Bescherming wetlands schiet tekort

Nederland is rijk aan wetlands, waterrijke natuurgebieden die vooral van groot belang zijn voor vogels. Slechts een deel daarvan geniet wettelijke bescherming.

HARDERWIJK, 18 OKT. Met een mengeling van vreugde en zorg kijkt Rita van den Tempel, medewerkster van Vogelbescherming Nederland, beurtelings over het Wolderwijd en het Veluwemeer. Ze staat op de dijk bij Harderwijk die de grens tussen beide randmeren vormt en toont zich aangenaam verrast door de vogels die in haar blikveld verschijnen: aalscholvers, futen, meerkoeten en eenden van allerlei slag. Maar overheersend is de twijfel of die biologische verscheidenheid tot in lengte van dagen zal blijven bestaan. Wolderwijd en Veluwemeer zijn nog onbeschermde gebieden en worden door diverse ontwikkelingen bedreigd.

Ze wijst naar de lichtblauwe koepel van het Dolfinarium in Harderwijk: “Men wil daar een stuk Randmeer in beslag nemen voor uitbreiding van de parkeerplaats.” Links en rechts staan weer andere plannen op stapel, hier een surfstrand, daar een jachthaven en elders een camping. “Elke gemeente is met haar eigen projecten bezig, zonder de zaken op elkaar af te stemmen. Dat kan zeer nadelig uitpakken voor de natuur in het algemeen en de vogelwereld in het bijzonder. Er is ruimte genoeg, maar het ontbreekt aan een overkoepelende visie op het gebruik van die ruimte.”

Van den Tempel houdt zich speciaal bezig met wetlands, Angelsaksiche verzamelnaam voor waterrijke gebieden die door hun vogelstand internationale betekenis hebben en daarom zorgvuldige bescherming verdienen. Nederland telt 75 wetlands, van groot (de Waddenzee en Oosterschelde) tot klein, maar ze missen in veel gevallen de status waarop ze aanspraak maken. Van die 75 wetlands vallen er nog maar veertig geheel of gedeeltelijk onder de Natuurbeschermingswet, wat neerkomt op slechts dertig procent van hun totale oppervlak.

Evenmin wordt voldaan aan de Vogelrichtlijn van de Europese Unie. Hier geldt eenzelfde negatieve verhouding: tot op heden is nauwelijks één derde van het Nederlandse wetlandoppervlak voor bescherming krachtens die richtlijn aangewezen. Tot ontevredenheid van de Europese Commissie in Brussel, die daarom bij het Europese Hof in Luxemburg een procedure tegen Nederland heeft aangespannen. Ook in eigen land wordt de regering hierover kritisch aangesproken en niet alleen door organisaties als Vogelbescherming en Wereldnatuurfonds. Kort geleden bij de behandeling van de nieuwe Natuurbeschermingswet in de Tweede Kamer hebben vrijwel alle fracties de verantwoordelijke minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) tot grotere spoed gemaand.

Verklaarbaar is de traagheid wel. De aanwijzing van een gebied voor zowel Vogelrichtlijn als nationale wet is afhankelijk gesteld van bestuurlijke overeenstemming. Dat betekent dat alle bestuurslagen (drie of vier ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen) met de maatregel moeten instemmen. Er hoeft er maar één dwars te liggen en de aanwijzing gaat niet door.

Van den Tempel noemt de Noorderhaaks of Razende Bol als “droevig stemmend” voorbeeld. Dit eilandje westelijk van het Marsdiep in de Noordzee, behorend tot de gemeente Texel, vervult een belangrijke rol als rustplaats voor vogels (onder meer steltlopers) en zeehonden en zou uit dien hoofde onder de Natuurbeschermingswet moeten vallen. “Maar het gemeentebestuur wil op de Noorderhaaks een recreatieve ontwikkeling en houdt het daarom tegen”, aldus Van den Tempel.

Ze signaleert daarnaast een sterke discrepantie tussen de algemene beleidslijn van de regering, zoals neergelegd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en de praktijk van vandaag. “Alle 75 wetlands zijn destijds aangewezen als kerngebied binnen de ecologische hoofdstructuur, maar als het op uitvoering aankomt, ziet de regering blijkbaar geen kans om daar werk van te maken. Als ze haar eigen besluiten serieus neemt, zou ze er wel harder aan trekken.”

Voor een algehele bevriezing van de heersende toestand in een beschermd wetland hoeft volgens haar geen angst te bestaan. “Men denkt wel eens dat er per definitie niets meer mag, maar dat is onjuist.” Natuurbeschermingswet en Europese Vogelrichtlijn bieden een formeel-juridisch kader, dat de verplichting oplegt om afwegingen te maken. Het belang van de natuur wordt dan bijvoorbeeld afgewogen tegen economische argumenten. In laatste instantie kan de rechter bepalen welk belang de doorslag geeft.

Zuidwestelijk van Harderwijk, achter Nijkerk, ligt Arkemheen, een stille polder, die tot de kleinere wetlands van Nederland behoort. Het is een van de voornaamste Europese overwinteringsgebieden voor de kleine zwaan, en 's zomers het domein van kemphaan en tureluur. Maar de rust dreigt te verdwijnen als Amersfoort zijn zin krijgt. Die gemeente is van plan tot aan de rand van Arkemheen tienduizend woningen te bouwen en wil later (na een grenswijziging met Nijkerk) zelfs de polder binnentrekken.

Van den Tempel: “Het zal duidelijk zijn dat we ons hart vasthouden, want ook Arkemheen geniet nog geen enkele bescherming.”