De high five

Twee reuzen slaan de handen ineen. Dat wekt bij de dwergen gemengde gevoelens. Het is wel een mooi schouwspel, die moderne manier om elkaar een hand te geven, niet recht uitgestrekt, maar de rechterhand rechtop aan de gebogen onderarm, op ongeveer oorhoogte gehouden. Dat doet de wederpartij ook.

De handen raken elkaar waarbij de palmen het grootste deel van deze ontlading van ontmoetings-energie opvangen. De klap van de bezegeling klinkt nog luider, en nog duidelijker zien de toegestroomde dwergen dat het tussen deze twee reuzen beter botert dan ooit. Ze hebben elkaar de high five gegeven; dat is de naam voor deze publicitaire aanraking.

Ik stel me voor dat zo ongeveer de fusie tussen Reed Elsevier en Wolters Kluwer, tussen Time Warner en Ted Turner, tussen Microsoft en Gigabite, tussen Ende en Mol, en tussen zoveel anderen en zoveel anderen is gegaan. Het is goed voor ons dwergen dat de reuzen het in het openbaar opperbest met elkaar kunnen vinden. Waarom dat zo is weten we niet precies, maar het is wel eens anders geweest, toen kleinere reuzen dan deze postmoderne de dwergen opaten in plaats van te beloven dat één dubbele reus de dwergen veel beter op hun wenken kan bedienen dan twee enkele.

De universiteitsbibliotheken vertrouwen het nog niet. “Deze uitgevers hadden de neiging om hun abonnementsprijzen van wetenschappelijke tijdschriften met 10 tot 15 procent per jaar te verhogen,” aldus dr. Paul Soetaert van de Erasmus Universiteit. “De bibliotheken kunnen dat niet meer opbrengen.” Hij vindt een prijsverhoging van 3 procent redelijk. De bibliothecaris van de Universiteit Maastricht is het met hem eens. Hij wil dat de bibliotheken een internationale zullen gaan vormen die tegen de uitgevers front kan maken.

Intussen is nog een ander vraagstuk in ontwikkeling. Gesteld: het ogenblik breekt aan waarop een universiteit een paar abonnementen opzegt. De tijdschriften waarom het gaat worden voor een groot deel gevuld met bijdragen van het wetenschappelijk personeel, juist van deze universiteit. Er komt dus een ogenblik waarop de betrokken schrijvers, die over het algemeen tegen een gering of geen honorarium hun artikelen publiceren, dat doen in tijdschriften die hun universiteitsbibliotheek zich niet meer kan veroorloven. Niets is dodelijker voor de meeste schrijvers, en zeker voor de wetenschappelijke, dan het besef dat ze niet meer worden gelezen. Ze schrijven voor de stikdonkere nacht. Daar beginnen ze niet aan. In zekere zin is dat probleem dus opgelost. Die universiteit mag dan deze tijdschriften niet meer in haar bibliotheek hebben, maar in ieder geval ook geen schrijvers die daarin nog willen publiceren. Twee vliegen in één klap!

Andere oplossing. De bibliotheken gooien per jaar 10 tot 15 procent op de prijs voor het uitlenen van boeken, of als ze dat tot nu toe gratis doen, of het is bij het collegegeld inbegrepen, dan beginnen ze nog dit jaar met een heffing. Die heet dan 'synergiesubsidie tot bevordering van win-win situaties'. De internationale van publicisten (die zich al beperkt heeft in het opvoeren van de honoraria) keert uit de pot van deze synergiesubsidie een leengeld aan de medewerkers van de tijdschriften uit. Daardoor kan voor de reuzen in ieder geval één kostenpost - die van de honararia - beperkt worden gehouden. De reuzen zijn voorlopig tevreden en hun publicisten ook.

Alleen degenen die boeken en tijdschriften lenen, blijven meer betalen. Daar komt de grens-student, degene die nog wel geld heeft om te studeren: collegegeld, OV-jaarkaart, drie keer per week een gezonde Big Mac met frieten - maar voor wie een bepaald tijdschrift over voedingsleer te duur is geworden. Dan nog maar één keer de Big Mac mèt dit geleende tijdschrift, of drie keer zonder? Deze student moet kiezen tussen wetenschap en ondervoeding. Het is wel schrijnend dat hij juist het doorgronden van de voedingsleer als hoofdvak heeft gekozen. De internationale van de bibliotheken, die van de wetenschappelijke publicisten en de reuzen hebben geluk. Deze onverzadigbaar leergierige kiest voor het tijdschrift, tegen zijn twee Big Macs. Deze mens wordt de eerste die empirisch de ondervoedingsleer zal gaan studeren, of beter: aan den lijve zal ontwikkelen.

Bijna veertig jaar geleden verscheen Michael Young's The Rise of Meritocracy. Ik citeer het motto: 'The courage and imagination with which the development plan is drawn, the energy and the judgment with which it is carried into effect, will not only determine the future of our educational system, but may largely shape the future course of the nation's forward march. - The Nations Schools, Ministry of Education, 1945.' Op de vrije markt is voor de meritocratie een nieuwe fase aangebroken.