Passie voor marathonschaatsen houdt Overdevest op het ijs

In Amsterdam is morgen de eerste schaatsmarathon om de KNSB-cup. Al meer dan tien jaar staat Frans Overdevest langs de kant als ploegleider van Klerk's, een van de succesvolste formaties op kunst- en natuurijs.

LISSE, 17 OKT. Het gezicht van Frans Overdevest betrekt. Tien maanden na de Elfstedentocht kan hij zich nog opwinden over de manier waarop “zijn” Piet Kleine werd gediskwalificeerd omdat hij een stempelpost had gemist. “Ik had wel eens willen zien wat er zou zijn gebeurd als hij gewonnen had. Dan hadden de mensen waarschijnlijk de Bonkevaart afgebroken.”

Het zat die vierde januari niet mee voor de Klerk's-ploeg. “Een week voor de Elfstedentocht kneusde Yep Kramer een paar ribben. Ruud Borst had op de ochtend van de wedstrijd diarree. 's Nachts om half drie stonden we op en in plaats van goed te eten zat hij bij het ontbijt aan een beschuitje met thee. En daar win je geen Elfstedentocht mee. Lammert Huitema, die aan één oog blind is, ondervond nadeel van de harde rugwind bij de start. De hoge snelheid in het donker was voor hem een probleem waardoor hij niet met de snelsten meekon. Het had die dag zo anders kunnen lopen. Maar zo hebben andere jongens ook hun argumenten waarom ze er die dag niet bij waren.”

Toch deed het kwartet van Overdevest het niet slecht op de bevroren wateren in Friesland. Piet Kleine werd uit de uitslag geschrapt maar drukte een stempel op de finale van de Elfstedentocht. Ruud Borst versloeg Hans Pieterse in de sprint om de zesde plaats, Yep Kramer eindigde als negende. Overdevest heeft zich vaak afgevraagd wat zij in gezonde toestand zouden hebben gepresteerd. “Na afloop kwamen we ook nog eens te laat voor de huldiging. Wij zouden in ons hotel worden opgehaald. Maar de taxi zat vast in het verkeer. Toen de namen van Yep en Ruud werden omgeroepen en ze niet op het podium verschenen, dacht men dat ze de huldiging boycotten uit solidariteit met Piet. Terwijl ze er graag bij waren geweest.”

De Klerk's-ploeg tegen de rest. Zo was jarenlang de situatie op de vaderlandse ijsbanen en op natuurijs. De mannen van Overdevest gingen zo vaak als eerste over de streep, dat vorig seizoen de omvang van de ploegen werd teruggebracht tot maximaal drie rijders. De sectie marathon van de schaatsbond KNSB dacht daarmee de krachtsverhoudingen te kunnen nivelleren. Enkele ploegen, waaronder Klerk's, hadden daar het volgende op gevonden: de vierde man werd ondergebracht in een eenmansploeg die aan de hoofdsponsor was geliëerd. Bij de ploeg van Overdevest was dat Piet Kleine. De facto reden er vorig seizoen dus toch nog ploegen met vier schaatsers rond. De latere winnaar van de Elfstedentocht, Henk Angenent, ageerde het felst tegen deze praktijk. Overdevest: “Ik had de reglementen er op nageslagen en kon nergens vinden dat het onjuist was wat wij deden.”

Dit seizoen werd de maatregel teruggedraaid en is het weer toegestaan om in één ploeg vier rijders onder te brengen. Bij Klerk's vertrok Ruud Borst, vorig seizoen de smaakmaker in de ploeg. “Hij vond het niet prettig om steeds geconfronteerd te worden met de kritiek die anderen op onze ploeg hadden. Dat ging vooral over het feit dat we toch met vier man reden. Die anti-sfeer beviel hem niet. Hij wil gewoon schaatsen en verder niks.”

Borst rijdt dit seizoen voor Van Lingen Bional. Zijn opvolger bij Klerk's, voormalig langebaanschaatser Jan-Maarten Heideman, gaf vorige week in Assen zijn visitekaartje af door op klapschaatsen de eerste marathon van het seizoen te winnen. In de Drentse hoofdstad stond niets op het spel. Het was de eer die telde. Maar een week voordat op de Jaap Edenbaan in Amsterdam de strijd om de KNSB-cup ontbrandt, heeft Klerk's wel een tik uitgedeeld. “De eerste klap is altijd een daalder waard”, zegt Overdevest. “Jan-Maarten was zo gemotiveerd om het seizoen te beginnen. Hij kreeg alleen al een kick van het feit dat hij door ons benaderd werd.”

Op het ijs fungeert de 40-jarige Yep Kramer als het “verlengstuk” van de ploegleider. Zaterdagavond is 'linke Yep' er als gevolg van rugproblemen in Amsterdam niet bij. Een twaalf uur lange autorit begin deze maand naar een trainingskamp in het Zuid-Duitse Inzell heeft de Fries die tweemaal aan een hernia werd geopereerd geen goed gedaan.

Overdevest voelt zich thuis in de sport waarin geld een verwaarloosbare rol speelt. “Er wordt niks verkocht of weggegeven. Dat is het mooie van marathonschaatsen.”

Sinds Overdevest door zijn voorganger Egbert van 't Oever de wereld van het marathonschaatsen werd binnengeloodst en de ploeg met Robert Vunderink, Rein Jonker, Jan Wessels en Yep Kramer overnam, hebben de rijders het tempo opgevoerd. “Het waren toen niet zozeer de ploegen maar de gewesten die tegen elkaar reden. In die tijd deden ze een uur en zeven minuten over honderd rondjes, nu 55, 56 minuten.”

Het plezier in het begeleiden van de marathonschaatsers is voor Overdevest onveranderd groot gebleven. Al die tijd heeft hij nooit een contract met Klerk's gehad. “Ik heb alleen een onkostendeclaratie. Dat betekent dat ze me meteen aan de kant kunnen zetten. En als ik er geen zin meer in heb, kan ik morgen stoppen.” Maar net als de sponsor gaat Frans Overdevest ten minste nog een paar jaar door.