Schimmel beperkt schade zure regen

ROTTERDAM, 16 OKT. Ondergrondse schimmeldraden die in symbiose leven met bomen, leveren hun bomen mineralen die ze uit zand en stenen oplossen. Met deze directe weg van steen naar boom behoeden schimmels de bossen voor schade door zure regen.

De aan de Landbouwuniversiteit Wageningen verbonden onderzoekers dr. A.G. Jongmans en prof.dr. N. van Bremen opperen die mogelijke verklaring voor de relatief geringe schade die de Europese naaldbossen ondervinden van de zure regen. Zij schrijven dit in het vandaag verschijnende nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Het artikel is mede ondertekend door acht Zweedse onderzoekers.

Zure regen spoelt mineralen uit de humuslaag in de bosbodem. In theorie zouden bomen daardoor een tekort aan voedingsstoffen moeten krijgen. Schimmels vormen met hun lange, vertakte, holle draden grote ondergrondse netwerken onder ieder bos. Sommige vormen in deze tijd vruchtlichamen (paddestoelen), maar andere blijven jarenlang ondergronds. Het grootste en oudste levende organisme ter wereld is waarschijnlijk een schimmel.

De schimmels leveren mineralen aan de boomwortels. En die mineralen, zo vermoeden de Nederlandse en Zweedse onderzoekers, halen de schimmels niet uit losse zouten in de humuslaag, maar direct uit zandkorreltjes en stenen in de bodem. Daarin ligt een onuitputtelijke voorraad mineralen opgeslagen. De in water oplosbare zouten worden door zure regen uit de bosbodem gespoeld, maar de voorraden mineralen waaruit zand en stenen bestaan, worden niet aangetast.

Onder dennen- en sparrenbossen vonden de onderzoekers zandkorrels en stenen die zijn doorboord met poriën van 3 tot 10 micrometer doorsnee. Een micrometer is een duizendste millimeter. De poriën zijn ontstaan door de inwerking van organische zuren die door schimmeldraden zijn uitgescheiden. Op met poriën doorboorde stukken graniet zijn rechtstreekse verbindingen gevonden van schimmeldraden van de melkboleet van steen naar boom.