Johann Heinrich Füssli in Staatsgalerie Stuttgart; Het verleidelijk naakt van Satan

De schilderijen uit de Milton-cyclus van Johann Heinrich Füssli, gebaseerd op Miltons 'Paradise lost', deden eind achttiende eeuw veel stof opwaaien. Een vrouw viel zelfs flauw bij het zien van een van de schilderijen. “Gezien Füssli's reputatie was ik verbijsterd toen ik zag hoe slecht zijn kunst, als schilderkunst, is.”

Johann Heinrich Füssli: 'Het verloren paradijs', tentoonstelling van schilderijen en tekeningen in de Staatsgalerie te Stuttgart, Konrad-Adenauer-Strasse 30. Tot 11 januari '98. Geopend wo en vrij 10-17 uur, di en do 10-20 uur, za en zo 10-18 uur, ma gesloten. Catalogus, 152 blz., DM 43,-.

Als klein meisje las ik vaak in de kinderbijbel van Anne de Vries. De verhalen waren prachtig, en de illustraties ook. Vooral de eerste gravure in het boek, op het schutblad, staat mij nog helder voor ogen. Een lichtbundel loopt diagonaal van rechtsboven naar links beneden, en beschijnt Adam. Adam deinst bevreesd terug en probeert zich te verstoppen in het gebladerte. Zich plotseling bewust van zijn naaktheid, bedekt hij zijn geslacht met zijn handen. Het stralende maar ook genadeloze licht is God zelf; van alle afbeeldingen van God die ik sindsdien heb gezien blijft dit de meest overtuigende. 'ADAM WAAR ZIJT GIJ' staat er met kapitalen in het licht geschreven. Je hóórt Gods bedroefde, strenge, sonore stem opklinken van de bladzijde. Een huiveringwekkend moment. Kort hierna zullen Adam en Eva de Hof van Eden, waar zij met God hadden gewandeld in de avondkoelte zoals het staat in Genesis, verlaten voor de eenzame wildernis van de wereld er buiten, voor pijn, angst en dood.

Het drama van de verdrijving uit het Paradijs is het onderwerp van de tentoonstelling Das verlorene Paradies van schilderijen van Johann Heinrich Füssli (1741-1825) in de Staatsgalerie te Stuttgart. Aanleiding tot de tentoonstelling is de verwerving van het schilderij 'Satan vlucht, aangeraakt door Ituriël's lans' (1779) uit de nalatenschap van de danser Rudolf Noerejev, twee jaar geleden. Füssli was een groot bewonderaar van de Engelse dichter John Milton, met name van diens epos Paradise Lost (1667), waarin Milton de gebeurtenissen beschrijft die aan de Zondeval voorafgingen. Hierdoor geïnspireerd schilderde Füssli vijftig doeken vol met visionaire droombeelden over de rebellie van Satan tegen God, over Satans verbanning naar de hel, en over zijn wraak, de verleiding van Eva, die, zo wist Satan, onherroepelijk zou leiden tot de verdrijving van Adam en Eva uit het Paradijs. In 1799 huurde Füssli een ruimte bij Christie's waar hij veertig van deze schilderijen toonde, onder de titel Milton Gallery. In 1800 deed hij dit opnieuw, met vijftig werken. De Milton Gallery is nu, voor het eerst sinds 1800, in Stuttgart gereconstrueerd. Naast 48 schilderijen (twee zijn verloren gegaan) maken ook tekeningen deel uit van de tentoonstelling, onder andere rond de thema's 'Füssli's vrouwen: erotische momenten' en 'Droom en schrik'.

Goed en kwaad

Voor mij als kind was de Zondeval een verschrikkelijk, maar ook een helder en onwrikbaar verhaal. Eva liet zich door de Slang verleiden om te eten van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad en haalde Adam over hetzelfde te doen, terwijl God hen toch duidelijk had gewaarschuwd daar vanaf te blijven. Nu droegen zij kennis van Goed en van Kwaad en natuurlijk, nu konden zij niet meer wonen in het Paradijs van de onschuld. Ik twijfelde er niet aan dat dit een goede handelwijze was van God, want God was hoe dan ook goed, en hadden Adam en Eva er niet zelf om gevraagd?

Het verhaal zoals Milton het vertelt is allesbehalve onwrikbaar. De rebellerende Satan is hier de hoofdpersoon, en hoe meer Milton zich verdiept in de beweegredenen van Satan, zo lijkt het, hoe meer hij begint te twijfelen aan de rechtvaardigheid van God. Zijn epos is zó meeslepend geschreven, dat de lezer niet anders kan dan ook gaan twijfelen. Milton's Satan heeft, in zijn dubbelzinnigheid van belichaming van het Kwaad en van tragische held, veel invloed gehad op de kunst en literatuur van de 19de eeuw. De eerste die deze Satan in in beeld bracht was Füssli. Hij voegde daarmee een heel nieuw arsenaal aan beelden aan de schilderkunst toe, waar veel kunstenaars na hem, vooral ten tijde van de Romantiek, uit hebben geput.

Füssli neemt daarom in de kunstgeschiedenisboeken een belangrijke plaats in. In geen enkel overzicht ontbreekt zijn 'Nachtmerrie', geschilderd in 1781. Het is ook aanwezig in Stuttgart. Het toont een jonge vrouw in een nauwsluitend wit kleed, in slaap uitgestrekt op haar bed, haar armen in overgave afhangend. Een harige kobolt hurkt op haar buik. Een paard (de 'Nachtmerrie') kijkt door een spleet in donkerrode veloursgordijnen toe. Niet alleen deze vermenging van droom en werkelijkheid was nieuw, maar ook de openlijk seksuele lading van de voorstelling. Het schilderij mag dan Nachtmerrie heten, het is evident dat de vrouw geniet van een erotische droom, gesymboliseerd door het harige monster op haar buik.

Gezien Füssli's reputatie was ik verbijsterd toen ik zag hoe slecht zijn kunst, als schilderkunst, is. De organisatoren van de tentoonstelling vermijden dan ook zorgvuldig iedere uiteenzetting over het artistiek niveau van Füssli's werk; alles wat er over gezegd en geschreven wordt gaat uitsluitend over zijn thematiek, de strijd tussen Goed en Kwaad, verbeeld op een allegorische wijze die nieuw was. Maar betekent dit ook dat hij zijn thematiek op overtuigende wijze wist te verbeelden? Helaas niet. Waar Milton de lezer meevoert in zijn zoektocht naar de waarheid in het Scheppingsverhaal, naar de hoogten en diepten van hemel en hel, en de lezer de ogen opent voor de macht en de gevaarlijke verleiding van het Kwaad, daar maakt Füssli het drama van de verdrijving uit het Paradijs tot iets onbenulligs. Bij hem vervaagt daarmee het onderscheid tussen Goed en Kwaad; ieder gewicht wordt er aan ontnomen - en dat is nu precies het tegenovergestelde van wat hij beoogde.

In zijn Vorlesungen über die Malerei onderscheidde Füssli drie soorten van schilderkunst: historische, dramatische en epische schilderkunst. Zichzelf beschouwde hij als vertegenwoordiger van de epische, tevens hoogste vorm, van schilderkunst, zoals hij die zag bij Michelangelo. Een episch schilder is het verplicht recht te doen aan de waarheid van Gods schepping. Zijn doel is om 'de enige, algemene Idee uit te drukken'. Füssli streefde daarbij naar Erhabenheit, een verhevenheid van uitdrukking in emotionele en psychische zin.

Maar als er nu iets niet is in Füssli's werk, dan is het wel Erhabenheit. Zijn composities zijn redelijk geconstrueerd, en hieraan ontlenen ze dan ook een zekere monumentaliteit. Dit wordt echter onmiddellijk teniet gedaan doordat zijn gezichtsuitdrukkingen en gebaren zonder uitzondering bombastisch zijn. In schilderkunstig opzicht zijn zijn doeken beroerd. De perpectivische verkorting van lichamen klopt zelden, details als handen, armen en benen zijn vaak ronduit klungelig gedaan. In de donkere partijen vloeit de verf ineen tot een modderboel. De textuur komt niet tot leven, en grote moeite had Füssli met transparantie en reflectie. Om glans en diepte in de kleur te krijgen, gebruikte hij bitumen als onderschildering en om zijn pigmenten te mengen. Bitumen donkert echter sterk na, wordt hard en veroorzaakt barsten in de verfhuid.

Lachwekkend

Füssli's tijdgenoten reageerden verdeeld op zijn werk. De Engelse schrijver Horace Walpole, die als schepper van de gothic novel toch wel oog had voor het griezelige en fantastische, omschreef Füssli's visioenen als 'lachwekkend'. Een leerling van Füssli, B.R. Haydon, herinnerde zich in 1853: “Omdat hij heel bijziend was, maar te ijdel om een bril te dragen, doopte hij gewoonlijk zijn penseel in de olie en, in het wilde weg wat over het palet vegend, nam hij dan wat klodders wit, rood of blauw, net zoals het uitkwam, en pleisterde dat op een schouder of een gezicht.”

Meer nog dan zijn 'Nachtmerrie' deed Füssli's Milton-cyclus stof opwaaien. 'Satan vlucht, aangeraakt door Ituriëls lans' moest, toen hij het in 1796 exposeerde in de Royal Academy worden verwijderd nadat een vrouw bij de aanblik ervan was flauwgevallen. In Paradise Lost beschrijft Milton hoe Satan meermalen pogingen ondernam om Adam en Eva te verleiden, voordat hij succes had met de verboden vrucht. Zo probeerde hij hen in hun slaap dingen in te fluisteren over een andere, nóg verlokkelijkere wereld die buiten het Paradijs zou bestaan, maar de engel Ituriël kwam net op tijd tussenbeide. Satan, die verschrikt opspringt, is door Füssli geschilderd als een verleidelijk naakt. Niets duidt hier op zijn slechtheid of kwade intenties. Adam en Eva slapen, hun naakte lichamen verstrengeld, een roes van seksuele extase uit. Adams mond beroert een tepel van Eva's opgerichte borsten. Of de vrouw nu flauwviel door de aanblik van al deze naaktheid en wellust, of omdat Satan hier als een god is afgebeeld in plaats van als het Kwaad, weten we niet. Füssli's voorstelling was hoe dan ook volkomen onconventioneel.

Bij Füssli is het Kwaad nooit echt kwaadaardig, ook niet in schilderijen met een gewelddadige thematiek. In het schilderij 'De Zonde, door de Dood belaagd' stelt hij de Zonde en de Dood voor in een incestueuze omhelzing. Volgens Milton werd in de hel de Zonde geboren uit het hoofd van Satan. Uit dochter Zonde en Satan komt de Dood voort: de Zonde is dus de moeder van de Dood. Füssli schildert haar naakt, volupteus en geketend, terwijl zij vastgegegrepen wordt door de zwarte schaduw van de dood. Wat thema betreft is de incestueuze omarming een allegorie van het Kwaad. Maar als beeld heeft deze omhelzing, die gezien het onderwerp heel beladen is, geen enkel gewicht. Het verbaast niet dat 'De Zonde, door de Dood belaagd' in de 19de eeuw het meest beruchte doek was uit de Milton-serie. Het is een schilderij waaraan iedere gelaagdheid ontbreekt.

Füssli had eigenlijk schrijver en dichter willen worden. Hij had in Zürich theologie gestudeerd, en bracht het grootste deel van zijn leven in Londen door, aanvankelijk als uitgever van kunsttheoretische en historische boeken. Pas op zijn dertigste, tijdens een verblijf in Rome, waar hij onder andere Michelangelo kopieerde, besloot hij zich aan het schilderen te wijden. Hij kwam tot het inzicht dat het antieke ideaal voor de eigentijdse kunst onbereikbaar was geworden. Een tekening uit 1778 toont 'De kunstenaar, vertwijfeld bij de grote antieke resten': het hoofd mismoedig in de handen, leunend tegen de reusachtige voet van een antiek beeld. Füssli's antwoord op deze vertwijfeling was, dat de kunstenaar voortaan zijn inspiratie moest zoeken in zijn verbeeldingswereld, want daar zou hij misschien wél ware grootheid, die vermenging van 'geest en genie', kunnen bereiken. Dit maakt Füssli tot een vroege voorloper van de Romantiek.

Helleravijn

Die verbeeldingswereld vond Füssli in de literatuur: bij Milton. Het waren de meest exotische thema's uit Paradise Lost die hem aanspraken, zoals de verbondenheid Zonde en Dood, de herder die in zijn slaap bezocht wordt door heksen en feeën, of Satan die zijn legioenen toespreekt bij het vurige helleravijn. Er zit geen verhalende samenhang in zijn Milton Gallery. De schilderijen zijn eerder parafrasen dan illustraties van het gedicht, waarbij Füssli een sterke voorkeur vertoont voor verwarring of voor het ondermijnende: de verleidelijkheid van het kwaad, de naakte Satan, vuurzeeën en donkere chaos.

Milton mag Füssli's grote inspirator zijn geweest, een diepe kloof scheidt de 17de-eeuwse dichter van de 18de-eeuwse schilder. Milton schreef zijn uit twaalf boeken bestaande epos 'to justify the ways of God to men.' Ondoorgrondelijke wegen die ook Milton tot vertwijfeling brachten - hoe gelovig hij ook was. Paradise Lost, dat in navolging van Homerus is geschreven in vijfvoetige jamben, is niet alleen een ontroerend gedicht, rijk aan beelden en vol van klankkleur; het is ook het verslag van Miltons worsteling met de vele paradoxen uit het Scheppingsverhaal. De eigenlijke overwinnaar in dit verhaal is immers Satan. Wat is dat voor een oneindig wrede God die de mens opoffert aan zijn Aartsvijand? De rebellie van Satan tegen God en zijn verbanning naar de hel, samen met hele legioenen van gevallen engelen, hebben het lot van de mens al bezegeld nog vóórdat hij geschapen was. Adam en Eva zijn feitelijk niet meer dan pionnen in de strijd tussen het licht en de duisternis. Bij deze onpeilbare onrechtvaardigheid valt de verzoenende Kruisdood van Christus in het niet; dat is althans de onontkoombare conclusie van Milton's epos.

Hoezeer Milton misschien ook 'zonder het zelf te weten partij voor de duivel' was, zoals de dichter en schilder William Blake schreef over Paradise Lost, uit zijn gedicht spreekt steeds de innerlijke worsteling met de fundamenten van het christelijk geloof, en zijn verlangen om Gods wegen te rechtvaardigen, ook al begreep hij ze niet. De grootheid van Paradise Lost berust in die gelaagdheid, en in de diepe ernst van de onderneming. Milton heeft zijn strijd en twijfel navoelbaar gemaakt. Füssli daarentegen heeft het verhaal gebanaliseerd. Zijn Milton Gallery is geen hommage aan Paradise Lost; het is er een pervertering van, omdat het slechte kunst is. Het is een voorbeeld van hoezeer een kunstgeschiedenis die alleen maar let op plaatjes en thema's tekort schiet. Het serieus nemen van slechte kunst als die van Füssli, leidt tot een ontwaarding van de meest belangrijke, algemeen menselijke thema's.