Beurspromovendus sterft uit

ROTTERDAM, 18 OKT. De universiteiten kunnen niet genoeg geschikte academici vinden die bereid zijn te promoveren met een beurs in plaats van een dienstverband. De Rijksuniversiteit Leiden overweegt terug te grijpen op het twee jaar geleden afgeschafte stelsel van assistenten-in-opleiding. De Universiteit van Amsterdam wil in ieder geval het beursbedrag van 2.500 gulden bruto per maand verhogen naar zo'n 3.000 gulden bruto per maand.

Dit blijkt uit een rondgang langs universiteiten en faculteiten. Talentvolle academici in met name de exacte wetenschappen kiezen liever voor een beter betaalde promotieplaats bij een bedrijf of een concurrerende universiteit die hun een dienstverband aanbiedt van assistent-in-opleiding (aio). Zo'n arbeidscontract verzekert hen van betere arbeidsvoorwaarden, meer begeleiding, een hoger inkomen, sociale verzekeringen en recht op wachtgeld - voorzieningen waar een beurspromovendus geen aanspraak op kan maken. Alleen letterenfaculteiten hebben nauwelijks moeite beurspromovendi aan te trekken. Het teruggrijpen op het aio-systeem zal de faculteiten en universiteiten veel geld kosten.

Uit bezuinigingsoverwegingen verving de Universiteit van Amsterdam in 1994 als eerste universiteit het stelsel met assistenten-in-opleiding voor een stelsel met beurspromovendi. Promovendi krijgen sindsdien een beursbedrag variërend van 2.350 tot 2.500 gulden bruto per maand en komen niet meer in dienst van de universiteit. De universiteit ontloopt daarmee de hoge wachtgelduitkeringen aan aio's die na afloop van hun arbeidscontract geen baan kunnen vinden of niet op tijd promoveren - cijfers van mei 1997 tonen aan dat landelijk slechts zeventien procent van de aio's binnen de gestelde termijn van vier jaar promoveert. De universiteiten in Leiden, Tilburg en Utrecht volgden het Amsterdamse voorbeeld. Anders dan Leiden en Amsterdam laten Utrecht en Tilburg de faculteiten de vrije keuze voor een beurzen- of een aio-stelsel.

In Leiden constateert het College van Bestuur dat het beurzenstelsel de concurrentiepositie ondergraaft, aldus een woordvoerder, met name in de exacte wetenschappen. Bij de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen en de faculteit Geneeskunde ervaren hoogleraren bijvoorbeeld dat zij talentvolle promovendi mislopen wegens de lage beursvergoeding en de 'vrijblijvende status' van een beurspromovendus. Door de krapte op de arbeidsmarkt kunnen deze doctors-in-spe het zich permitteren uit te wijken naar het bedrijfsleven of universiteiten waar ze nog assistent-in-opleiding kunnen worden.

Zo verkiezen zij bijvoorbeeld een aio-promotieplaats op een technische universiteit in Delft, Eindhoven of Enschede.

Pag.2: 'Als bursaal hang je er maar bij'

Of zij stappen over naar de Maastrichtse of Nijmeegse universiteit - universiteiten die het uit 1986 stammende aio-stelsel hebben gehandhaafd. Dit overkwam ook de Tilburgse faculteit sociale wetenschappen, meldt het plaatselijke universiteitsblad; niemand meldde zich aan voor de laatste vacature van beurspromovendus.

“Als bursaal hang je er wat bij, als aio niet”, verklaart J. Nijeboer, hoofd onderzoek en onderwijs in Nijmegen. “Als wij een advertentie zetten voor een aio, solliciteren ook bursalen uit Leiden, Tilburg en Amsterdam die willen overstappen. Afgezien van de financiële voordelen bieden wij meer zekerheid, betere begeleiding en de kans op een vaste baan. Want we hebben besloten het aio-systeem te handhaven, onder andere omdat het een belangrijke kweekvijver voor toekomstig personeel is.”

Ook de Universiteit van Amsterdam ziet zich “door het spel van vraag en aanbod” gedwongen informatici die willen promoveren, weer in dienst te nemen als assistent in opleiding. Anders houden we de talenten buiten de deur, ervaart hoofd onderwijs en onderzoek M. Foppele: “En dan graaf je je eigen graf.” Wel moet de faculteit de extra kosten uit eigen zak betalen en elders bezuinigen. Een financiële aderlating voor de faculteit vindt Foppele, maar onontkoombaar: “Beurspromovendi zijn vooral moeilijk te vinden voor vakken waar veel vraag naar is. Dat is een vijver met weinig vissen, waar bedrijven en universiteiten om vechten.” Zij wijst er op dat zelfs een eenmalige premie van 5.000 tot 10.000 gulden, die de UvA aan snelle promovendi uitreikt, geen talenten trekt. Door het maandelijkse beursbedrag nu te verhogen denkt het Amsterdamse collegebestuur promoveren aan de UvA aantrekkelijker te maken.

Het landelijk beraad van promovendi 'Laioo' is “verheugd” dat het beurzenstelsel niet van de grond komt, reageert voorzitter A. Lodder. Het stelsel is in zijn ogen “halsoverkop, zonder duidelijke principiële basis en uit bezuinigingsoverwegingen” ingevoerd. “Ik ben blij dat de markt deze dwaling corrigeert”, aldus Lodder. Minister Ritzen (Onderwijs) maakt zich niet druk over de ontwikkeling omdat hij promovendi een verantwoordelijkheid acht van de universiteiten zelf, laat zijn woordvoerder weten. “Hij vindt dat de universiteiten zelf goed moeten zorgen voor hun promovendi, ook financieel. Hij heeft er altijd op vertrouwd dat de markt wel zijn werk zal doen.”