Van Mierlo praat zich in Balticum begrip aan

Op eigen initiatief bracht minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) de afgelopen dagen een bezoek aan de drie Baltische staten. Gaandeweg de reis groeide het begrip van de minister voor de Baltische kwesties, waaronder toetreding tot de Europese Unie.

VILNIUS, 16 OKT. Nederland kent de politicus Hans van Mierlo al ruim dertig jaar als iemand die zichzelf zonodig dwars door de dossiers heen naar een opvatting spreekt, nu eens gekweld dan weer enthousiast inpratend op zichzelf en zijn gesprekspartners. De afgelopen dagen konden de Baltische staten kennismaken met dit fenomeen.

Voor Van Mierlo is elke plek geschikt als tussenstation: de dinertafel, de lobby van het hotel, het vliegtuig, een wandelpauze op een historisch plein in een verre stad, de antichambre van een buitenlandse president, premier of collega bij wie de minister op bezoek is. Deze methode van thinking by speech is niet alleen onconventioneel in de vaderlandse politiek en ongewoon op zijn ministerie, ze kan er ook toe leiden dat de minister binnen enkele dagen op een ander of veel scherper geformuleerd standpunt uitkomt dan zijn gesprekspartners maar even daarvoor meenden te hebben gehoord.

Een zekere semantische waarde kreeg deze week ook de reis die Van Mierlo in een paar dagen langs de drie Baltische republieken voerde. In Vilnius (Litouwen), Riga (Letland) en Tallinn (Estland) besprak hij de zogeheten Agenda voor het jaar 2000. Daarin zette de Europese Commissie midden juli uiteen welke kandidaat-landen volgens haar in 1998 wel en welke nog niet kunnen beginnen met ongetwijfeld langdurige toetredingsonderhandelingen tot de Europese Unie. Namelijk: Polen, Tsjechië, Hongarije, Slovenië, Cyprus en Estland wèl, Roemenië, Bulgarije, Slowakije, Letland en Litouwen nog niet.

De laatste groep landen heeft in economisch, wetgevend, democratisch en administratief opzicht volgens 'Brussel' nog een te grote achterstand, en staat ook daardoor nog te ver af van het niveau (het acquis) van de leden van de EU. Die landen hebben, ook in hun eigen belang, een langere voorbereiding nodig, oordeelde de Commissie. Over haar aanbevelingen moet voor eind dit jaar worden beslist. Op 25 en 26 oktober praten de EU-ministers van Buitenlandse Zaken erover in Luxemburg.

De aanbevelingen van de EU zijn in Letland en Litouwen slecht gevallen, zoals zondag al vrijwel direct na Van Mierlo's aankomst in Vilnius bleek in een gesprek met parlementsvoorzitter Vytautas Landsbergis. “Het is onprettig als je in de tweede trein zit, want je weet niet zeker of er straks echt nog een tweede trein vertrekt”, zegt Landsbergis, oud-president en begin jaren negentig voorganger van zijn land op de weg naar onafhankelijkheid van de gevreesde grote buur in Moskou.

Van Mierlo had hem bezworen dat de landen die nog niet voor de eerste onderhandelingsronde van de EU-uitbreiding worden uitgenodigd later aan bod zullen komen. Zij mogen erop rekenen dat de EU haar uitbreiding met alle kandidaat-landen ziet “als één proces”, waarin “iedere kandidaat een ticket heeft”. Druk uit Moskou of angst om Rusland te bruuskeren spelen bij de selectie geen enkele rol, had hij ook nog gezegd.

Maar dat was Landsbergis, een kleine grijze brildrager die in opiniepeilingen voor de Litouwse presidentsverkiezingen (midden december) op de derde plaats ligt, lang niet ver genoeg gegaan. Daarom lopen de paar minuten toelichting die hij wachtende Nederlandse journalisten heeft beloofd, even later uit tot een gesproken bezwaarschrift van ruim drie kwartier. Rusland is “instabiel” en “een gevaar voor eigen volk en zijn buren”, waarschuwt hij.

Met haar “politieke besluit” had de Commissie volgens Landsbergis verdeeldheid gezaaid onder de Baltische staten en een negatief signaal afgegeven aan potentiële buitenlandse investeerders in Litouwen en Letland. En als de EU-onderhandelingen straks, zeg met Polen, tegenvallen en de kosten te veel gaan oplopen, komen de achterblijvers van nu dan nog aan bod, vraagt hij zich af. Het is alsof hij wil zeggen: het zou deze eeuw niet voor het eerst zijn dat het Westen de kleine Baltische vrienden even in de steek laat.

Van Mierlo praat 's avonds laat in zijn hotel korzelig over de scepsis van Landsbergis: die man is een nationalistische conservatief op verkiezingspad, hij overdrijft met zijn vrees voor de Russische buurman. Maar de volgende avond, nadat de Nederlandse minister vergelijkbare vertogen heeft gehoord van de Litouwse president (Brazauskas), premier (Vagnorius) en minister van Buitenlandse Zaken (Saudargas) en nadat het verbale kauwen op de dossiers ook anderszins is begonnen, worden nuances in zijn betoog hoorbaar.

“Ik betreur het woord 'onderhandelingen'. Daarop wordt te veel accent gelegd. Dat is onjuist, want je kunt over een acquis niet onderhandelen. Bovendien wekt het de verkeerde indruk dat sommige landen erbij horen en andere niet, terwijl er geen sprake is van een eerste, tweede of derde groep”, zegt hij. Er moet straks vaker getoetst worden, liefst twee keer per jaar, of er niet toch al met de achterblijvers kan worden gesproken over toetreding.

Zij moeten ook vertrouwen krijgen “dat niemand uitgesloten is van het proces” door volop mee te kunnen doen in de Permanente Conferentie die is voorgesteld voor de begeleiding van de uitbreiding van de EU. En misschien moet de Unie binnen de financiële geldstroom die voor ondersteuning van de kandidaat-leden gedacht is (zo'n acht miljard gulden per jaar) het accent ook meer gaan verleggen ten gunste van de achterblijvers. Meer nog, er moet op zichzelf liefst meer geld voor die ondersteuning komen. De minister begint merkbaar op stoom te raken. Dat de Europese Commissie helemaal niet tegen deze en dergelijke suggesties is, lijkt maar een detail.

Ook in de herfstige oude Hanze-prachtstad Riga is de volgende dag de teleurstelling groot over de conclusies van de Europese Commissie. Wat ook blijkt is dat Van Mierlo wat verder is opgeschoven en nog meer begrip voor hun bezwaren tegen het “botte aanbod” van de Commissie heeft ontwikkeld. “Het spijt me dat de Commissie met haar manier van werken negatieve effecten heeft geprovoceerd”, zegt hij. Dat Estland in de voorhoede van de kandidaat-toetreders is gezet, moet vooral als een politiek signaal aan alle Baltische landen worden gezien, de Esten moeten solidair zijn met hun buren.

Dan, woensdag, is Van Mierlo in Estland, waar hij in Tallinn spreekt met een tevreden president (Meri), premier (Siimann) en minister van Buitenlandse Zaken (Ilves). Na afloop moet hij toegeven dat de Estse gesprekspartners koel hebben gereageerd op zijn oproep tot Baltische solidariteit. Zij hadden beklemtoond dat zij door een hard en vaak pijnlijk beleid tot betere prestaties waren gekomen en dat de Letten en Litouwers dat voorbeeld maar moesten volgen.

Op weg terug naar Schiphol zegt de minister dat hij voor betere begeleiding voor Litouwen en andere 'achterblijvers' initiatieven wil gaan nemen. Maar de Zuid-Europeanen zullen zich verzetten tegen het overhevelen van geld uit andere EU-potten, geeft hij toe. Moeilijke vraag ook: zou de VVD, de partij die hamert op beperking van de Nederlandse EU-netto-bijdrage, akkoord gaan met Van Mierlo's plannen?

Kortom: de minister heeft na een meerdaagse worsteling in principe zijn 'uitbreidingsbestek' bepaald, maar of hij er in de Nederlandse coalitie of bij de EU-collega's gehoor voor zal vinden is nog een open vraag.