Bewijs voor extra draaiing binnenkern aarde blijkt ongeldig

Amerikaanse onderzoekers meenden vorig jaar het bewijs te hebben geleverd dat de vaste binnenkern van de aarde iets sneller draait dan de rest van de aarde.

De onderzoekers hadden een systematische verandering waargenomen bij paren aardbevingsgolven die sinds 1967 de binnen- en buitenkern hadden doorkruist. Het effect was het beste te verklaren als men aannam dat de binnenkern per jaar 1,1° méér draait dan de mantel. Andere onderzoekers vonden later een waarde van ongeveer 3°. Annie Souriau en haar collega's, van het Observatoire Midi-Pyrénées in Toulouse, zijn echter van mening dat de bewijsvoering niet deugt.

De detectie van de extra rotatie was gebaseerd op de veronderstelling dat de binnenkern zich, ruwweg gesproken, gedraagt als één kristal waarvan de hoofdas een kleine hoek maakt met de rotatieas van de aarde. Als gevolg van deze scheve stand zou een draaiing van de vaste binnenkern de reistijden van aardbevingsgolven die in ruwweg noord-zuidrichting door de aarde bewegen iets doen toenemen, hetgeen inderdaad werd waargenomen. Volgens Souriau en haar collega's kan deze ietwat scheve stand van de binnenkern echter niet ondubbelzinnig uit de huidige seismische gegevens worden afgeleid (Geophysical Research Letters. 24, no. 16).

De Franse onderzoekers wijzen er op dat de stations voor het detecteren van seismische trillingen niet gelijkmatig over de aarde zijn verspreid. Hierdoor worden bepaalde delen van de aarde beter door aardbevingsgolven 'bemonsterd' dan andere delen. Dit veroorzaakt een vrij grote onzekerheid bij het afleiden van de stand van de vaste binnenkern van de aarde. De onderzoekers laten zien dat deze onzekerheid in feite groter is dan de hoek die de Amerikanen zouden hebben gevonden (ongeveer 10°), hetgeen dit resultaat zeer discutabel maakt. Hun analyses zijn geheel te rijmen met een binnenkern waarvan de as samenvalt met de as door de geografische polen.

Volgens de Franse onderzoekers zou de vermeende rotatie van de binnenkern óók een artefact kunnen zijn. Zij wijzen er op dat de gevoeligheid van de seismometers in de jaren zeventig flink is toegenomen. In de beginperiode zouden vooral relatief sterkere aardbevingen zijn geregistreerd, terwijl in de jaren daarna de invloed van de zwakkere bevingen in het databestand toenam. Als de Fransen dit effect in rekening brengen, valt er sinds 1980 niets meer van een extra rotatie van de binnenkern te bespeuren. De Fransen concluderen dat het huidige onderzoek zo'n rotatie niet uitsluit, maar dat die nog niet is bewezen.