Hoezo crisis in Azië? Regio zal krachtig herrijzen

Ministers van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN) bogen zich deze week over de economische crisis in in hun regio. Er bestaat nog steeds weinig neiging de hand in eigen boezem te steken.

SINGAPORE, 17 OKT. De valuta-crisis in Zuidoost-Azië heeft de zwakke plekken van de Aziatische tijger-economieën meedogenloos blootgelegd, maar de verantwoordelijke politici blijven voorlopig optimistisch over de toekomst.

Dat bleek gisteren na afloop van de jaarlijkse bijeenkomst van ministers van economische zaken van de negen lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN). De ministers bogen zich in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur over de gevolgen van de zorgelijke ommezwaai die hun economieën sinds deze zomer te verwerken kregen. Conclusie van de bijeenkomst was, volgens de betrokkenen, dat de valuta-crisis de ASEAN-landen een mogelijkheid geeft hun economische basis te versterken en machtiger dan ooit uit de depressie te herrijzen.

Ter ondersteuning van die optimistische gedachte verwezen de ministers gisteren naar de economische crisis die Zuidoost-Azië in 1985 trof. “Met de veerkracht van de ASEAN-economieën, kwam Zuidoost-Azië destijds sterker uit de crisis. De economische groei in de regio keerde terug en ASEAN ging verder en bereikte tien jaren van onafgebroken economische groei”, merkten de ministers gisteren in hun slotverklaring op.

In reactie op die verklaring vragen analisten en diplomaten zich af of het optimisme van de ministers niet misplaatst is. “We mogen eigenlijk niet verwachten dat de ministers een andere boodschap naar buiten zouden brengen dan deze optimistische woorden. Dat ligt niet in de Aziatische aard”, zegt Song Seng Wun, regionaal econoom voor ABN AMRO Hoare Govett. “En bovendien weten we de exacte schade van de valutacrisis nog steeds niet. Dus is het logisch dat men nu zegt: we erkennen de moeilijkheden en we hopen dat we deze storm overleven. Maar geen enkel land wil nog meer schade oplopen door nu te wijzen op zijn eigen zwakheden. Dat zou de onderlinge, regionale concurrentiekracht teveel schaden”, aldus Song.

Een westerse diplomaat meent desondanks dat het wel tijd wordt dat de ASEAN-landen politieke veranderingen doorvoeren. “De economische crisis legt meer dan ooit de politieke zwakheden van deze landen bloot. En het is overduidelijk dat ze hun economische basis alleen kunnen versterken als er ook op politiek niveau cruciale zaken veranderen”, aldus de diplomaat. De trage wijze waarop de meeste ASEAN-landen tot nu toe hebben gereageerd op de valuta-crisis, en het constant zoeken van zondebokken, roept bij velen de vraag op of de wondereconomieën van het Verre Oosten inderdaad niet juist nu hervormingen moeten doorvoeren die zowel op politiek als economisch vlak de doorzichtigheid vergroten.

Abdul Baginda, directeur van het Maleisische Onderzoekscentrum in Kuala Lumpur en adviseur van de Maleisische regering van premier Mahathir, waarschuwt voor al te rooskleurige gedachten over snelle verandering in Azië. “Als de doorzichtigheid in deze landen groter moet worden, betekent dat dat er een einde moet komen aan zaken als nepotisme en corruptie. Maar dat zijn zaken die al eeuwenlang zitten ingebakken in het Aziatische systeem”, aldus Bagina.

“Bovendien is er het probleem is dat de huidige leiders hun vriendjes dan moeten gaan aanpakken. Dat is lastig. Het zal zeker een generatie duren voordat deze economieën voldoende zijn ontwikkeld om zonder corruptie en vriendjespolitiek te groeien”, meent de Maleisiër.

De politieke leiders van de negen ASEAN-landen hebben tot nu toe steeds getracht de hand uit eigen boezem te houden door externe schuldigen aan te wijzen voor de financiële crisis in hun regio. De Maleisische premier Mahathir Mohamad liep daarbij voorop. Hij richtte zijn pijlen herhaaldelijk, en steeds feller, op “racistische, westerse speculanten”. Gisteren pleitte hij in een openingsrede voor de ministersconferentie nog voor een 'ASEAN-fort' met een eigen, afgeschermde financiële markt. Maar Mahathirs uitspraken hadden ook nu weer een averechts effect op de internationale valutahandel.

Inmiddels hebben de Thaise, Maleisische, Indonesische, Filippijnse en Singaporese dollar allemaal flink verloren ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Volgens de Dollar Sentiment Index (DSI), die deze vijf ASEAN-munten afzet tegen de dollar, won de Amerikaanse munt sinds begin juli circa 32 procent in waarde.

Nu Mahathir getroffen is door een zware verkoudheid en zijn woede-aanvallen voorlopig gestopt zijn, kan Zuidoost-Azië even opgelucht ademhalen en om zich heen kijken. Sommigen wijzen daarbij op de groep die de crisis tot nu toe grotendeels wist te ontwijken: de Chinezen. Landen als Singapore, Hongkong en Taiwan, waar de economische en politieke macht in handen is van Chinezen, hebben relatief weinig last gehad van de valuta-onrust.