Westerse gebaren van goede wil jegens Iran

De Amerikaanse actie tegen een Iraanse verzetsgroep is een aanwijzing dat de VS discreet toenadering willen zoeken tot Iran.

AMSTERDAM, 17 OKT. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de regeringen van de VS en Groot-Brittannië op discrete wijze toenadering zoeken tot de Islamitische Republiek Iran. Hun doel is de als gematigd beschouwde hojatoleslam Mohammed Khatami, die een paar maanden geleden tot president van Iran werd gekozen, met gebaren van goede wil te overtuigen van de noodzaak een andere buitenlandse politiek te volgen.

Zo sloot de belangrijkste Iraanse oppositiebeweging, Mujehedeen-Khalq, gisteren haar in Londen verschijnende dagblad Iran Zamin (Het Land Iran). Als reden gaf de krant op “dat thans alle inspanningen gewijd moeten zijn aan het roemruchte werk van het Iraanse Nationale Bevrijdingsleger om het land te bevrijden van het juk van zijn overweldigers (...) en om een betere coördinatie te bewerkstelligen tussen de politieke en militaire operaties en krachtsinspanningen.”

Maar Iran Zamin, waarin de Mujahedeen enorme geldbedragen hadden geïnvesteerd, was voor de organisatie van zeer groot belang, mede omdat zijn partij-activisten als journalisten overal entree vonden. Niet voor niets stond de krant onder persoonlijke supervisie van Maryam Rajavi, die als echtgenote van de leider en oprichter van de Mujahedeen, Massoud Rajavi, is uitgeroepen tot “de toekomstige president van Iran”.

De Mujahedeen hebben - aldus goed ingelichte Iraanse bronnen in Londen en Parijs - wel degelijk van de regering-Blair “een signaal” gekregen hun activiteiten in Groot-Brittannië drastisch in te krimpen.

Volgens de Iraanse journalist in ballingschap Safa Haeri was Tony Blair in grote verlegenheid gebracht over de berichtgeving van Iran Zamin dat Labour tijdens zijn laatste partijcongres officieel steun had betuigd aan “het Iraanse Volksverzet”. Massoud Rajavi stuurde onmiddellijk een telegram uit Bagdad met dank aan en felicitaties voor de ingenomen standpunten van Blair en Labour. De krant verluchtte het verhaal nog eens met een foto van Blair, omringd door een schare aanhangers van de Mujahedeen, die inderdaad door de partijleiding als officiële partijvertegenwoordigers waren uitgenodigd. “Voor de laatste keer”, aldus een gisteren door The Guardian geciteerde partijfunctionaris.

De sluiting van Iran Zamin komt acht dagen na de beslissing van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken om de Mujahedeen Khalq, samen met 29 andere groeperingen in de wereld, op de lijst van 'terroristische organisaties' te plaatsen. Hoewel het State Department al een paar jaar geleden de Mujahedeen van terroristische activiteiten beschuldigde (mede omdat zij zich volledig met de Iraakse president Saddam Hussein hadden verbonden), was hun verschijnen op de 'internationale terroristenlijst' een verrassende en voor de Iraanse regering verheugende koerswending. Teheran betoogt immers al 15 jaar dat de Mujahedeen niet anders zijn dan een stelletje terroristen.

Het besluit van het State Department om alle steun aan de Mujahedeen illegaal te verklaren en donaties aan of geldinzamelingen voor de Mujahedeen als een misdaad te beschouwen gaat in tegen de traditioneel-vriendelijke houding van vele politieke partijen en parlementen in de Westerse wereld, inclusief het Amerikaanse Congres en het Europese parlement. Daar waren de Mujahedeen zeer gezien. Dankzij hun uitmuntend verzorgde public relations waren zij erin geslaagd zich te presenteren als democratisch alternatief voor het mullah-regime in Teheran.

Maar met name in de VS woedt de afgelopen maanden achter de schermen een steeds fellere discussie over nut en noodzaak van de “dual containment policy” - de door president Clinton geformuleerde politiek om zowel Irak als Iran op gelijke wijze in bedwang te houden. Het Amerikaanse bedrijfsleven, en met name de olie-industrie, ziet in het zeer gasrijke Iran grote toekomstmogelijkheden en oefent zware druk uit - zowel in het Congres als op de regering-Clinton - om de koers tegenover Iran radicaal te wijzigen. Zbigniew Brzezinsky en Brent Scowcroft, naaste raadgevers resp. van de presidenten Carter en Bush, zijn de publieke woordvoerders van deze Iran-lobby geworden.

Tegenover hen staat AIPAC, de Israel-lobby, die Iran als een steeds grotere militaire bedreiging ziet van de staat Israel. AIPAC heeft echter de laatste tijd aan invloed ingeboet. Israels premier Netanyahu is er namelijk, door zijn negatieve opstelling tegenover het Israelisch-Palestijnse vredesproces, in geslaagd om grote delen van het Amerikaans-joodse publiek te vervreemden van Israel. Blijkens een recente opiniepeiling vindt 84 procent van de Amerikaanse joden druk op zowel Israel als de Palestijnen een goed idee. Bovendien zijn de Amerikaanse joden in overgrote meerderheid liberaal of conservatief, en dus niet gediend van Netanyahu's buiging voor de ultra-orthodoxe rabbijnen in Israel. Dezen proberen nieuwe wetgeving af te dwingen waarbij alleen zíj kunnen bepalen wie jood is en wie niet.

AIPACS verzwakte positie heeft niet alleen gevolgen voor de politiek tegenover Israel, maar ook tegenover Iran. Weliswaar stelt ook de regering-Clinton zich officieel op het standpunt dat Iran een “schurkenstaat” is. Een land dat terrorisme steunt en bedrijft en binnen twee tot drie jaar in staat moet worden geacht Israel en West-Europa met atoomwapens te bombarderen. Ook overheerst nog steeds in het Congres en bij een deel van de overheid de opvatting dat men de mullahs mores moet leren. Maar president Clinton realiseert zich dat de VS het zich niet kunnen permitteren om de Europese Unie op het gebied van handel met Iran al te zeer tegen zich in het harnas te jagen.

Hij wil dan ook, aangemoedigd door zijn bondgenoten op het Arabische Schiereiland, die steeds betere betrekkingen met Iran opbouwen, de nieuwe Iraanse president het voordeel van de twijfel geven. Maar het blijft onzeker of het Amerikaanse Congres hem in deze zal volgen.