Ik loat oe as n kuukn an t spit riegn; Asterix in het Twents en andere streektalen

Morgenmiddag wordt in Enschede de eerste Twentse vertaling van de strip Asterix de Galliër aan Herman Finkers aangeboden. Er zijn al Limburgse, Friese, Catalaanse en plat-Duitse, en er komen nog Drentse en Groningse vertalingen. De Gallische krijger is zo langzamerhand een strijder voor de streektaal.

Asterix den Galliër, kats in t plat. Uitgever: Dargaud Benelux ism De Oare útjouwerij, 't Sander 36, 7522 AM Enschede. ƒ 15,-. Inl. 053-4359229, e-mail: vdvliet@a1.nl. In het Theatercafé in Enschede wordt zaterdag 18 okt om 15 uur de eerste Twentse Asterix feestelijk aan Herman Finkers aangeboden.

'Wiej schrievt 50 joar veur Christus. Gallië is hilndal innömn deur de Romeinn. Hilndal? Bo nee!' Zo begint de Twentse vertaling van het stripverhaal Asterix de Galliër, waarvan het eerste exemplaar morgen in Enschede aan de Twentse cabaretier Herman Finkers overhandigd wordt. Asterix ('n kreggel keerlken') en Obelix hebben de zelfde naam gehouden in Ne gesjichte van Asterix den Galliër, Kats in t plat! (geheel - gans - in het plat), maar de bard Assurancetourix en stamhoofd Abraracourcix heten anders. Zij zijn Lyrix en Majestix in het Twents. Zelfs voor niet-Twentenaren is de tekst redelijk te volgen, en biedt het een mogelijkheid aardige Twentse uitdrukkingen op te doen. Als Obelix het stamhoofd zorgelijk aanspreekt, vraagt Majestix: 'Wat knip diej Obelix?' - wat zit je dwars?

De Twentse Galliërs spreken elkaar aan met 'doe' (jij) aan, de Romeinen benaderen ze afstandelijker met de 'iej' (u). Als Asterix doorkrijgt dat een Romeinse spion (een stille) in het Gallisch dorp is binnengedrongen zegt hij: 'Doe zins joa gin Galliër. Iej zint nen Romeinsn stiln!' De overgang van groepslid tot buitenstaander, met de bijbehorende aanspreektitels voltrekt zich in één tekstballon. Bovendien gebruikt Asterix, zoals alle Galliërs de vorm 'iej zint', terwijl de Romeinen en Galliërs uit Paries (Lutetia) de meer stads-Twentse vorm 'iej bint' gebruiken. Met plezier en zorg hebben vertalers Frank Löwik en Goaitsen van der Vliet al dit soort Twentse subtiliteiten aangebracht in hun Asterix-vertaling. En daar was het hen ook om te doen, zeggen ze in Enschede (Eanske op zijn Twents) in de uitgeverij van Van der Vliet (een Fries in Twente), De Oare útjouwerij (Fries voor De andere uitgeverij). “Wij willen met deze Asterix-vertaling laten zien dat Twents een taal is, waarmee je mooie dingen kan doen. Dat het niet alleen maar een taal is die bij folklore hoort, zoals midwinterhoornblazen. Niet dat daar iets tegen is, maar wij willen klassiek Twents op een moderne, levendige manier gebruiken,” zegt Goaitsen van der Vliet. De eerste oplage van zo'n zesduizend exemplaren is voor het verschijnen al bijna uitverkocht, en de Twentsche Courant Tubantia wil het met korting aan haar lezers aanbieden. Vandaar dat Löwik en Van der Vliet al denken aan de vertaling van de tweede Asterix in het Twents, het Gouden Snoeimes - De Gooldne Zichte.

Asterix wordt vanwege zijn rebels karakter - Asterix en zijn dorpsgenoten vechten tegen de dominante Romeinse overheersers - in heel Europa steeds vaker gebruikt als middel om al dan niet kwijnende minderheidstalen en dialecten nieuwe glans te verlenen. Zo is er onder meer een Asterix in het Catalaans verschenen, een in het Reto-Romaans (Zwitserland), in het plat-Duits, in het Keuls stadsdialect en in het Valenciaans.

Nederland kent al een Friese vertaling van Asterix (vier delen inmiddels) en een Limburgse Asterix, die herdruk op herdruk beleeft. Het is een vertaling van het album De kampioen, vertaald als 't Titelgevech, ('Boehahah! Dee groete poependik is werkelik zier ammezant.')

Hamburger

Het is een opmerkelijke zegetocht van de kleine Gallische krijger, een creatie van Franse tekstschrijver René Goscinny en tekenaar Albert Uderzo uit begin jaren zestig. Hij mag zo langzamerhand wel tot het Europees cultuurgoed gerekend worden. Want in iedere Europese stad waar je een McDonalds-hamburger en blikje Coca-Cola kunt kopen, kun je ook een album van de Franse stripheld Asterix kopen, vertaald in de landstaal. Hij heeft vooral succes in Europa, zodat een Fin en een Turk samen over hun favoriete Asterix-albums kunnen praten. Bovendien heeft de strip, die speelt tijdens de Romeinse overheersing van Gallië, een hoge status gekregen: Asterix is niet alleen populair en commercieel succesvol, hij is ook een troetelkind van wetenschappers. Archeologen, historici, en classici hebben de strip omarmd, en gebruiken hem om aan te tonen dat hun vakgebied helemaal niet saai en vervelend is. Asterix is in het Latijn vertaald, en het boekje Asterix en de waarheid (over wat er historisch wel en niet klopt aan de strip) staat al maanden in de Nederlandse bestsellerlijsten.

Asterix is de ideale burger van het Verenigd Europa: thuis in alle lidstaten, en bindmiddel in de regio.

En die regionale opmars van Asterix is nog niet ten einde. Löwik en Van der Vliet zijn met hun Twentse Asterix-uitgave de officiële Twentse taalijveraars, verenigd in de 'Kreenk vuur de Twentse Sproak' een slag voor. Want die willen samen met Groningse, Drentse, Overijsselse en Gelderse streektaal-organisaties een Asterix-vertalingen (van het album De intrigant) uitgeven in de Nedersaksische dialecten. Nu er al een Twentse vertaling klaar is, vindt de oorspronkelijke Asterix-uitgever (Dargaud Benelux in Brussel) dat er niet nog een Twentse vertaling op de markt moet komen.

Schriefwieze

Het was niet de bedoeling van beide Twentse Asterix-vertalers om het initatief van de Twentse kring af te troeven. “Wij hadden het idee al jaren, en zijn vorig jaar met zijn tweeën aan de slag gegaan,” vertelt Frans Löwik (41). Hij is redactielid van Van der Vliets Twentse tijdschrift De Nieje Tied (Blad in t plat) - waarvan de titel, De Nieuwe Tijd, als programmatisch opgevat mag worden. Van der Vliet (45) heeft de zogenoemde Standaard Schriefwieze ontwikkeld voor het Twents (dat allerlei gesproken varianten kent) in zijn uitgaven dat volgens hem ook toepasbaar is voor andere Nedersaksische streektalen, zoals het Gronings en Drents. Een van de successen van de uitgaven in het Twents (in de Standaard Schriefwieze) van de Oare útjouwerij is de bundel met Twentse gedichten van Willem Wilmink, de bundel Heftan tattat! uit 1992, waarvan meer dan 6000 exemplaren verkocht zijn. Het titelgedicht gaat over de praatjes over de gezondheid van bekenden op een verjaarsvisite (verjöarsviseet): “(-) En hoo is t dan noe met Bernard?/ Heftan tattat! Heftan tattat!/ Hee har völs te völ patat had/ en doo hef e t dus an t hart had. (-)”

Löwik en Van der Vliet hebben de originele, Franse versie als basis voor hun Twentse Asterix gebruikt, want de (nooit aangepaste) Nederlandse vertaling uit de jaren zestig vonden ze niet toereikend. Löwik: “Er staan fouten in, er worden woordgrappen en dubbele betekenissen over het hoofd gezien die in de Franse versie wel staan. Wij hebben geprobeerd die grappen er zoveel mogelijk weer in te brengen, en fouten te herstellen.”

Zo zijn de namen van de Romeinse legerplaatsen die rond het dorpje van Asterix liggen bijvoorbeeld aangepast. In de Nederlandse vertaling zijn Petibonum (verbastering van 'petit bonhomme', klein mannetje) en Babaorum (naam van een gebakje met drank) onvertaald gebleven. In Twents zijn de namen aangepast in 'Heamencum' een verbastering van de oude Twentse aanduiding voor (spook)verschijning 'hee-männeke', en 'Teametrum': thee met rum. De naam van de Romein Marcus Sacapus (ook zo in de Nederlandse vertaling) verwijst naar het Franse 'sac aux puces', vlooienzak. Dat werd in het Twents Marcus Veloienus, uit te spreken als 'vlooinnus': nest (bed) vol vlooien.

Voor de slechte verstaanders is in de Twentse vertaling van Asterix ook een korte uiteenzetting gegeven van hoe de Twentse klanken opgeschreven worden, en hoe die transcriptie afwijkt van de Hollandse manier van klinkers en medeklinkers noteren. Bijvoorbeeld: 'De oa gef standaard den langn òò-klank wier as in 'rose': boavn.' Zo roept de Romeinse legeraanvoerder Gaius Bonus in de Twentse Asterix: 'Ik loat oe as n kuukn an t spit riegn a'j nich noar de Galliërs hen goat!!!'