Stelselmatig geschopt, geslagen en gepest

HEERJANSDAM, 29 SEPTEMBER. Erik (15) uit Zwijndrecht gaat iedere dag naar school in Barendrecht. Soms op de fiets maar vaak alleen. Hij volgt daar speciaal onderwijs omdat hij verstandelijk minder begaafd is dan leeftijdgenoten. Hij kan zich goed redden, oogt groot en sterk, maar is ook gemakkelijk van zijn stuk te brengen.

Zijn ouders maken zich zorgen: kan hij een harde maatschappij wel aan? Daarom stimuleren ze hem voor zichzelf op te komen en zo zelfstandig mogelijk te leven. Als Erik thuis dan ook vertelt dat hij op weg naar school stelselmatig wordt gepest door een aantal jongens, raden zijn ouders hem aan naar de politie te gaan om op het bureau te vertellen wat er is gebeurd - kijk maar of je dat kunt en of je serieus wordt genomen, zeggen ze.

Erik vertelt de politie dat een groepje van zeven scholieren hem regelmatig tegemoet komt fietsen. Ze maken er sinds enkele weken gewoonte van hem te slaan, te schoppen, naar hem te spugen en hem uit te schelden. Zijn ouders bieden hem aan hem met de auto naar school te brengen of te laten brengen, maar Erik wil het liefst fietsen.

De politie belooft te gaan posten. Er gebeurt dan niets. Op maandag 29 september besluit een agent van de Politie Dordrecht/ Zwijndrechtse Waard, de jongen op kleine afstand per fiets te volgen. De politieman is getuige van de confrontatie met de groep, achtervolgt de daders en houdt ze kort daarna staande in Zwijndrecht. De jongens, tussen 13 en 15 jaar oud, bekennen meteen en geven hun naam en adres. Voor de politie is de zaak door hun bekentenis 'helder en klaar'. De jongens komen er met een waarschuwing vanaf, hun ouders worden ingelicht.

De brief is kort maar krachtig. “Hierbij deel ik u mede dat uw zoon, genaamd (...) op 29 september is gewaarschuwd terzake: Het lastig vallen en pesten van een geestelijk gehandicapte jongen. (...) De jongeren zijn op hun gedrag aangesproken en hopelijk is hiermee een einde gekomen aan het gepest. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De districtschef.”

De ouders nemen het op voor hun kinderen. Zij bellen het politiebureau met de mededeling dat hun zoon nooit zo iets zou doen. Of zij leggen de brief naast zich neer en ondernemen niets omdat, zo zegt één van de moeders, “mijn zoon voor honderd procent zeker weet dat hij er niet bij is geweest”. De zoon (15): “Ik ken die jongen op de fiets wel, maar wij zeggen altijd Hoi tegen hem.” De moeder: “Ik moet niet weten dat hij het gedaan heeft. Maar ik ga ervan uit dat hij de waarheid spreekt.”