Van Mierlo: meer geld van EU voor Oost-Europeanen

TALLINN, 16 OKT. De Europese Unie moet meer geld uittrekken voor steun aan de elf Midden- en Oost-Europese landen die willen toetreden. Een groter deel van dat geld moet worden besteed voor landen die de Europese Commissie nog niet geschikt acht om daarover al volgend jaar te gaan onderhandelen. Het gaat daarbij om Letland, Litouwen, Bulgarije, Roemenië en Slowakije.

Tot deze conclusie is minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) gekomen tijdens een rondreis langs de Baltische staten die hij de afgelopen dagen maakte. De reis was een eigen initiatief van Van Mierlo, die onder meer wil voorkomen dat de twee Baltische Staten die nog niet voor toetreding in aanmerking komen, geïsoleerd raken. Eind oktober spreken de Europese ministers van Buitenlandse Zaken met elkaar over uitbreiding van de Europese Unie.

De minister kritiseert de manier waarop de Europese Commissie afgelopen zomer een selectie heeft gemaakt aangaande de kandidaat-leden die volgend jaar al dan niet uitgenodigd kunnen worden voor toetredingsonderhandelingen. De Commissie heeft volgens Van Mierlo in haar 'Agenda voor het jaar 2000' daaromtrent een “bot aanbod” gedaan.

Van Mierlo wil daarom in de EU initiatieven nemen om daarop correcties aan te brengen, en verwacht daarvoor steun van de Bondsrepubliek en Groot-Brittannië. De minister houdt er rekening mee dat Zuid-Europese leden van de EU zich tegen zulke initiatieven zullen verzetten omdat zij tegen de overheveling van geld zijn uit voor hen aantrekkelijke Europese structuurfondsen ten gunste van steun voor kandidaat-toetredingslanden.

De uitgebrachte conclusies van de Europese Commissie brengen het risico van verdeeldheid tussen de Baltische staten mee. Doordat Estland wèl en Letland en Litouwen niet geschikt zijn bevonden om al volgend jaar over toetreding te gaan onderhandelen, zouden investeerders een negatief signaal voor de beide laatste landen hebben gekregen en in die landen bovendien de indruk hebben gewekt dat hun streven om lid van de Unie te worden tenminste voor geruime tijd kansloos is, zo vreest Van Mierlo.