'In Europarlement gebeuren ongelooflijke dingen'

Het Europees Parlement raakte deze week opnieuw in opspraak door vermeende fraude, dit keer door uitzendingen van het tv-programma Netwerk. Parlementsvoorzitter Gil-Robles wil graag reageren.

BRUSSEL, 17 OKT. De Spanjaard José Maria Gil-Robles erkent het zonder moeite: bij het Europees Parlement zijn “ongelooflijke dingen” waar te nemen. Als voorzitter van het Europees Parlement kan hij het weten. Parlementariërs uit Griekenland of Portugal krijgen een derde of minder van het salaris van hun collega's uit Duitsland of Italië. Een pensioenfonds, opgezet om op dat terrein slecht voorziene Italiaanse parlementariërs mee van dienst te zijn, werd door alle parlementariërs als een lucratieve voorziening ontdekt. Herhaalde keren zijn de afgelopen jaren parlementariërs op fraude betrapt.

Deze week kreeg hij een brief van Gijs de Vries, voorzitter van de liberale fractie in het parlement. Daarin werd gesignaleerd dat volgens hardnekkige geruchten Europarlementariërs voor hun medewerkers niet de juiste sociale lasten en belasting afdragen, hoewel nog onlangs maatregelen zijn genomen om deze misstand uit te bannen.

Gil-Robles behoeft niet verteld te worden dat er dringend ingrijpende veranderingen bij het Europees Parlement nodig zijn. De huidige toestand, waardoor dan weer in een Duits tijdschrift, dan weer op de Britse televisie en deze week in het Nederlandse televisieprogramma Netwerk het parlement aan de schandpaal wordt genageld, baart hem zorgen. Hij is bevreesd dat bij een groot publiek de legitimiteit van het Europees Parlement in het geding komt. Daarom heeft hij het initiatief genomen voor een gesprek. De parlementsvoorzitter zegt het op prijs te stellen als de media misstanden aantonen. Dat helpt hem bij zijn pogingen anderen ervan te overtuigen dat ingrijpende veranderingen nodig zijn. Maar hij is slecht te spreken als Europarlementariërs die zijn beschuldigd van gesjoemel op iedere Brusselse receptie kunnen klagen dat zij geen kans hebben gekregen om de beschuldiging te weerleggen.

Hij zegt dat iedere fraudeur er één te veel is en dat het aantal frauderende parlementariërs zeer klein is. Hij vecht voor de reputatie van zijn parlement,dat volgens hem in hoofdzaak uit zeer hard werkende mensen bestaat. Maar tegelijk wordt hij geconfronteerd met Europarlementariërs die zich verzetten tegen veranderingen. Die van beter controleerbare financiële vergoedingen niet willen weten. Die het hun eer te na vinden om, na decennia in landelijke en Europese politiek ongecontroleerd onkosten te hebben gedeclareerd, nu vliegtickets of zelfs hotelrekeningen te moeten overleggen. Gil-Robles heeft slechts één wapen tegen deze weerstand : hij probeert de Europarlementariërs hardnekkig ervan te overtuigen dat de tijden veranderd zijn.

Gil-Robles zegt dat lang geprobeerd is om een eind te maken aan misstanden bij het Europees Parlement door kleine reparaties aan het systeem aan te brengen. Maar het resultaat was dat allerlei regelingen alleen maar ondoorzichtiger werden en dat de fraudegevoeligheid niet verdween. Ooit bestond het Europees Parlement uit nationale parlementariërs die zo nu en dan naar Brussel reisden. In die tijd maakte men zich niet druk over de Brusselse regelingen. Maar sinds de Europarlementariërs direct gekozen worden, is er behoefte aan één statuut voor allemaal. Eén salaris, één duidelijke onkostenregeling waarbij alleen werkelijk gemaakte kosten uitbetaald worden en een kilometervergoeding voor autogebruik. Tevens moet een einde komen aan de mogelijkheid dat leden van het Italiaanse parlement tevens in het Europese Parlement zitten en vrijwel nooit in Brussel of Straatsburg verschijnen.

De Europese regeringen hebben de noodzaak van één statuut voor de parlementariërs volgens Gil-Robles jarenlang als 'een hete aardappel' voor zich uitgeschoven. Maar tijdens de top van Amsterdam hebben de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie besloten dat het ene statuut er nu toch moet komen.

Het Europees Parlement heeft ratificatie van het Verdrag van Amsterdam door de nationale parlementen niet afgewacht en heeft dadelijk een werkgroep ingesteld onder leiding van de Britse socialistische ondervoorzitter David Martin. Die moet met voorstellen komen zodat de Raad van Ministers van de EU voor de verkiezingen van 1999 een besluit kan nemen over het statuut. Het is geen eenvoudige kwestie. Parlementariërs zien hun financiële positie niet graag verslechteren. “Je kunt parlementariërs niet als kinderen dwingen”, zegt Gil-Robles, die daartoe trouwens ook de macht niet zou hebben. Het is een karwei van overtuigen en oplossingen vinden. Want zonder de instemming van de overgrote meerderheid van het parlement lukt het nooit.

Gil-Robles heeft al een oplossing bedacht voor het gelijke salaris van alle Europarlementariërs. Hij heeft een bedrag bedacht waarbij geen van de huidige 626 Europarlementariërs er op achteruit gaat en een aantal er wel beter van wordt, zodat protesten niet in de lijn der verwachting liggen. Zo'n 100.000 ecu per jaar (220.000 gulden) vindt Gil-Robles een redelijk salaris omdat het de vergelijking doorstaat met het inkomen van Amerikaanse afgevaardigden, omdat het Europees Parlement langer vergadert dan nationale parlementen, omdat Europarlementariërs geen tijd hebben om bij te verdienen en omdat Europarlementariërs vreemde talen moeten leren.

Gil-Robles verwacht dat na discussies binnen het Europees Parlement en met politici in alle lidstaten van de Europese Unie, halverwege volgend jaar een voorstel voor het statuut van de toekomstige Europarlementariër op tafel ligt waarmee velen instemmen. Daarna is het aan de Raad van Ministers om een definitief besluit te nemen. Gil-Robles hoopt dat in zijn eigen parlement en in de lidstaten van de Europese Unie een consensus gevonden kan worden voor een regeling waar Europarlementariërs financieel niet slechter van worden en die minder kans op fraude biedt.