Een sprekend puberhart

Bart Moeyaert: Wespennest. Querido, 128 blz. ƒ 24,90

Bestaat een puber alleen maar uit een hart? Je zou het soms denken, en voor Suzanne uit Bart Moeyaerts Wespennest geldt het zeker. Alles wat ze doet en zegt wordt ingegeven door emotie.

Ze houdt van haar moeder maar ergert zich ook kapot aan haar, en schaamt zich half dood voor haar. Ze is enorm loyaal aan een veel oudere vriendin, wat haar in grote moeilijkheden brengt in het dorp. 'Je bent tenslotte alleen Suzanne', zegt een jongen tegen haar die toevallig met zijn scooter een dagje in het dorp is en die zo mooi is, oh zo mooi is hij: 'Ik moet aan bloot denken, zoals hij daar ligt. Onder zijn kleren is hij bloot. Ik raak hem aan, maar gelukkig kan hij het niet aan me zien, kan hij het niet voelen, omdat ik hem alleen in mijn hoofd aanraak.'

Over puberboeken of jeugdromans wordt nogal eens misprijzend en wegwerperig gedaan, ze zouden vlees noch vis zijn, overbodig want bedoeld voor lezers die ook best volwassen literatuur zouden kunnen lezen. Toch bloeit het genre meer dan ooit tevoren en zijn er zelfs sinds kort aparte prijzen voor ingesteld, de gouden en zilveren zoenen, die de afgelopen keer naar allemaal prachtige en bijzondere boeken gingen. En wie deze roman van Moeyaert leest zal het niet snel in zijn hoofd halen om te denken dat hij een overbodig genre onder ogen heeft. Moeyaert neemt zijn lezers serieus, of ze acht zijn of zestien of tweeëndertig - dat maakt hem niet uit. Hij legt niets uit dat de lezer ook zelf zou kunnen begrijpen, hij suggereert en veronderstelt en is niet bang voor een beeld.

Wespennest speelt zich af op de middag en de avond van een bloedhete dag, de dag van het jaarlijkse dorpsfeest. Hitte en feest, hitte en drank en dan nog de haat tegen de man die een hondenkennel heeft die met altijddurend geblaf het hele dorp op stelten zet - dat is bij elkaar een explosief mengsel. En op deze dag is Suzanne nog de enige in het hele dorp die tegen het vertrek van de kennel is, nadat ook haar moeder de petitie heeft ondertekend die vraagt om het verdwijnen van de honden. Het gaat Suzanne niet om de honden, het gaat haar al helemaal niet om de eigenaar van de kennel, een hardhandige rotzak die zijn vrouw slaat, maar het gaat haar om die vrouw, de vrouw die vroedvrouw is geweest bij haar geboorte. Want, denkt Suzanne, als de honden weg moeten, zal de man een zondebok kiezen. 'En hij zoekt nooit ver. Hij kijkt eens om zich heen en jij bent het dichtste in de buurt.'

Het verhaal van deze dag wordt afgewisseld met herinneringen aan de eerste zeven jaar van Suzannes leven: 'Ik dacht aan mijn vader en mijn moeder. Hoe ze een keer gearmd in de tuin achter ons huis stonden en uitkeken over de velden. Mijn vader zei iets over de lucht en de aarde en dat die twee altijd bij elkaar waren. En toen kuste hij mijn moeder.' De eerste zeven jaar van Suzannes leven eindigen als haar vader tijdens een boswandeling door jagers doodgeschoten wordt, omdat ze hem aanzien voor wild.

In die herinneringen spelen ook de vrouw en de man van de kennel een rol, de eerste een liefdevolle, zorgzame, de tweede een gewelddadige. Het is misschien vanwege dat verleden dat Suzanne de avond van de bloedhete zomerdag de man regelrecht het dorpsfeest instuurt, regelrecht de dronken, opgefokte menigte in die hem haat. 'Ik glimlach van trots: ik ben er in mijn eentje in geslaagd Rudi naar een plek te sturen waar hij in jaren niet meer is geweest. Hij loopt gewoon blind zijn ongeluk in. Als ze daar verderop een beetje meewerken met z'n allen.'

Alles in dit boek is begrijpelijk, maar ook is bijna alles verschrikkelijk. Het leven is niet lief, dat was het ook in Moeyaerts vorige boek Blote handen niet, en ieder, vooral als ieder een kind is, hunkert naar dat het wél lief zou zijn, en heel, en veilig. Maar de mensen werken niet goed op elkaar, sommigen zijn ook gewoon botteriken of agressievelingen en bescherming is er niet veel te vinden. 'Niet lief' betekent niet 'zonder liefde'. Als weinig anderen weet Moeyaert iemand een gebaar te laten maken, een half zinnetje te laten uitspreken, een stembuiging of een handbeweging mee te geven die duidelijk maken: deze iemand weet wat het betekent om van iemand te houden. Het maakt de oningeloste verlangens en het verdriet schrijnender, het kan immers ook anders. Maar het gáát niet anders, niet bij een schrijver die zo precies en subtiel het menselijk tekort beschrijft. In een jeugdroman.