De grote meren versnellen en verdiepen depressies

De Grote Meren, op de grens van Canada en de Verenigde Staten, hebben een belangrijke invloed op de snelheid en intensiteit van overtrekkende depressies.

Dat concluderen de Amerikaanse klimatologen James Angel en Scott Isard na een gedetailleerd onderzoek naar het gedrag van 583 depressies die in de periode 1965 tot 1991 over deze watervlakten zijn getrokken. De gegevens voor hun onderzoek - de locatie van en luchtdruk in het centrum van depressies - waren afkomstig van het National Climate Data Center. De Grote Meren vormen met hun totale oppervlakte van 250.000 km het grootste zoetwaterbekken ter wereld en zijn in de winter gedeeltelijk met ijs bedekt.

Dat grote watervlakten op het vasteland een belangrijke invloed kunnen hebben op het gedrag van luchtmassa's is al sinds lang bekend. Deze invloed is vooral het gevolg van de ongelijke verwarming van water en land. Doordat het water van grote meren langzamer opwarmt en afkoelt dan het omringende land, zijn de watervlakten gedurende een groot deel van het jaar ofwel koeler, ofwel warmer dan de lucht erboven. In het laatste geval worden de stijgende bewegingen in de bovenliggende luchtmassa's versterkt en wanneer de kracht van een depressie hierdoor wordt versterkt (in meteorologisch jargon: verdiept), kan het water-effect zich tot op grote afstand manifesteren.

Angel en Isard berekenden de snelheid van en de luchtdruk in de depressies vóór, tijdens en na het passeren van het gebied van de Grote Meren. In de herfst, als de meren nog ijsvrij zijn en het water warmer is dan het land, blijkt de snelheid van een depressie na het passeren van het gebied met gemiddeld 2,5 meter per seconde te zijn toegenomen, terwijl de luchtdruk in het centrum met gemiddeld 4,2 millibar is gedaald: de depressie heeft zich 'verdiept'. Als het water in de winter deels met ijs is bedekt, is de versnelling geringer en 'verdiept' de depressie zich niet. Beide effecten zijn in overeenstemming met wat op grond van theoretisch onderzoek werd verwacht.

Depressies die in het begin van de zomer over de Grote Meren trekken, vertonen vrijwel hetzelfde gedrag als die welke dat in het najaar doen. Dit is echter iets wat juist niet wordt verwacht. Aangezien het water in het begin van de zomer koeler is dan de lucht, zal het geen energie kunnen leveren voor het versterken van de convectie in de bovenliggende lucht. In hun artikel in de Monthly Weather Review van september opperen de onderzoekers dat er in dit gebied misschien nog andere dynamische processen een rol spelen, maar het is vooralsnog een raadsel waarom die dan niet het gehele jaar door hun invloed zouden doen gelden.