Defensie juist in ontslagzaak

UTRECHT, 17 OKT. Het ministerie van Defensie hoeft het ontslag van zijn voormalig maatschappelijk werker F. Spijkers niet ongedaan te maken. Ook een schadevergoeding kan achterwege blijven. Dit heeft de Centrale Raad van Beroep in Utrecht bepaald in de zaak die Spijkers had aangespannen tegen zijn vroegere werkgever. Spijkers reageerde vanmorgen geschokt: “Mijn enige hoop is nu gevestigd op de Tweede Kamer”.

Spijkers voert al tien jaar strijd tegen het ministerie, eerst tijdens zijn ziekteverlof en na zijn ontslag in 1993 als ex-werknemer. De maatschappelijk werker meent dat hij “er uit gewerkt is” omdat Defensie het hem kwalijk neemt dat hij de weduwe van een beroepsmilitair de waarheid heeft verteld over een ongeluk met een oefenmijn. Dat ongeluk kostte de militair Ovaa het leven en was volgens het ministerie in eerste lezing te wijten aan onvoorzichtigheid. Later werd erkend dat er iets mis was met het gebruikte type oefenmijn. Spijkers schreef dat vooral toe aan zijn bemoeienis met deze kwestie.

De Centrale Raad ziet evenwel geen rechtstreeks verband tussen beide zaken. Ook uit de stukken valt volgens de Raad niet de conclusie te trekken dat Spijkers' bemoeienis met deze kwestie bij zijn ontslag een rol van betekenis heeft gespeeld. De beschuldiging van de ex-maatschappelijk werker dat hij door het departement in ernstige mate werd “gepsychiatriseerd” en de artsen van de geneeskundige dienst hem voor “krankzinnig” wilden laten doorgaan, wordt volgens het college evenmin waargemaakt.

Aan het rapport van de 'Geneva Initiative on Psychiatry' waarin de gang van zaken rond Spijkers werd veroordeeld, behoeft volgens de Raad geen “doorslaggevende betekenis” te worden toegekend. In andere stukken, onder meer door de vroegere staatssecretaris van Defensie Frinking werd in dit verband wel het woord “psychiatrisering” gebruikt. De Tweede Kamer heeft eerder laten weten nog over deze kwestie te zullen praten.

Defensie hoeft Spijkers geen schadevergoeding van 800.000 gulden te betalen. De Centrale Raad acht de getroffen regeling waarbij het salaris gedurende een groot aantal jaren voor het grootste deel wordt doorbetaald fatsoenlijk genoeg. Hierbij hebben de rechters tevens overwogen dat het ontslag in belangrijke mate is te wijten aan Spijkers zelf: “Hij heeft zich vastgebeten in het conflict en is, hoewel daartoe in staat gesteld, niet in staat gebleken om in overleg met Defensie tot een oplossing te komen”.