Engagement met een laag ellende

Michael Wildenhain: Erste Liebe Deutscher Herbst. S. Fischer, 237 blz. ƒ 53,20 (geb.)

'Vertel me een verhaal over toen je nog klein was. Een èrg verhaal.' Met die aanmoediging aan de auteur begint Michael Wildenhains nieuwe roman. En Wildenhain (39) vertelt ons inderdaad iets ergs. Zijn verteller kijkt terug op het jaar 1977, het turbulentste jaar wellicht uit de geschiedenis van de naoorlogse Bondsrepubliek. De Rote Armee Fraktion ontvoerde de top-industrieel Hans Martin Schleyer, vermoordde hem op 19 oktober en verklaarde daarmee de oorlog aan de gevestigde orde, waaronder natuurlijk de staat. Die sloeg terug met Berufsverbote en andere grimmige straffen.

In dat wilde jaar komt Wildenhains ik-figuur net van school. Wat nu? Eerst neemt hij maar eens zijn intrek bij Babs. Zij heeft tenminste ouders die niet je kamer binnenvallen precies wanneer jij ligt te vrijen - en vrijen, daar gaat het toch om? Voor politiek interesseert de ex-gymnasiast zich niet zo; onwennig leest hij de leuzen waarmee zijn vriendin de muren van haar kamertje heeft versierd: Keine Macht für Niemand en Atomkraftwerke? Nein danke!

Babs is zeventien en al vol levenservaring. 's Ochtends helpt zij de sjouwers op de markt - niet alleen omdat ze bij haar thuis nogal arm zijn maar ook uit solidariteit met de complete arbeidersklasse. En haar vriend, die jarenlang in de schoolbanken heeft zitten suffen: hij bekladt zijn diploma, vindt werk in een fabriek, kruipt geurend naar bier en zweet bij zijn lief onder de lakens en doet mee aan ruige acties.

Bij een bloederige demonstratie wordt Babs opgepakt. En zo ziet de ik-figuur, die zelf niet meer dan een meeloper is, al zijn activistenvrienden mislukken. Ze belanden in de gevangenis, slaan op tilt of snijden in een openbaar toilet hun polsen door. Wildenhain verheerlijkt hen niet. Hun engagement heeft geen enkele glans, omdat er een dikke laag doffe ellende op ligt.

Ze komen uit gezinnen waar niet werd gepraat, waar afgestomptheid de plaats innam van liefde en waar opgekropte frustraties zo nu en dan een uitweg vonden in blinde vernietigingsdrang. Dat kapotte gezinsleven wijt Michael Wildenhain aan de oorlog. Verwond en vernederd waren de vaders teruggekeerd van het front, en met vrouwen die zij op hun beurt verwondden en vernederden maakten ze defecte kinderen. Kinderen die zich, zodra ze op eigen benen staan, net zo gewelddadig blijken te gedragen als hun gehate ouders.

Dat de wreedheid van de RAF en haar sympathisanten soms aan de wreedheid van de nazi's deed denken is al eerder beweerd. Maar Wildenhain, die zelf het actiewezen heeft leren kennen in de Westberlijnse kraakbeweging, laat vooral zien hoe troosteloos gewelddadig protest kan zijn. Erste Liebe Deutscher Herbst, want zo heet zijn roman, is gedrenkt in melancholie. Of het ook met de ik-figuur slecht afloopt weten we trouwens niet.

We weten alleen dat hij heeft overleefd en zich daar schuldig over voelt. Wildenhains doodernstige toon leidt weleens tot stilistische missers in de vorm van eindeloos herhaalde inversies: 'Nog rook het fijn naar smeervet en olie. Nog hing de stilte plechtig tussen de katrollen en kranen. Nog stoorde geen roep de dromen van het metaal.' Ook bezondigt de verteller zich dikwijls aan het gegluur door vensters en sleutelgaten, want een minder geforceerde manier om de lezer op de hoogte te brengen van de geheimen der bijfiguren wist Wildenhain kennelijk niet te verzinnen.

Daarbij komt dat de titel meer belooft dan de inhoud waarmaakt; de marginale types in de roman hebben immers slechts zijdelings te maken met de RAF en de historische Duitse Herfst. En toch is Erste Liebe... de moeite waard: als het sensibele portret van een triest stel jongeren.

Schleyer.......