The Greek Tycoon

The Greek Tycoon (J. Lee Thompson, 1978, Engeland). RTL5, 20.30-22.40u.

De film The Greek Tycoon bewijst dat acteurs films kunnen maken of breken. Een goede acteur kan van een slecht scenario nog iets bakken, omgekeerd is veel moeilijker. Anthony Quinn treedt als Aristoteles Onassis in de film op als redder van een zwak scenario dat kinderachtig en erg saai is. Quinn weet de film toch zo naar zijn hand te zetten dat je hem tot het einde uit kunt zien. Door zijn manier van kijken en spreken weet hij in een leeg universum vleugjes van ontroering teweeg te brengen.

De film vertelt het verhaal van Aristoteles Onasiss, zijn vele vrouwen onder wie Kennedy's weduwe, Jackie (Jaqueline Bisset), en zijn duistere handel in tankers. In de film heet Onassis, Theo Tomasis en Jackie Kennedy, Lizz Cassidy. Operazangeres Maria Callas, de andere grote liefde van Onassis, heet 'miss Matalas'. Quinn op het dek van een schip, met zijn lichtgrijze haar in de wind, donkerzwarte zonnebril en donkere blauwe jas aan in het begin, doet je meteen naar meer verlangen. Maar dat 'meer' komt niet. De verdienste van Quinn strekt niet verder dan dat hij het verlangen naar meer de hele film lang gaande weet te houden. De grootste tegenvaller is Jaqueline Bisset, die wel mooi is maar haar rol zeer tuttig speelt. De acteur die haar man, John F. Kennedy, speelt, lijkt te zijn ontsnapt uit een porno-film.

Het scenario laat veel gebeuren, maar geeft nergens duiding. Er zijn vrouwen, veel vrouwen en feesten op boten. Zelfs voor de in films over de 'rich and famous' voor de hand liggende invalshoek: “hun bestaan is leeg, zij zoeken geluk maar vinden dat niet” leek voor de maker teveel gevraagd. Het kabbelt maar voort, president Kennedy wordt vermoord, Theo Tomasis trouwt met Lizz, Lizz is jaloers op miss Matalas en wordt soms woedend op Theo maar houdt toch van hem. Dan pleegt de ex-vrouw van Tomasis zelfmoord. Kort daarna wordt zijn zoon, Nico, gedood bij een vliegtuigongeluk. Dat dit laatste je iets doet, is te danken aan Quinn. De stuiptrekking van verdriet waar Tomasis in raakt is ontroerend. Hij sluit de ogen, grijpt met zijn ene hand naar zijn oor, met zijn andere naar zijn neus en roept terwijl hij langzaam inelkaar zakt 'nee God, nee God' om snikkend met zijn gezicht in het tapijt te eindigen. In de slotscène zien we Theo, in de wetenschap dat hij niet meer lang zal leven, bij zonsondergang de Sirtaki dansen. Dat kan Quinn heel goed, zo wisten we al van de film Zorba de Griek.