Regio-oorlog in bevrijd gebied

Rond Eindhoven moet een stadsprovincie worden gevormd, vindt het kabinet. In de regio is dat op zijn zachtst gezegd omstreden.

BEST, 17 OKT. Het leek wel oorlog gisteren tijdens de door Binnenlandse Zaken georganiseerde informatiedag over de vorming van een stadsprovincie in de regio rond Eindhoven. Overal op het terrein van het oorlogs- en vredesmuseum Bevrijdende Vleugels in het Brabantse Best stonden tanks en legervoertuigen. Het luchtkanon om de congrestent warm te houden was met camouflagedoek verborgen voor eventuele aanvallen vanuit de lucht en aan de ingang van het bosrijke complex waren de borden te zien van de screaming eagle, het symbool van de Airbornedivisie die meehielp om dit deel van het land te bevrijden van de Duitsers.

Dagvoorzitter A. Dijckmeester, bekend van radio en televisie, was de eerste die in een van de valkuilen op dit uitdrukkelijk als “neutraal” bestempelde terrein viel. Ze sprak de Brabantse commissaris der Koningin aan als “mijnheer Hauben”, terwijl men in deze streken weet dat diens naam wordt uitgesproken als 'Hoeben'.

Wel, de heer Houben was weliswaar door Binnenlandse Zaken niet uitgenodigd maar niettemin waren hij en de meerderheid van het college van Gedeputeerde Staten aanwezig. Ze werden door een provinciale lobbyist tijdens de lunch geplakt aan iedere in het wild rondlopende journalist, want de boodschap moest duidelijk zijn: het bestuur van de huidige provincie Noord-Brabant duldt naast zich absoluut geen stadsprovincie.

“Een politiek bedrijfsongeval”, zo noemde een zeer strijdlustige Houben het door menigeen in Kamer, Provinciale Staten en de omgeving van Eindhoven als ongewenst kind beschouwde stadsprovincie. “Moeten we in het Europa van morgen nu echt nieuwe grenzen gaan trekken”, vroeg hij aan staatssecretaris A.G.M. van de Vondervoort van Binnenlandse Zaken. Maar die vertoonde een grote standvastigheid en hardnekkigheid: “Dit een politiek bedrijfsongeval noemen vind ik een ernstige diskwalificatie van het rijksbeleid. Het kan voorkomen dat er op landelijk niveau beslissingen worden genomen die niet door iedereen worden gewaardeerd”, aldus Van de Vondervoort. “Ik hoop dat men in deze regio eindelijk eens ophoudt met het tellen van de voor- en tegenstanders van de stadsprovincie en dat we voortaan onze energie aanwenden om die provincie zo goed mogelijk gestalte te geven.”

Sinds bekend werd dat het kabinet naast een stadsprovincie voor de streek rond Rotterdam er ook een wil rond Eindhoven, die in 2001 een feit moet zijn, bestaat er in het gebied grote verdeeldheid. Terwijl de dertien verder van Eindhoven gelegen meest kleinere gemeenten tegen zijn, zijn de gemeenten in de directe invloedssfeer van de Lichtstad vóór omdat ze menen op die manier aan annexatie te kunnen ontlopen. Helmond, de op een na grootste gemeente, is uit angst voor grote broer Eindhoven weer tegen. Burgemeester W. van Elk van Helmond vroeg zich gisteren af wat het nut is van een nieuwe bestuursvorm als de vrijwillige samenwerking binnen het gebied ertoe heeft geleid dat Zuid-Oost-Brabant is geworden tot de derde mainport van Nederland. “Moet de Kamer door die samenwerking dan zo nodig weer dwars heen fietsen”, vroeg Van Elk zich af.

Van de Vondervoort: “Een stadsprovincie verschaft deze regio een bestuurlijk raamwerk om zijn koers te bepalen en effectief gestalte te geven. Het wordt” zei ze, “in Nederland drukker, rumoeriger en vuiler en dan hebben we een overheid nodig die zelf in balans is om daarop adequaat te reageren”.

De sprekers die Binnenlandse Zaken voor de gelegenheid had uitgenodigd om hun visie te geven zoals de voorzitter van de Kamer van Koophandel van Zuid-Oost-Brabant, de voorzitter van het Regionaal Bestuur Arbeidsvoorziening en de voorzitter van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond waagden het geen van allen hun standpunt pro of contra de stadsprovincie te geven. Zoals een van hen zei: “Daarover wil ik niets zeggen, want ik ben neutraal.”