De feestjes zijn belangrijker dan de Messe zelf

Naast veel gerenommeerde uitgevers wemelt het op de Franfurter Buchmesse ook van de marginale of excentrieke firma's. Dat varieert van de Scientology Kerk tot een Libische uitgeverij die louter studies over Muammar Khadaffi's 'Groene Boekje' uitgeeft.

FRANKFURT, 17 OKT. Boeken worden er op de Frankfurter Buchmesse niet eens zoveel verkocht. Weliswaar werd gisteren bekend dat de Franse rechten voor Nooit meer Slapen door uitgeverij Actes Sud gekocht zijn, dat Geert Maks Kleine geschiedenis van Amsterdam in het Engels gaat verschijnen, en dat ook Kader Abdollah, Haasse, Couperus, Draaisma en Slauerhoff geld in het laatje hebben gebracht - maar de meeste van deze deals waren al lang van tevoren gemaakt door de uitgevers. In Frankfurt worden ze hoogstens beklonken. Steeds meer uitgevers kopen een boek zelfs vlak voor de beurs, om te voorkomen dat ze op de Buchmesse in een veiling terechtkomen waar de prijs verder wordt opgedreven.

Eén dag voor Frankfurt kocht uitgeverij Vassallucci de autobiografie van rapper L.L. Cool J, en verkocht Tweede vader, het nieuwe boek van Chaja Polak. De beurs zelf is voor directeur Oscar van Gelderen meer een kwestie van netwerken. “Wij beginnen pas om elf uur 's ochtends omdat we tot twee, drie uur 's nachts alle parties aflopen”, legt hij uit. “Dat zijn er al snel twee tot drie per dag. Parties zijn vaak efficiënter dan de beurs zelf omdat je er buitenlandse collega's kort kunt spreken zonder dat je er twintig minuten voor over het Messe-terrein hoeft te lopen. Er zijn elk jaar vaste feestjes. Berlin en Fischer Verlag altijd op dinsdagavond, en donderdag heb je de Franse uitgeverij Seuil. Wat de prijzen betreft wordt hier trouwens veel opgenaaid. Wij bieden in Frankfurt niet zoveel op boeken, want op de day after houd je er vaak een naar gevoel aan over.”

Voor directeur Mai Spijkers van Prometheus is het precies andersom: hij wil wel bieden maar hij kan niet. De Duitse uitgever van het boek waar hij in geïnteresseerd is, wil wachten tot twee weken na de Buchmesse alvorens hij een bod accepteert. “Het is een boek waar iedereen achteraan zit: Das Blütenstaubzimmer van de jonge schrijfster Zoë Jenny”, zegt Spijkers. “Ze is de dochter van de uitgever en heeft een belangrijke prijs gewonnen. In haar boek beschrijft ze het gevoel op te groeien als kind van gescheiden ouders, een beetje zoals de dochter van Bernard-Henri Levy dat ook heeft gedaan.”

Naast honderden uitgeverijen van naam en faam wemelt het in Frankfurt ook weer van de marginale of excentrieke firma's. De in Duitsland toch weinig geliefde Scientology Kerk is prominent aanwezig met een stand en een rondrijdende, muziek makende dubbeldekker. Op de Arabische afdeling is er het World Center for Studies and Research of the Green Book: een Libische uitgeverij die louter studies publiceert over het 'groene boekje', waarin Muammar Khadaffi eind jaren zeventig zijn ideeën over het islamitisch socialisme op schrift stelde. In de stand zitten vier mannen samenzweerderig rond een tafeltje. Als ik ze iets vraag zegt de oudste van de vier, een pijp in zijn mond, achterdochtig: “Jourrrnalist?” Ik knik. Vervolgens gromt hij: “Jourrrnalist kaarrrt!” Als ik mijn perskaart heb getoond zegt hij, alsof hij een gunst verleent: “Nú mag je vragen stellen.”

Zijn collega Abdalla Sherlala wil wel uitleggen wat het World Center doet. “Khaddafi's theorie valt uiteen in drie delen, waarover veel te bestuderen valt. Sinds 1981 hebben wij zo'n tweehonderd titels uitgebracht. Stel dat u een paragraaf van het Groene Boekje wilt bestuderen, dan kan uw studie bij ons gepubliceerd worden.”

's Avonds geeft Vassallucci in één van de salons van het chique Frankfurter Hof-hotel een feestje ter viering van het tweejarig bestaan. Op een videoscherm verschijnen beelden van de succes-auteurs van de uitgeverij: Lulu Wang, Abdelkader Benali, over wie we te horen krijgen dat zijn debuut na vandaag ook in Denemarken, Spanje en Frankrijk zal verschijnen. Uitgevers, vertegenwoordigers en andere aanwezigen luisteren toe, een wijntje in de hand. “Dít is de Frankfurter Buchmesse”, grijnst één van hen. “De rest is alleen maar de aanloop.”