Twijfel in Lelystad wijkt voor trots

De gemeente Lelystad heeft 630 miljoen nodig om economisch uit de put te komen. Met dat geld moeten er meer inwoners en arbeidsplaatsen komen. Ook de infrastructuur en het imago moeten worden opgekrikt.

LELYSTAD, 16 OKT. Strijdvaardig kijkt ze vanuit de lunchroom over de daken van het winkelcentrum. “Wie iets negatiefs te melden heeft over Lelystad moet maar opkomen, die moet maar eens aangeven wat er zo slecht is aan deze stad. En dat het hier waait, dat weten we nu wel. Maar dat doet het in iedere kustplaats.” Meta Jacobs, Lelystedeling en voormalig voorzitter van de ondernemersvereniging De Gordiaan, heeft zo'n 23 jaar geleden haar hart verpand aan Lelystad.

Samen met de provincie Flevoland en vijf ministeries heeft Lelystad twee jaar geleden de 'Lelystad-tafel' opgericht die de kansen voor de stad moest inventariseren. Dinsdag presenteerde dit gezelschap, onder voorzitterschap van G. Brokx, oud-burgemeester van Tilburg, zijn rapport aan staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting). Lelystad heeft de komende tien jaar 630 miljoen gulden nodig om uit de problemen te komen, schrijven de opstellers van het rapport 'Ooit ging de zee er tekeer'.

Het heeft de stad de afgelopen dertig jaar niet meegezeten. Op de tekentafels was de stad gepland als hoofdstad van een nieuwe provincie, en in 1967 gingen de eerste palen de grond in. De stad, genoemd naar ingenieur Cornelis Lely, die begin deze eeuw een wetsontwerp indiende om de Zuiderzee droog te leggen, zou na de voorgenomen inpoldering van het Markermeer naast Flevoland in het hart van een nieuwe provincie komen te liggen. Volgens de planologen zou Lelystad in haar hoogtijdagen tussen de 120.000 en 150.000 inwoners moeten hebben. Tot halverwege de jaren tachtig groeide de stad naar die aantallen toe, iedere twee à drie jaar verdubbelde het inwonertal. Maar toen stagneerde de groei.

Het aantal inwoners bleef steken op de helft van de geplande 120.000, waarop de infrastructuur niettemin was ingesteld. De gevolgen bleven niet uit: leegstand in het gemeentehuis en het politiebureau, een veel te duur ambtelijk apparaat, onevenredig hoge lokale lasten en een leeglopende stad. Zeventig procent van de woningen viel in de huursector, bijna twintig procent van de bevolking was in 1985 werkloos.

De plannen voor de inpoldering van het Markermeer waren toen al in de ijskast gezet en ook het dichterbij de Randstad gelegen Almere was al stevig aan het groeien. Toen in 1987 de beloofde spoorlijn en snelweg vanaf Amsterdam en Almere werden doorgetrokken, bleek het al te laat. Lelystad had de boot gemist en was voor burgers noch bedrijven een aantrekkelijke vestigingsplaats. Almere en niet Lelystad fungeerde inmiddels als uitweg voor Amsterdammers.

De 'Lelystad-tafel' wil de gevraagde 630 miljoen investeren in wonen, werk en economie, bereikbaarheid, financiële draagkracht en imago. De helft van dat bedrag heeft de gemeente al toegezegd gekregen van het rijk. De gemeente gaat zelf zeventig miljoen gulden investeren, de provincie zestig miljoen, wellicht met steun uit Brussel. Ook van bedrijven wordt een flinke investering verwacht om Lelystad in het jaar 2007 een leefbare stad te laten zijn.

Hoewel het grootste deel van de gevraagde 630 miljoen nog niet beschikbaar is, zien de Lelystedelingen de toekomst rooskleurig tegemoet. Burgemeester Ch. Leeuwe is meer dan verheugd over de plannen. “Het is tijd om de kansen te benutten.” Zelf ziet hij het meest in de ontwikkeling van een aantrekkelijke kust. “We moeten dat geografische voordeel optimaal benutten.”

Dat had al tien jaar eerder gemoeten, zegt Meta Jacobs, oud-voorzitter van de ondernemersvereniging. Zij laat op dit moment een huis bouwen aan de kust. “Heerlijk rustig, prachtig uitzicht en een bos en een golfbaan in de achtertuin. Waar vind je dat nou in de Randstad?”, vraagt ze uitdagend.

Gemeentewoordvoerder E. Ehrhardt is niet te stuiten als hij de plannen voor de komende tien jaar ontvouwt. “Het is een drietrapsraket, een plan in drie fasen. We hebben al een Masterplan opgesteld, nu dan het rapport van de 'tafel' en begin november volgt de visie van de onafhankelijke werkgroep. Alles en iedereen in Lelystad heeft eraan meegewerkt. De wil om nu voor eens en voor altijd een einde te maken aan het negatieve imago van Lelystad is er”, vertelt hij enthousiast. “De grote omslag van twijfel naar trots komt nu pas goed op gang.”

Maar juist dat imago is lastig te veranderen, erkennen gemeente, burgers en de 'tafel'. “Wij kunnen wel blij zijn dat we hier wonen”, zegt Jacobs, “maar de rest van Nederland verklaart ons nog steeds voor gek. Lelystad is nog een eindpunt, zowel letterlijk als figuurlijk.”

Om daar een einde aan te maken wordt een deel van de 630 miljoen gebruikt om de infrastructuur aan te pakken. De al jaren geleden beloofde Hanze-spoorlijn naar Zwolle moet Lelystad de centrale positie geven zoals die dertig jaar geleden gepland was. Burgemeester Leeuwe: “Het doortrekken van de spoorlijn is een van de belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van Lelystad.”

Oud-ondernemersvoorzitter Jacobs: “Lelystedelingen zijn trots op hun stad en bereid om daar voor te knokken. Op sociaal-cultureel niveau doen we dat al jaren. Het heeft tot nu toe alleen aan een economische impuls ontbroken. Met de huidige plannen moet de stad kunnen groeien tot 80.000 inwoners. Dan komen er meer winkeliers, meer funshopping en zo.”

Want daar ontbreekt het aan in de jongste provinciehoofdstad. In Lelystad winkelt men functioneel. De beschikbare winkelruimte is er duur, evenals de woonruimte. “Voor een huisvrouw die een winkeltje in tweedehands lampenkappen wil beginnen, is 250 gulden per vierkante meter gewoon te veel. Dat moet veranderen”, zegt Jacobs.

Het waait nog steeds in Lelystad, en dat zal het altijd wel blijven doen. Maar zodra de bomen volgroeid zijn, de kuststrook met een boulevard is uitgerust en er 80.000 mensen wonen, komt het met de stad wel goed. Vindt Lelystad, vindt Brokx en vindt Tommel. Het wachten is op 630 miljoen.