Beperkingen aan gevaarlijke stoffen in kinderspeelgoed

ROTTERDAM, 17 OKT. Staatssecretaris Terpstra (VWS) gaat grenzen stellen aan de schadelijke stoffen in plastic speelgoed. Zij heeft hierover onlangs een akkoord bereikt met de speelgoedfabrikanten, zo heeft het ministerie van VWS bekend gemaakt.

De weekmakers in plastic speelgoed, zogeheten ftalaten, zijn slecht voor de gezondheid. Het ministerie gaat zoeken naar een methode om te berekenen hoeveel ftalaten kinderen binnenkrijgen door zuigen en sabbelen op bijvoorbeeld bijtringen van zacht pvc. De stoffen zijn waarschijnlijk kankerverwekkend, concludeerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) eind juli in een rapport. Ze kunnen bij kinderen de hormoonhuishouding verstoren en afwijkingen aan het geslachtsorgaan veroorzaken. Bij volwassenen zouden ftalaten tot onvruchtbaarheid leiden. Het effect van ftalaten op de gezondheid van baby's is nog onbekend.

Volgens de Hoofdinspectie gezondheidsbescherming, voorheen de keuringsdienst van waren, is er geen reden voor paniek. Baby's zouden hooguit vier maanden op bijtringen sabbelen, waardoor zij slechts een korte periode aan de ftalaten worden blootgesteld.

Niettemin dringt de inspectie er bij de fabrikanten op aan geen speelgoed van met weekmakers versoepeld pvc meer op de markt te brengen en bestaande artikelen uit de handel te nemen. De hoofdinspectie doet daarbij een beroep op het “verantwoordelijkheidsbesef” van de fabrikanten om vrijwillig over te gaan tot het niet langer verkopen van het speelgoed “om deze onnodige en ongewenste blootstelling” aan ftalaten in de “kwetsbare leeftijd” te voorkomen.

Een groot deel van de speelgoedhandel heeft gevolg gegeven aan de oproep om pvc-speelgoed niet langer aan te bieden. Wel hebben vertegenwoordigers van de speelgoedindustrie in een gesprek met de staatssecretaris benadrukt dat het speelgoed wordt geproduceerd in overeenstemming met de Nederlandse en Europese regelgeving. “Wij achten pvc volstrekt veilig voor het maken van babyspeelgoed. Onze industrie kent zijn verantwoordelijkheid”, aldus een woordvoerder.

Niet bekend