De tweede Afrikaanse Biënnale in Johannesburg; Waarom moet cultuur toch altijd naar de townships worden gebracht?

In Zuid-Afrika wordt de tweede Biënnale gehouden, onder meer aan het Joubert Park in Johannesburg: “Oh grote goden, een van de gevaarlijkste civiele plaatsen ter wereld”. Artistiek leider Okwui Enwezor rept van 'mondiale uitwisseling' en 'post-nationale cultuur', maar de taal van de kunst is niet altijd even makkelijk verstaanbaar.

De tweede Afrikaanse Biënnale in Johannesburg duurt tot 18 januari 1998

Went looking for Africa

and found

a bowl of butter beans

on a grave

newspapered walls

for the spirits

to read

rice

in the corners

a pan

of vinegar water

up under the

bed*

De oude elektriciteitsfabriek wenste niet te capituleren. Terwijl het ene na het andere gebouw uit het oude Johannesburg in de 'nieuwstad' tegen de vlakte ging hield het negentiende-eeuwse pand, opgetrokken uit rode baksteen, trots zijn muren overeind. Jarenlang was er alleen maar leegte en verval, geen turbines of geen draden. Geen kracht.

Maar sinds kort woont er weer geluid in de stroomfabriek, het huist in alle hoge hoeken, weerkaatst onder de aluminium golfplaten, maakt een rondje langs deze bezoeker en gene. De fabriek is herboren onder de naam Electric Workshop, die het klokhuis vormt van de Biënnale, afdeling Afrika. Het ruikt er naar leven: verse verf, linoleum en vluchtige sporen van parfum.

Beneden op het beton schreeuwt een danseres haar medespelers aanwijzingen door. Schoonmaaksters in gele schorten krassen met hun bezems het laatste vuil weg. Op niveau drie voert een gevangen vader een videogesprek met zijn basketball-gekke zoon, pa in zijn namaak-cel, de terneergeslagen jongen in zijn tienerkamer. 'Tell me boy, do you ever feel ashamed of daddy?'

Johannesburg, de stad van goud, zoals zij zichzelf graag noemt, is een echte werkstad. Hier verdient Zuid-Afrika zijn geld, in de mijnen en de handel, elders: aan de kusten van de Kaap, geeft men het uit. Kunst is er een schaars goed, een enkele galerie, een paar theaters, daar moeten de twee miljoen inwoners het mee doen. Of moet je zeggen: daar hebben de (Johannes-) burgers genoeg aan? Een doordeweekse voorstelling in het romantische, vergeelde Windybrow-theater of het knusse Market Theatre trekt in elk geval doorgaans maar een handvol bezoekers.

Nu gaat het gebeuren, de Biënnale, 'Afrika's grootste kunstexpositie'. En waarover spreken zij? Hoeveel geld het gaat opleveren en hoeveel banen. 100.000 bezoekers schat woordvoerster Susan Glanville vol vurig zelfvertrouwen, goed voor een recette van 10 miljoen rand (4,3 miljoen gulden). Dat is gezien het magere theaterbezoek erg optimistisch geredeneerd.

De Biënnale 1997 grijpt bovendien, anders dan aflevering één, twee jaar geleden, erg hoog. In 1995 stond Zuid-Afrika centraal. Het land had zich net vrijgemaakt van een lange akelige tijd, waaronder twee decennia culturele quarantaine door de internationale boycot.

Venijn

De tweede Biënnale, met als motto 'Handelsroutes: geschiedenis en aardrijkskunde', gaat uit van 'normale' omstandigheden. Het woord dat begint met apart en eindigt op -heid wordt niet meer genoemd. De nieuwe artistiek leider, Okwui Enwezor, spreekt met venijn op zijn tong over de 'nationalistische aanpak' uit het verleden. Hij bracht het aantal Zuid-Afrikaanse participanten daarom terug van de 300 (zestig procent van alle deelnemende kunstenaars) uit 1995, naar 36 nu (20 procent). Enzewor trekt een diepe frons door zijn Nigeriaanse voorhoofd en zegt: “Handelsroutes stelt de vraag: is er op dit moment van gewelddadig nationalisme zicht op een post-nationale staat van cultuur?” De schrijver/regisseur, woonachtig in New York, blinkt uit in wollige woorden. “De Biënnale gebruikt het samenvloeien van de Atlantische en de Indische Oceaan bij de Kaap de Goede Hoop en de opening van de zeeroute naar India in 1498 door de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama om de mondiale uitwisseling van cultuur te onderzoeken... wij schrijven cultuur binnen de dialectiek van de geschiedenis van de moderniteit.”

Naast zijn streven naar een 'internationale culturele gemeenschap' heeft Enzewor nog een ideaal: kunst moet democratisch zijn. Of zoals hij het omschrijft: “Kunst is geen puur verschijnsel, maar een taal die onze verhouding tot de wereld uitdaagt en ingewikkeld maakt... debat is een teken van leven.” Vanuit die optiek scheldt Enzewor de kantine-juffrouw verrot omdat ze 'disgusting slechte koffie' heeft gezet en schroomt hij niet op een forum een breedsprakige vragensteller toe te bijten dat het mooi genoeg is geweest.

De exposities van de Biënnale zijn verdeeld over zes locaties: vier in Johannesburg en twee in Kaapstad, 1.400 kilometer zuidwestwaarts. In de Electric Workshop heeft 'Alternating Currents' (Wisselstroom) plaats, een megaproject waarvan de tientallen samenstellende delen volgens mededelingen van de organisatie moeten verwijzen naar 'postkolonialisme, culturele en economische globalisering en multiculturalisme'. Wollige woorden, waarbij men zich in sommige paviljoens nog wel iets kan voorstellen - bij de fotowand met alle kleuren Afrikaanse mensen of de collage van haarsoorten, een net met lekkende flessen. Maar veel ingrediënten zijn ook vaag en ver weg. Moet beeldende kunst begrijpelijk zijn? Misschien niet, maar de vraag is dan hoeveel inwoners van Johannesburg 'Wisselstroom' zullen waarderen en er, via mond-tot-oor-reclame op af zullen komen, zoals de organisatoren, gezien hun optimistische schatting van de bezoekersaantallen, lijken te verwachten.

MuseuM AfricA, locatie twee, herbergt 'Transversions', een expositie van abstracte videokunst aangevuld met bakstenen en staketsels opgetrokken van machetes en suikerriet. Psychedelische muziek als bloemetjesgordijn. Hier gaat het om 'onderzoek naar de uitwisseling en her-uitvinding van hedendaagse culturen'. Het is zonder twijfel smulkoek voor de liefhebber van surrealistische, extravagante en vooral niet te duiden kunst. Neem een van de vele donkere ruimtes: er draait een wazig filmpje van een amechtige man die zijn mond volpropt met een onbekende eetbare substantie. Langs de wand veertig koekmannetjes als getuigen.

In het belendende perceel toont de Rembrandt van Rijn Kunstgalerie de kleine tentoonstelling 'Hong Kong etc.'. Tsja, een paar maquettes van Amerikaanse bouwwerken, twee grote aardewerken bassins gevuld met Amerikaanse levensmiddelen (althans de verpakking) en een videootje. Hongkong? Niets van te bespeuren.

Gevaarlijk

En dan de Johannesburg Art Gallery. Oh grote goden, aan het Joubert Park, in Hillbrow. Een tentoonstelling op een van de gevaarlijkste civiele plaatsen ter wereld, waar moord, doodslag en beroving tot kunst zijn verheven. Niemand is dan ook gekomen, behalve ik, om hier 'Important & Exportant' te bewonderen. Een kunstenaar heeft foto's uit het oude en nieuwe Oost-Duitsland opgehangen en vergeleken wat er is verdwenen aan openbaar socialistisch kunstbezit. Aardig om te zien, maar, zoals de andere onderdelen, onbegrijpelijk vanuit het idee van de 'handelsroutes'.

Nee, wat de Biënnale in Johannesburg het meest duidt, is in feite het parallelle filmfestival, 'African Dreaming', een presentatie van korte films afkomstig van het hele continent. Er zitten juwelen bij, men ruikt Afrika; enkele films hebben al hoge ogen gegooid op buitenlandse filmfestivals. Neem The Homecoming van Richard Pakleppa uit Namibië. Prachtige stills van landschappen, een taal met de vele klikgeluiden die een genot is voor het oor en er zit een verhaal in. Of Mamlambo gemaakt door de Zuid-Afrikaanse regisseuse Palesa Letlaka-Nkosi. Mamlambo is van origine een mythisch herdersverhaal over het goede en het kwade en een deus ex machina. In de film is het verhaal gesitueerd in Hillbrow. Zwart zwervertje wordt verliefd op jong Chinees hoertje, steekt haar souteneur lek en moet daarom vluchten als een vogel. Palesa Nkosi geeft hoog op over de 'Afrikaanse film' in zijn algemeenheid, maar heeft weinig waardering voor de Biënnale. “De organisatie steunt te veel op buitenlanders. De meest simpele dingen weten ze niet omdat ze de stad niet kennen.”

Ze vindt ook dat er teveel 'gezeurd' wordt over kunst. “Waarom moet cultuur toch altijd naar de townships worden gebracht? De mensen moeten juist hier naar toekomen. Het gaat alleen maar om het bevredigen van een blank schuldgevoel.”

De Electric Workshop nog een keer: 'Wisselstroom'. Duizenden groene pepertjes liggen op de grond, keurig aangeharkt in een rechthoekig parkje. In het midden de rode soortgenoten. Zes vrouwen uit het township Alexandra kijken ernaar. Ze vinden het erg mooi. Maar, 'kunnen we de pepers later nog gebruiken?'

Went looking for Africa

and found it

tightly woven in a woman's hair*

* citaten uit gedichten, geschreven op aardewerken borden, als deel van 'Alternating Currents'.