Een werkloze vampier wordt leraar; Twaalfjarige schrijft griezelboek

Sam van Rooy: De Vampierenmoord. Uitg. Houtekiet, ƒ 16,90.

Hoe wordt je beroemd op je twaalfste? Schrijf een boek, zoals Sam van Rooy uit het Belgische plaatsje Deurne deed. Met zijn De Vampierenmoord is Sam van Rooy de jongste debutant uit de Vlaamse geschiedenis, en dat trok de aandacht. Alle belangrijke kranten in Vlaanderen schreven over hem, Sam verscheen in de televisiejournaals en was te horen in radio-programma's. De belangstelling komt ook van over de grenzen: in Nederland was hij in het jeugdjournaal en het Duitse tijdschrift Focus, dat gelezen wordt door zo'n vijf miljoen mensen, schreef een lovend artikel over hem.

Zelf vindt hij alle belangstelling “zeer tof”. “Maar”, vertelt hij, “Het is ook wel drukkend. Nu ik op de middelbare school zit heb ik veel huiswerk, en ik doe ook nog aan drie verschillende sporten. In de tijd die overblijft moet ik steeds interviews geven. Beroemd zijn is soms vervelend. Als ik juist van school kom en ik wil direct naar huis, dan is het wel lastig dat wildvreemde mensen me aanspreken.”

De Vampierenmoord is een spannend verhaal over Maarten en zijn leraar, Previam Verken, een nare enge man die in de pauze zijn kunstgebit gaat spoelen. In hoofdstuk twee wordt meester Verken vermoord op de speelplaats en Maarten gaat op onderzoek uit. Het blijft niet bij één dode, in De Vampierenmoord sneuvelen mensen bij bosjes. Nog spannender wordt het wanneer Maarten ontdekt dat er heksen en vampiers in het spel zijn. Vampiers en heksen zijn sprookjesfiguren, die werkloos zijn geworden omdat kinderen geen sprookjes meer lezen. Om toch iets om handen te hebben, zijn ze veranderd in kwaadaardige mensen, zoals Maartens leraar. Die heet niet voor niets Previam: hussel de letters door elkaar en je krijgt het woord 'vampier'. De directrice heet Els Skeh, ook al zo'n rare naam. Draai Skeh om en je krijgt...juist. Als je het eenmaal door hebt, ontdek je dat alle namen in Sam's boek verhaspelingen zijn van 'heks' of 'vampier'.

Zelf houdt hij niet zo van vampierverhalen, vertelt Sam. “Ik lees liever avonturenboeken. Hoe de vampiers in mijn boek zijn gekomen, weet ik niet. Het ging vanzelf.” Wie denkt dat Sam een echt stuudje is omdat hij een boek heeft geschreven, heeft het mis. “Ik hou helemaal niet van schoolgaan. Je moet er zo lang stilzitten en je mag er niet babbelen.” Lezen doet Sam wel graag, en taal heeft altijd zijn interesse gehad. “Ik wilde weleens voelen hoe het is om zelf schrijver te zijn.”

Op zomaar een middag begon hij aan een verhaal, op zijn vaders computer. Uit verveling eigenlijk, Sam was computerspelletjes aan het spelen, maar die kende hij nu wel. Na tien bladzijden besloot hij om er een boek van te maken, als verrassing voor zijn vader. Na een week was het af, uitgegroeid tot bijna tachtig bladzijden. Zijn vader was apetrots. Hij nam zijn zoon mee naar Vers van de Pers, waar uitgevers hun nieuwe publicaties voorstellen. Tot Sams eigen verbazing was één uitgever direct geïnteresseerd. Op zoek naar meer jong talent besloot de uitgever, Houtekiet, tot het organiseren van een wedstrijd, waarvan de winnaar het omslag zou mogen tekenen. Als beste kwam de zestienjarige Paloma Loua Godemont uit de bus, die een passend kleurige en bloederige tekening maakte.

Sam heeft zijn uitgever ertoe aangezet, om in de toekomst meer wedstrijden te organiseren voor jeugdliteratuur. De wedstrijd zal de Mathilda-Prijs gaan heten, naar een boek van Roald Dahl, en is bedoeld voor kinderen die schrijven voor kinderen. Bij uitgeverij Houtekiet denkt men, dat er misschien nog meer jonge schrijvers in de dop zijn zoals Sam van Rooy. Het idee is nog in een pril stadium, maar Sam van Rooy is alvast een ereplaats in de jury beloofd.

Het succes van Sam kan niet meer stuk. De eerste druk van zijn boek is al helemaal uitverkocht, en ook in Nederland wordt het verkocht. Schrijver zijn is niet moeilijk, vindt Sam. “Het ging vanzelf. Ik begon, en wist zelf nog niet hoe het zou aflopen. Dat kwam gaandeweg.” Of hij later schrijver van beroep wil worden, weet hij nog niet. “Ik wil liever iets met sport doen, of leraar worden.” Sam is intussen al weer bezig aan een volgend boek. Dat speelt zich af in de oudheid, in Egypte. “Daar zijn pyramides en ondergrondse gangen”, vertelt hij. “Daar kunnen vast heel spannende dingen gebeuren.”