Abbado heeft het moeilijk met Tweede van Mahler

Concert: Berliner Philharmoniker o.l.v. Claudio Abbado m.m.v. Barbara Bonney, Petra Lang en Groot Omroepkoor. Gehoord: 16/10 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 18/10 14 u. Avro Radio 4.

Voor het eerst na het Mahler Feest van 1995 waren gisteravond de Berliner Philharmoniker weer in Amsterdam voor een Mahlerconcert. In 1995 dirigeerde Abbado de Vijfde en de Negende symfonie, nu stond de Tweede op het programma. Vooral het slot van de Negende maakte destijds diepe indruk: toen Mahlers ijle, hortende muziek ten slotte toch nog was uitgeklonken componeerde Abbado er nog een lange stilte aan vast, door met zijn roerloze armen het orkest te blijven 'dirigeren'.

Het was precies die spanning die nu in de Tweede goeddeels ontbrak. De Berliner speelden prachtig en produceerden een zeer gedetailleerd en open traditioneel Mahleriaans klankbeeld, met in het eerste deel door de eerste violen perfect uitgevoerde glissandi. Het tweede deel klonk intiem en wellustig, het scherzo miste innerlijke spankracht en een morbide uitstraling.

De alt Petra Lang zong Urlicht heel keurig en Barbara Bonney, die de zieke Charlotte Margiono verving, zong fraai in het 'O glaube'. Pas in het vijfde deel ontstond er iets van een suggestie waar het om gaat in deze 'Opstandingssymfonie' over leven en dood, over aards lijden en een eeuwig leven, over het contact met het universum, als er een hemels vuurwerk wordt afgestoken. Abbado had het ook daar moeilijk: in de passages waarin de posthoorn (gespeeld op de gang) van zeer verre klinkt, werd er steeds gehoest.

Maar het gebrek aan spanning lag toch vooral aan Abbado zelf: zijn interpretatie was niet scherp genoeg geprofileerd. Het ging hem meer om de dialectiek van dynamische schakeringen - van zeer zacht tot zeer hard - dan om de dialectiek van leven en dood, van aarde en hemel zoals die besloten ligt in de eerste regels van Urlicht: 'Der Mensch liegt in grosster Not! (-) Je lieber möchte ich im Himmel sein.'

Waar tevoren vooral een aangename klankwereld en een prettige esthetiek overheersten, kwam de 'Auferstehung' nu te weinig over als iets plechtigs en sereens, een bevrijding van aards leed, het verwisselen van het tijdelijke voor het eeuwige. Niemand deed dat beter dan Bernard Haitink, die overigens met de Berliner ook een prachtige opname maakte van de Tweede, toen hij met het Rotterdams Philharmonisch Orkest op 14 mei 1990 Mahlers Tweede symfonie op monumentale wijze uitvoerde, ter herdenking van het bombardement op Rotterdam, toen vijftig jaar geleden.