Ik ben gewend bescheiden te leven

DUBLIN/BROOKLYN. Op 8 oktober vloog ik naar Dublin om de sleutels van mijn huis op te halen. Al sinds 1 juli heb ik een gemeubileerd appartement in Dublin, maar nog altijd had ik de sleutels niet opgehaald en de makelaar begon dat een beetje merkwaardig te vinden.

Om zes uur in de ochtend arriveerde ik in Dublin. Om tien uur had ik een afspraak met de makelaar.

Aan een taxichauffeur vroeg ik of hij een plek wist waar ik tot tien uur koffie kon drinken.

'McDonalds gaat om zeven uur open,' zei hij.

'Is er niets beters?' informeerde ik.

Hij dacht even na. Ten slotte reed hij me naar het restaurant van een hotel aan de rand van Dublin.

'Dat wordt een lange dag,' mompelde hij.

Het was herfst in Dublin. In New York was het nog zomer. In oktober flakkert de zomer nog een keer op om dan voorgoed af te sterven.

Een vrouw in een zwarte jurk die mij aan een rouwkleed deed denken, vroeg of ik hier kwam slapen. 'Nee,' zei ik, 'ik kom hier ontbijten.'

Ze bracht me naar het restaurant waar twee zakenmensen zaten en een man met een baard achter een leeg glas bier.

Om kwart voor tien wandelde ik naar het makelaarskantoor. Ik vond Dublin die donderdag een bijzonder treurige stad.

'Ik heb een afspraak met Ronan,' zei ik tegen de receptioniste.

'Ronan werkt hier niet meer.'

'Oh nee?'

'Nee,' zei ze, 'mijn bazin heeft alle mannen eruit gegooid, want ze is tot de ontdekking gekomen dat vrouwen beter werken.'

'Aha,' zei ik, 'maar ik kom helemaal uit New York om Ronan te ontmoeten, dus ik zou graag willen weten wie zijn opvolger is.'

Ik vond haar openhartigheid wel charmant, maar was er niet voor in de stemming.

Ze telefoneerde en na een kleine tien minuten kwam een meisje dat zich voorstelde als Dianne. Ik schatte haar achttien of negentien.

'Je gaat vandaag verhuizen,' zei ze, 'en je komt het huurcontract tekenen?'

'Juist.'

'Zijn je spullen in de auto?'

'Ik ben komen lopen,' antwoordde ik.

'Is dat alles?' vroeg ze en wees op mijn tas. Een bruine dokterstas. 'Dat is alles,' zei ik. En voegde er zachtjes aan toe, 'ik ben gewend bescheiden te leven.' Want ze krabde nadenkend aan haar wang.

'Wil je de contracten eerst lezen?'

Ik schudde mijn hoofd. 'Ik heb ze al gelezen, ik wil ze tekenen.'

Ik tekende de contracten op haar schoot. Ze zat vast nog niet lang in het vak.

Toen gaf ze me de code voor het hek en nog een code voor de deur, en ze zei dat ze morgen zou langskomen om de inventaris op te nemen. Dat moest ze doen aangezien het om een gemeubileerd appartement ging en sommige huurders bij hun vertrek de helft van het meubilair meenamen. Ik zei dat morgen slecht uitkwam, aangezien ik morgenvroeg terugvloog naar New York.

'Dan kom ik vandaag wel,' zei ze. Met een taxi ging ik naar mijn appartement. Ik ben in Dublin gaan wonen, omdat Ierland goed is voor schrijvers, en ik woon graag in een land dat goed is voor schrijvers. Nadere details zijn overbodig.

Ik woon in Dublin en af en toe ga ik op vakantie naar New York, want het herfstige weer in Dublin stemt mij maar melancholisch, en al te veel melancholie leidt tot depressie en waar depressie toe kan leiden is genoegzaam bekend.

Mijn woning lag in een park. Om dat park stond een grote muur. Met een net zo groot blauw hek. Ik toetste mijn code in, en het hek schoof langzaam open.

Het gras lag er onberispelijk bij. Een tuinman knipte struiken. Even keek hij op toen ik langsliep, maar toen verdiepte hij zich weer in de struiken. Op de parkeerplaats stonden twee zwarte Mercedesen, waarvan een met geblindeerde ramen.

Ik vroeg me af wie hier woonde.

Ik betrad het gebouw waarin zich mijn appartement bevond. Alles was nieuw. In de brievenbus: veertien reclamefolders en een verkeerd bezorgd poststuk.

Met moeite opende ik de deur van mijn appartement. Even later begon een verschrikkelijk dievenalarm te loeien. Over een dievenalarm had niemand mij iets verteld. Ik drukte de code in die ze me gegeven hadden voor de poort, maar dat was blijkbaar niet de code van het dievenalarm. Het begon alleen harder te loeien. De makelaar had lovend gesproken over de goede beveiling, maar dit was toch een beetje overdreven.

Uit een andere woning kwam een mevrouw. Toen ik haar vroeg hoe men het dievenalarm uitkreeg in dit gebouw, vluchtte ze voor me weg zonder dat ik haar antwoord kon verstaan.

Blijkbaar woonden hier allemaal mensen met onduidelijke bezigheden. In ieder geval mensen die niet gestoord wilden worden door andere mensen.

Ik liep naar buiten. Het alarm loeide nu over het hele complex.

'Waar is hier een portier?' vroeg ik aan de tuinman. Hij keek me, leunend op zijn hark aan en haalde zijn schouders op.

Voor de geblindeerde auto stond een man een sigaret te roken. Toen ik dichterbij kwam ging hij in zijn auto zitten en deed het raampje dicht.

Ik ging terug naar de makelaar.

'Ben je er weer?' vroeg Dianne.

'Ja,' zei ik 'toen ik mijn eigendom wilde betreden ging er een verschrikkelijk dievenalarm af. Zo gruwelijk hard dat het pijn deed aan mijn oren en niemand heeft mij iets verteld over een dievenalarm. Begrijp je hoe vervelend dat is?'

Het kostte haar een half uur de code van het dievenalarm te vinden.

'Ik ga wel met je mee,' zei ze toen, 'dan kan ik meteen de inventaris opnemen.'

De hele tijd had ze een ballpen in haar mond, ook tijdens het autorijden.

'Ga je in Dublin studeren?' vroeg ze.

'Uitrusten,' antwoordde ik.

Het alarm loeide nog steeds, maar niemand leek zich daar iets van aan te trekken.

Met haar code kreeg Dianne het alarm uit. 'Hè hè,' zei ze. We liepen rond. Twee slaapkamers, een balkon, een badkamer, een keuken, een woonkamer. Het meubilair was foeilelijk, maar alles was er, zelfs een nog nooit gebruikte snelkookpan, een haardroger, een magnetron, een strijkplank en een plantenspuit. Niets was hier ooit nog gebruikt.

'Doe wat je doen moet,' zei ze, 'dan ga ik even de inventaris opnemen'. Maar ik had niets te doen. Daarom ging ik op een van de bedden zitten en bedacht dat je er het best nog een rendez-vous-adres van kon maken. Waar ontmoeten we elkaar? Kom maar naar mijn huis in Dublin.

's Avonds at ik alleen in een goed restaurant waar ik de enige was zonder stropdas en de enige onder de veertig. Je kan beter melancholisch zijn in een goed restaurant dan in een slecht restaurant.

Toen ik die avond in mijn huis probeerde te slapen kwam ik tot de ontdekking dat alles er was behalve lakens en een handdoek. Ik droogde mij af door een haardroger op mijn lichaam te richten wat redelijk functioneerde.

Vervolgens ging ik naar buiten en vroeg aan een voorbijganger of hij wist of ik om deze tijd ergens in Dublin nog lakens, een deken en een handdoek kon krijgen.

'Niet in Dublin,' was zijn antwoord.

Ik besloot dat slapen op een kaal matras geen doen was en nam mijn intrek in een hotel.

De volgende ochtend belde ik de makelaar en zei, 'ik ga weer op vakantie naar New York. In november kom ik terug. Zorg dan dat de verwarming het doet.'

Toen vloog ik naar New York. Het was de vooravond van Grote Verzoendag.

De stad was stil. Francesca en ik hadden die avond afgesproken te gaan eten in een restaurant met uitzicht op Manhattan.

Wat we bespraken moet maar onvermeld blijven. Mensen zouden kunnen verzuchten, 'het leven spaart niemand.' En dat is precies wat ik niet wil. Sommige dingen mogen niet begrepen worden.