Vrijmerk bindt strijd aan met claims op 'ieders' taal

AMSTERDAM, 16 OKT. Koninkljke PTT Nederland heeft doodnormale woorden als telegram, postkantoor, semafoon ooit gedeponeerd als merknamen. Daarmee monopoliseert het bedrijf stukjes taal die van iedereen zijn, stelt Vrijmerk. De stichting dreigt het post- en telecommunicatieconcern met een proces als het zijn claims niet laat vallen.

J. Budding (bestuurskundige) en M. Kat (journalist), die onlangs de stichting Vrijmerk hebben opgericht, ergeren zich dood aan bedrijven die voor de hand liggende en beschrijvende taaluitingen monopoliseren door ze te laten registreren bij het Benelux Merkenbureau. Met hun stichting strijden ze tegen de deponerende bedrijven, en vóór de vrijheid van taalgebruik.

Koninklijke PTT Nederland werd hun eerste doelwit: eergisteren ontving de directie een brief met de sommatie een tiental merknamen door te halen. “Het is een hele grote, in het oog springende partij, die wel tweeduizend merken heeft gedeponeerd”, verklaart Vrijmerk-secretaris Kat de keuze voor KPN. “Het gaat om alledaagse taaluitingen die tot het publieke domein behoren.”

Als de PTT de merken niet vrijwillig doorhaalt, is Vrijmerk van plan het bedrijf voor de Haagse rechter te dagen.

KPN is intussen niet erg onder de indruk van de actie van Vrijmerk. “Ze zijn bij ons aan het verkeerde adres. Als ze vinden dat het merkenrecht niet goed is geregeld, moeten ze zich richten tot de wetgever”, zo reageert een woordvoerder.

De zegsman wijst erop dat KPN nu wordt aangepakt voor iets dat alle bedrijven doen. “Bovendien; als wij een merk niet registreren, doen anderen het. Andere partijen zouden ons gaan benadelen omdat ze dan vergelijkbare producten of diensten gaan aanbieden onder dezelfde naam.”

Sinds 1 januari 1996 kan het Merkenbureau elk depot weigeren van een merk dat te beschrijvend is of te zeer voor de hand ligt. Daarvoor was het bureau “lijdelijk”; alle merken konden zonder meer worden gedeponeerd.

Volgens K. Becks van merkenbureau Markgraaf is niet op voorhand te zeggen of de rechter Vrijmerk in het gelijk stelt. “Als een op zich beschrijvende naam, zoals bijvoorbeeld Bon Bon Bloc, eenmaal is ingeburgerd, is hij merkenrechtelijk beschermd. Het is de vraag of dat met een woord als gelukstelegram ook het geval is.”

Becks herkent het probleem wel: “Bedrijven hebben al snel de neiging om uit commercieel oogpunt hun product een vrij beschrijvende merknaam te geven. Wij adviseren ze dan een minder beschrijvende naam of zelfs een fantasienaam te gebruiken, omdat dat een sterker merk oplevert.” (ANP)