Hoe het Zuiden alsnog de burgeroorlog won

Peter Applebome: Dixie Rising. How the South is shaping American values, politics and culture. Times Books, 345 blz. ƒ 58,75

Amerikaanse demografen bevestigen het bestaan van een trend die al heel lang impressionistisch kon worden waargenomen: zwarten keren massaal terug naar het Zuiden dat ze vanaf de jaren veertig verlieten. Afgaande op een overzicht dat Newsweek onlangs publiceerde, en ervan uitgaande dat deze migratie voortduurt in het huidige tempo, zou rond 2010 meer dan de helft van de vijf miljoen zwarten die Mississippi, Georgia, Alabama en de andere staten van de oude Confederatie verlieten (of ontvluchtten) zijn teruggekeerd. Terug in het gebied dat in de herinnering nog steeds getekend is door de beelden van lynchings, brandende kruisen en virulente segregatie. Daarmee vormen ze het levende bewijs dat er iets essentieels is veranderd. Niet alleen in het zuiden, maar ook in de rest van de Verenigde Staten.

Peter Applebome laat in zijn informatieve en prettig leesbare Dixie Rising een van die 'spijtoptanten' aan het woord. 'Ik ben geen racist. Ik ben niet tegen blanken (...) Laat ik je dit zeggen: de zwarten in het zuiden weten niet hoe goed ze het hebben', zegt de 20-jarige Suriya Davenport, afkomstig uit het uiterst witte Grand Rapids, Michigan en nu studente aan de zwarte Jackson State University, Mississippi. 'Ik heb het naar mijn zin in Mississippi. Ik hou van Mississippi. Mijn vaders generatie trok naar het noorden om werk te zoeken en nu komen hun kinderen hier terug. Hij begrijpt er niets van.'

Het is niet zozeer onbegrijpelijk alswel ironisch. De grote trek noordwaarts, vooral in beweging gezet door de uitvinding van de mechanische katoenplukkers die zelfs het goedkoopste handwerk overbodig maakten, was de grootste interne migratie die de VS ooit kende. Highway 61, de Interstate die naar het industriële noorden voerde, werd vooral dankzij de zwarte muziek tot een begrip. Lange tijd domineerde dat beeld van het racistische Zuiden en het 'verlichte' Noorden de meningsvorming, maar de werkelijkheid is al decennia verschoven en verschuift nog steeds.

Suriya's verhaal bevestigt niet alleen de genoemde demografische tendens maar ook een ander fenomeen dat in het nieuwe Zuiden eenvoudig waar te nemen is. De door de federale wet afgedwongen desegregatie bewees dat de overheid weliswaar niet het denken maar wel het gedrag van zijn burgers kan veranderen. Zwart en wit hebben op papier gelijke kansen, ze werken naast elkaar achter de balies van banken en overheidsinstellingen. Maar in sociaal-cultureel opzicht zijn zwart en wit nog steeds gescheiden werelden.

Is dat erg? Niemand lijkt te begrijpen wat je bedoelt als je je dat afvraagt. Toen ik een paar jaar geleden een aantal studenten aan de zwarte Tuskegee University in Alabama interviewde, keek men verbaasd op bij die vraag en mompelde dat het 'toch plezieriger was onder elkaar te zijn.' En dat vinden de blanken blijkbaar ook.

Applebome noemt zichzelf uitdrukkelijk journalist en geen historicus, en hij is erin geslaagd met dit boek een beeldend overzicht te geven van het Zuiden zoals dat er nu uitziet. Kort en provocerend samengevat komt zijn these er op neer dat het Zuiden ruim een eeuw na dato de Amerikaanse Burgeroorlog alsnog heeft gewonnen. Niet alleen omdat heel Amerika nu Garth Brooks en andere melige babyboom-zangers uit Nashville in de armen sluit. Niet alleen omdat heel Amerika de keuken van Louisiana heeft geadopteerd, tot op het absurde af (met een variant op de uitspraak van nouvelle cuisine-kok Paul Bocuse zou je kunnen stellen dat culinair Amerika tegenwoordig desnoods zijn schoonmoeder wel zou willen opdienen, mits zij blackened is en gegarneerd met okra en sasafras). Het is ook niet alleen omdat Southern Baptism en de andere typisch zuidelijke vormen van religie - met hun fascinerende, door de legendarische W.J. Cash al zo mooi beschreven dialectiek van zonde en boetedoening - zich over heel Amerika uitbreiden.

Het is vooral ook omdat de politiek wordt gedomineerd door issues die het Noorden lange tijd gevoeglijk kon negeren, maar waarvan inmiddels is gebleken dat ze zich niets aantrekken van de Mason-Dixon line, die Noord van Zuid scheidt. In de late jaren zestig kon men zich nog hoofdschuddend afwenden van de retoriek van George Wallace en aanverwante (Democratische) politici uit het Zuiden, maar in de jaren negentig zijn de thema's waar hij op hamerde (rechten voor de staten, als eufemisme voor segregatie, anti-Washington-sentimenten, belastingverlaging voor de middenklasse) thema's geworden die de Republikeinse Partij binnen luttele jaren tot de heersende partij hebben gemaakt in deze regio. Dat Wallace intussen van een rabiate racist tot een vergevingsgezinde verzoener tussen zwart en wit is geworden, is geen tegenstelling, maar past geheel en al in het beeld.

Het Zuiden heeft zijn racisme geëxporteerd naar het Noorden en er zelf een samenleving voor in de plaats ontwikkeld die oneindig veel complexer is dan enkele decennia geleden. Applebome schetst voortreffelijk dit complexe beeld, dat korte metten maakt met veel vooroordelen over Amerika's Zuiden. Dat beeld omvat het ultra-conservatieve Cobb County, een buitenwijk van Atlanta, 'een Norman Rockwell wereld met fiber-optic computers en jet-vliegtuigen', maar ook Wilmington, North Carolina waar veel zwarten nog steeds de desegregatie van hun ooit prominente Williston High School betreuren.

Het Zuiden is niet alleen het demografisch snelst groeiend deel van het land, economisch gaat het er ook beter dan in welke andere regio dan ook. Maar Applebome verzuimt niet de donkerder kanten van deze ontwikkeling aan te stippen: een antivakbondsklimaat dat even heftig is als in de jaren dertig, een neiging tot onderbetalen en slechte arbeidsomstandigheden. Hij deinst ook niet terug voor de verwarring en tegenstellingen die op elke pagina het beeld van een homogeen Zuiden weer verstoren.

Applebome beredeneert overtuigend dat de richting die de VS de komende decennia zullen inslaan in belangrijke mate zal afhangen van de richting die het Zuiden opgaat. Zal het het kortzichtige Zuiden zijn dat als vanouds achterom kijkt, zwelgt in nostalgie en historische verongelijktheid? Of zal het het zuiden zijn dat heeft aangetoond beter met een raciaal gemengde bevolking te kunnen omgaan dan de rest van het land? Want de zwarte burgers keren niet voor niets met honderdduizenden terug, al liggen de redenen waarom ze het doen misschien ingewikkelder dan Suriya Davenport het formuleerde.

'The South can never resist a losing cause', zei Margaret Mitchell ooit. Mét Applebome kun je je afvragen wat ze zullen terechtbrengen van een zaak die ze aan het winnen zijn.