Eigen boezem

Wie het Eurovisie Songfestival wil winnen, moet een liedje insturen dat bij de jury goed zal vallen. Het behoeft waarschijnlijk voor niemand toelichting dat in dat verband de term 'kwaliteit' een relatief begrip is. Gelukkig schrijven de reglementen van de European Broadcasting Union niet voor dat de inzending tot stand dient te komen op voordracht van de beroepsorganisatie van liedjesschrijvers, het genootschap van klassieke componisten, de belangenorganisatie van Nederlandstalige popmuziek en de Nationale Jazzliga.

Bij de Academy of Motion Picture Arts and Science ligt dat anders. Omdat er voor de jaarlijkse toekenning van de Oscars gestemd wordt door leden van de Academy, een soort van brancheorganisatie, vereist het reglement dat de inzendingen in de categorie 'beste buitenlandse film' ook tot stand komen op voordracht van een nationale organisatie van mensen uit het filmbedrijf. Ze kunnen in Hollywood natuurlijk niet bevroeden dat er in Nederland acht van die organisaties bestaan en dat er in zo'n geval dus naar goed vaderlands gebruik een commissie ingesteld moet worden, waarin alle acht vertegenwoordigd zijn, vermeerderd met drie onafhankelijke adviseurs. Zo bogen zich vorige week afgevaardigden van onder meer het Genootschap van Nederlandse Speelfilmers (GNS), de Nederlandse Beroepsvereniging van Film- en Televisiemakers (NBF), de Vereniging van Nederlandse Speelfilmproducenten (VNS) en de Dutch Independent Filmmakers Association (DIFA) over de vraag welke Nederlandstalige lange speelfilm de nationale driekleur volgend jaar in Amerika zal moeten verdedigen.

In die vergadering gebeurde iets geks. Tegen de verfilming van Bordewijks Karakter door de debuterende regisseur Mike van Diem zijn veel bezwaren in te brengen, maar het is evident dat ze er in Hollywood wel pap van zullen lusten. Een grootscheepse kostuumfilm van internationale allure, het Hollandse antwoord op The English Patient, met een hoofdrolspeler (Jan Decleir) die ze daar al kennen uit de eerder genomineerde films Daens en Antonia's Line, bovendien al verzekerd van een Amerikaanse distributeur die een campagne kan bekostigen, dat leek geen moeilijke discussie te hoeven worden. Het liep anders: een meerderheid van zeven van de elf leden van de commissie gaf de voorkeur aan All Stars van Jean van de Velde, die weliswaar in eigen land drie keer zo veel bezoekers trok als Karakter, maar toch weinig kans lijkt te maken in een land dat nog weinig affiniteit heeft met sterren als Antonie Kamerling en Danny de Munck, en evenmin goed ingewijd is in de tradities rond het voetbalspel.

Dat vond ook Rolf Koot, de producent van All Stars, en hij bedankte voor de eer, onder vermelding van zijn voorkeur voor het inzenden van Karakter. Via zijn distributeur PolyGram werd deze edelmoedige daad de volgende dag al naar de pers gelekt, zodat niemand onkundig hoefde te blijven van de gang van zaken.

De commissie moest opnieuw bijeenkomen, en stemde, onder heftig gemor, per fax in tweede instantie alsnog voor Karakter. We zullen zien hoe dat afloopt, maar ik wed dat een eventuele overwinning van de film vele vaders zal kennen.

De moraal van het verhaal is dat de Nederlandse speelfilmwereld in zo'n grote staat van verwarring verkeert, dat men de eigen collectieve belangen niet meer herkent. Werd tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht, elke openbare kritiek op Karakter een paar weken geleden nog beschouwd als een vorm van landverraad, een paar dagen later bleek het achter gesloten deuren naar beneden halen van de meest Oscarfähige film ineens een dominante behoefte. Op een NBF-forum in Utrecht werd 'de filmkritiek' gebrek aan solidariteit met 'het filmbedrijf' verweten, alsof daar een afspraak over zou bestaan; het lijkt me verstandig als die beroepsvereniging op een volgende vergadering eens de hand in eigen boezem steekt.