VEILIGHEIDSGEVOEL

Het spreekwoord 'hoe later de avond, hoe schoner volk' spreekt steeds minder Nederlanders aan. Hield in 1993 14 procent 's avonds de deur dicht als een onbekende aanbelde, in 1995 was dat 16 procent en dit jaar houdt 18 procent meestal de knip erop. Daarentegen vermijden in 1997 minder mensen dan voorheen 'enge plekken', waardoor het aantal mensen dat zich volgens de 'Politiemonitor 1997' wel eens onveilig voelt, stabiel op 29 procent is gebleven.

Gevoelens van onveiligheid zijn sterker bepaald door de groep waartoe iemand behoort, dan door de kans slachtoffer te worden. Dat zegt A.R. Hauber van het Criminologisch Instituut van de Leidse universiteit. Ouderen voelen zich onveiliger dan jongeren. Vrouwen voelen zich onveiliger dan mannen. “Terwijl jonge mannen de grootste kans hebben slachtoffer van een delict te worden.”

Per regio zit er lang niet altijd een samenhang tussen de criminaliteit en het gevoel van onveiligheid. “Friesland is de op één na veiligste provincie”, stelt korpschef Van Brakel, “maar het gevoel van onveiligheid is tamelijk groot.” Hij schrijft het gevoel van onveiligheid in kleine gemeenschappen toe aan het feit dat mensen daar weinig politie op straat zien en dat incidenten snel bekend raken. “Een inbraak wordt snel rondverteld. Op een flat in de grote stad kennen de mensen hun buren nauwelijks.”

'Blauw op straat' is volgens Hauber een goede remedie tegen gevoelens van onveiligheid. De invloed op criminaliteitcijfers, zeker geweldsdelicten, acht hij daarentegen tamelijk gering.

Het beste middel vindt Hauber goede informatie. “De meeste mensen voelen zich veilig in hun eigen wijk. Dat komt omdat ze ieder hoekje kennen.” Van Brakel is ook voorstander van duidelijke cijfers. “Laatst zag ik in een statistiek dat het aantal aanrijdingen op een waddeneiland met driehonderd procent was gestegen. Toen ik het nazocht, bleek het aantal aanrijdingen van één naar drie te zijn gegaan.”