Hans van der Togt, Rolf Wouters, Peter de Vries, Cas van Iersel en Mariska Hulscher.” Behalve de programmaformules, waren de sterren twee jaar geleden nog de assets zonder welke de Holland Media Groep zijn bestaan niet zeker achtte.

Een wurgcontract, zo vinden velen thans. HMG tekende, uit angst de Endemol-sterren aan de concurrentie te verliezen, maar krabt zich nu achter de oren of dat wel verstandig is geweest. De deal wordt vergeleken met platenmaatschappijen die nu nog jarenlange miljoenencontracten bieden aan artiesten als U2 of David Bowie, muzikanten die al over hun top heen zijn.

RTL4 heeft steeds meer moeite om de kijkers vast te houden op basis van de uitstraling van de televisiesterren waar ze - veelal exclusief - over mogen beschikken. De kijkdichtheid van een aantal geheide sterren van vroeger loopt gestaag terug. Op basis van de kijkcijfers in de jaren negentig concludeert Rene van Damme van de dienst Kijk- en Luister Onderzoek van de NOS dat Henny Huisman zich redelijk handhaaft, hoewel zijn verhuizing naar de zondagavond tegenover Studio Sport Huisman geen goed heeft gedaan. André van Duin moet eveneens enig terrein prijsgeven. Maar dat is volgens Van Damme niet significant als je rekening houdt met de grotere concurrentie door de komst van zenders als SBS6 en Veronica.

Die concurrentie-factor kan bij anderen echter niet als excuus gelden, zegt Van Damme: “De terugloop bij Linda de Mol is erg sterk. Ook bij Ron Brandsteder is het duidelijk te zien. Peter Jan Rens valt niet mee.” Met Rens gaat het zelfs dramatisch slecht sinds hij in het nieuwe seizoen bij RTL4 met een dagelijkse talkshow op de late avond is geplaatst.

Het zijn ontwikkelingen waar RTL4 met grote zorg naar moet kijken. Een ingrijpende sanering in het sterrenbestand is op komst, voorspellen ingewijden, ook al is daarbij in de meeste gevallen instemming nodig van Endemol. Van Tineke de Nooij is al zo geruisloos afscheid genomen dat de presentatrice daarover bittere tranen stortte in het weekblad Privé. Maar, zeggen ingewijden, dit najaar zal het station waarschijnlijk nog een keuze moeten maken tussen haar duurst betaalde sterren: André, Henny en Ron, alle drie goed voor een basisjaarsalaris exclusief premies van een miljoen gulden of meer. Eén van de drie gaat sneuvelen. Ze leveren niet meer voldoende op in verhouding met wat ze kosten.

Directeur Rene Oosterman van RTL4 ontkent dat een van de groten van zijn scherm zal verdwijnen. Wel waarschuwt hij dat uit de cijfers niet te makkelijk conclusies getrokken moeten worden over de aantrekkingskracht van televisiesterren als fenomeen. Behalve de toename van het aantal zenders heeft de terugloop van kijkdichtheid volgens hem ook te maken met de ontwikkeling van andere programmagenres zoals reality-tv, soaps en voetbal. “Dat heeft de aandacht afgeleid van de klassieke grote amusementsprogramma's. Goede Tijden Slechte Tijden was in de jaren tachtig absoluut not done geweest. Nu is het een fenomeen waar grote shows wat betreft kijkdichtheid niet aan kunnen tippen. Er zijn veel meer alternatieven gekomen.” Bovendien vindt er volgens Oosterman op dit moment “een keiharde oorlog” plaats op het gebied van die nieuwe genres die de nadruk daarop nog eens vergroten: “Drie zenders met een dagelijkse soap, er is nog nooit zo veel voetbal geweest, en aan films zie je het ene kassucces na het andere langskomen.”

Zonder make-up

Maar er is meer. Oudere televisiepersoonlijkheden ervaren dat de manier van werken volkomen is veranderd. Jongere collega's spiegelen zich niet aan degenen die ze zelf als kind voor de buis bewonderden. Televisiesterren van tegenwoordig lijken minder veelzijdig, zijn meer voorgeprogrammeerd - en er zijn er gewoonweg te veel. Katja Schuurman, met haar optreden in Goede Tijden Slechte Tijden en zangcarrière misschien wel de grootste jonge televisiester van dit moment, kijkt er niet van op: “Een ster als Willem Ruis die ik vroeger enorm bewonderde, was omgeven door glitter en glamour. Televisie is nu veel meer back to basics. Iemand zingt een liedje, er zijn wat jankende mensen te zien en een close up van iemand zonder make-up. Dan kun je niet verwachten dat de tv-sterren zijn zoals vroeger. Als er een tweede Willem Ruis zou zijn, die nu Het Spijt Me zou presenteren, was het ook een andere ster. Als je Meryl Streep in Goede Tijden Slechte Tijden zet, is ze ook geen diva van het witte doek.”

Jos Brink was naast zijn theatercarrière een populaire presentator van grote spelshows. Die heeft hij de rug toegekeerd en hij maakt nu nog kleinere programma's voor de NCRV: “Er is een kentering gekomen bij tv-persoonlijkheden. Al die jonge mensen die programma's maken. Ze worden gewoon in het diepe gegooid. Ik klink als een ouwe lul, maar in mijn tijd begon je als derde speer van achteren, dan kwam je eens in een paneltje en dan kreeg je misschien een eigen showtje. Ik deed mee aan de Wie-kent-kwis, daarna kwam ik in het panel van Puzzeluur, wat ik op een gegeven moment mocht presenteren. En zo ben ik van lieverlee in het grotere werk gerold. Maar je schijt dan nog in je broek als je zoiets moet doen. Als ik de sterren van tegenwoordig zie denk ik heel vaak: leer eens een lesje, probeer eerst eens behoorlijk Nederlands te spreken, dan zien we wel weer verder.”

Brink vindt de waarde van een tv-ster enorm gedevalueerd: “Echt stardom is een keisteen nog lekker maken. Zo'n grote persoonlijkheid zijn, dat ze naar jou kijken, om het even welk programma er om je heen draait. Dat zie ik echt weinig. Wanneer ben je een ster? Als je je vak heel goed beheerst. Als je in staat bent zeperds te overwinnen. Maar een ster van tegenwoordig heeft niet meer de kans op zijn bek te gaan. Ik ben vreselijk op mijn bek gegaan. Met de Kerstshow, jaren geleden. Dat was helemaal niets. Het is volgens mij in het Guinness Book of Records gekomen, zo laag werd het gewaardeerd. En met de grote kostbare spelshow Holland-België bijvoorbeeld bij de AVRO. Het publiek vond het niets. Na twee keer heb ik gezegd, ik kom niet meer. Contractbreuk of niet. Maar het seizoen er op kon ik weer aan de bak. Maar tegenwoordig kun je je niet meer herstellen.”

De beleving van collega André van Duin is eender. De volkskomiek, een van de weinige ouderen de zich echt weet te handhaven in het moorddadige televisiecircus, wijst op het gebrek aan opleiding en achtergrond bij zijn jongere collega's: “Wij leerden van de feestavonden in het schnabbelcircuit, optredens voor een voetbalclub. Improviseren was daarbij heel erg belangrijk. Nu heb je alleen nog maar van die eetfestijnen, met een optreden van René Froger of zo. De sterren van nu, zoals die spelen in een soapserie worden voor de leeuwen gegooid, krijgen ineens allerlei dingen te doen die ze nog nooit hebben gedaan. Dat loopt heel vaak uit de hand. Ze worden geleefd door hun managers, hebben geen idee wat ze aan het doen zijn. Het loopt vaak niet goed af. Dan worden ze uit zo'n serie geschreven omdat ze een solocarrière willen beginnen. Maar de basis, de bescherming die ze hebben gehad valt weg. Ze hebben geen enkel klankbord meer. Van veel hoor je nooit meer iets. Zo'n Katja Schuurman moet zich nog bewijzen. Ze mist de ervaring en de background.”

Katja Schuurman kan zich voor een deel wel vinden in de observaties van haar veel oudere collega's over haar generatie. Maar ze vraagt tegelijk om geduld: “Ik ben nog maar 22. Mijn leerschool vindt plaats in de schijnwerpers. Dan ben je niet tegelijk op je top. Dat is soms frustrerend, want ik ben een perfectioniste. Maar ik vind het wel jammer dat mensen daar dan wat al te makkelijk kritiek op leveren.”

Volwassen medium

Te weinig opleiding, sterren worden te snel gebracht, ze kunnen zich niet meer herstellen. Ter verklaring wijst Jo Bardoel, communicatiewetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, op de betrekkelijk korte tijd waarin het medium televisie volwassen is geworden: “Van twee naar tien zenders in acht jaar. Er is een enorme behoefte aan programma's. En geen tijd om te werken aan de ontwikkeling van echt talent en de ontwikkeling van producten. Je kunt RTL4 feliciteren met de overname van al die sterren die vroeger bij de publieke omroep werkten. Daar zijn ze goed in geslaagd, maar nu moet de follow up komen. Het is net als in Hollywood. Na Rocky IV houdt het toch een beetje op.”

Bardoel denkt niet dat de echte televisiester uiteindelijk zal verdwijnen: “De megaster blijft wel. Maar ze moeten niet te lang in de aandacht blijven zoals nu gebeurt. Er moet meer gedoseerd worden. Een tijdje weg, net als in de politiek. Als een politicus te vaak in de aandacht komt met markante uitspraken gaat het er een beetje van af. Iemand als Bolkestein houdt zich vervolgens een tijdje stil.”

Het is een klacht die overal te horen is. Andre van Duin: “Wat belangrijk is, is dat je niet te veel op televisie komt. Ik doe twaalf shows in een jaar. Er zijn collega-artiesten die doen dertig shows, zelfde programma, het zelfde maniertje. Het is niet goed om vijftig keer met je kop op tv te komen. Dan willen de kijkers ook wel eens een ander. Het is ook voor jezelf niet goed. Je dreigt dan je oorspronkelijkheid te verliezen. Collega's die vijf à zes shows per dag opnemen, (zoals het Rad van Fortuin, red.) het lijkt me niet goed. Maar ik heb makkelijk praten, ik kan het me permitteren om slechts twaalf shows te maken, ik zit in de luxe hoek. Maar zo zou het overal moeten zijn.”

Ook de grote hoeveelheden herhalingen bij vooral RTL4 wordt op de korrel genomen: “Daar heb ik grote moeite mee”, zegt Sylvia Marchand, onafhankelijk manager van sterren als Sylvia Millecam en Leontine Ruiters. “Dat zorgt voor permanente zichbaarheid op televisie. Dat is niet goed voor de ster.”

André van Duin komt tot de conclusie dat het sterrendom in Nederland zelfs geheel is verdwenen. 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' is het cultuurcliché waarmee Van Duin de situatie beschrijft. Een aspect van onze volksaard dat een steeds groter stempel op de televisiewereld is gaan drukken: “De afstand tussen het publiek en de ster is veel kleiner geworden. De grandeur waarmee een Fien de la Mar een Grand Café binnenkwam en ging zitten om bekeken te worden is weg. Stardom bestaat in Nederland niet meer. In Amerika wel, kijk naar de enorme poeha waarmee een Oscar-uitreiking gepaard gaat. Als in Nederland tegenwoordig de Televizierring wordt uitgereikt loop je haast verlegen naar binnen in je smoking. Het is niet meer van 'tatatata, hier ben ik'.”

Het beter doseren van optredens zou een oplossing kunnen zijn om het bederf van sterren tegen te gaan. Dat is echter allerminst een eenvoudige opgave, want de minimale hoeveelheid optredens van een tv-persoonlijkheid zijn meestal contractueel vastgelegd. Zo is een zender als Veronica nauwelijks in staat de afgesproken hoeveelheid van haar 'exclusieve ster' Rolf Wouters af te nemen en moet het station zich in allerlei programmatische bochten wringen om de contractverplichting na te komen. Ook is het doseren van optredens een lastige zaak omdat het zorgvuldig begeleiden van sterren in Nederland nog slechts in de kinderschoenen staat. Op het gebied van coaching van sterren is sprake van wildgroei, waarbij de meeste televisiepersoonlijkheden hun eigen 'onafhankelijke' managers hebben. De grootste televisieproducent Endemol, wiens directeuren niet aan dit artikel wilden meewerken, speelt daarbij nauwelijks een rol. En dat is opmerkelijk, gezien het feit dat de meeste sterren bij deze producent in dienst zijn. Bovendien moeten ze voor Endemol een belangrijke waarde vertegenwoordigen die heden ten dage zelfs in een beurskoers is uit te drukken.

Een rijzende ster als Katja Schuurman, onder contract bij Van den Ende, krijgt geen begeleiding vanuit het bedrijf Endemol. Wel spreekt ze zo nu en dan met directeur Joop van den Ende persoonlijk: “Ik wil graag af en toe met hem praten over mijn mogelijkheden in de toekomst. Soms komt hij dan met ideeën. Maar die man is met zoveel verschillende dingen bezig. In zulke gesprekken is hij overigens helemaal niet opdringerig. Ik hoef niet per se bij zijn stal te blijven. Ik heb natuurlijk tegen hem gezegd dat ik bij muziekzender MTV ging presenteren. Dat vond hij echt leuk, al wil hij misschien liever dat ik een programma bij hem maak.”

Vanuit een korte-termijnperspectief is de laksheid van een productiedrijf als Endemol begrijpelijk. De producent moet in de eerste plaats zorgen dat zijn nieuwe spelprogramma weer voorzien is van een 'leuk panel', dus worden de bekende gezichten eindeloos gerecycled. Met de devaluatie van de ster op de langere termijn als gevolg van over-exposure houdt de producent geen rekening. De eerste die dat merkt is het televisiestation dat minder kijkers trekt en dus reclame-inkomsten derft.

Het gevaar van die over-exposure van sterren en de noodzaak om beter te doseren wordt inmiddels erkent RTL4 wel. “Door de grote concurrentie wordt er een enorm beroep gedaan op bekende gezichten”, zegt Rene Oosterman van RTL4. “Al die zenders hebben hun eigen talkshows en magazines en zijn allemaal op zoek naar bekende Nederlanders. We hebben binnen RTL4 geconstateerd dat we daar te makkelijk in mee gaan. Als bij kijkers het idee ontstaat dat die sterren te veel bij elkaar op schoot zitten, doen we het niet goed.” Het was ook RTL4 dat ingreep toen de publiciteitshausse rond Katja Schuurman alle perken te buiten ging, en zorgvuldiger moest worden afgewogen waar de GTST-ster nog optrad.

Als gevolg van die bewustwording bij RTL4 krijgt de concurrentie minder vaak de beschikking over sterren van de grootste commerciële zender. Contractueel is vastgelegd dat RTL4 toestemming moet geven voor optredens van haar sterren buitenshuis, al mag ze die aldus de bepaling “niet op onredelijke gronden” onthouden. Zo was het AVRO-spektakel Sterrenslag dit jaar taboe voor RTL4-gezichten. Maar ook op de eigen zender is Oosterman “heel bewust bezig” met het doseren van optredens. Daartoe heeft hij uitgebreid gesprekken gevoerd met televisieproducenten die voor hem werken en er bij hen op aangedrongen “creatiever” te zijn bij het uitnodigen van gasten in programma's. “We moeten verder kijken dan onze neus lang is. Niets is makkelijker dan een presentator in de Vijf Uur Show weer te laten roepen: 'Vrijdag ben ik er weer'. We moeten daarin origineler worden.”