Tevreden demente (2)

De slingerbeweging pro en contra de wilsverklaring gaat voort. Na voor en tegen laten twee Maastrichtse scribenten ruimte voor een tussenstandpunt. Enerzijds bestrijden zij de 'hardheid' van de eens ondertekende wilsverklaring, anderzijds erkennen zij de betekenis ervan. Zo noemen zij de 'tevreden' demente een randgeval om de betekenis van de wilsverklaring te relativeren. Nu is het heel moeilijk om als buitenstaander de geestesgesteldheid van een demente te beoordelen. Welk lijden kan zich niet achter het 'tevreden' gezicht verschuilen?

Maar daargelaten de juistheid van dit oordeel blijft staande de ooit gemaakte keuze van de zelfbeschikking: “Ik wil niet in de toestand geraken, dat ik mijn kinderen niet meer herken. Ik wil niet, dat mijn vrienden zich zullen amuseren over mijn onbedoelde grappen. Ik wil niet, dat ik ontredderd naakt in de gang rondloop.” Kortom, ik wil voortleven met mijn herkenbare persoonlijkheid. Verlies van mijn identiteit ontneemt de zin aan mijn leven. Het probleem is echter: Wie bepaalt dat het ogenblik gekomen is?

Mijns inziens is het verlenen van een volmacht (zoals uitgegeven door de NVVE) een noodzakelijk complement van de wilsverklaring. De gevolmachtigde kent de wensen van betrokkene en respecteert zijn/haar wensen.

Denk aan de curator die handelt namens zijn onder curatele gesteld cliënt. De wilsverklaring wordt onder opschortende voorwaarde op aanwijzing van de gevolmachtigde ten uitvoer gebracht. Natuurlijk is dit geen automatisme en dient de voorgeschreven procedure in acht te worden genomen.

De gevolmachtigde slaat de brug tussen vroeger en nu en zorgt ervoor dat het gekozen levensplan op passende wijze voltooid wordt.