Popmuziek

Op initiatief van de Stichting Popmuziek Nederland (SPN) zal een bijzondere leerstoel in de popmuziek worden ondergebracht bij de faculteit der politieke en sociale wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam ('Amsterdam krijgt popprofessor', 6 oktober).

Daarbij wordt gedacht aan een generalist, bij voorkeur uit de hoek der communicatiewetenschappen. Vooral geen artiest, is de waarschuwing aan het slot, want volgens de universiteit is het “een goede zaak”, dat de popmuziek serieus wordt genomen.

Dit is weer eens een typisch product uit de koker van de SPN: al 25 jaar wordt in Nederland geroepen dat popmuziek serieus moet worden genomen, en ondanks de inspanningen van onder andere IASPM-NL (de Nederlandse tak van de 'International Association for the Study of Popular Music') bleek vanuit de Nederlandse universiteiten (en vooral vanuit de vakgroepen Muziekwetenschap) geen enkele interesse voor onderzoek op dit gebied.

Mijns inziens gaat popmuziek allereerst over muziek, en het plan van SPN is daarom gedateerd, slecht overdacht en draagt niet bij tot een wezenlijke verdieping van kennis over de popmuziek zelf, ondanks het grote belang van popmuziek-studies vanuit andere disciplines. Het is zinloos en onrealistisch, en wellicht typisch Nederlands om maar te blijven roepen dat popmuziek serieus moet worden genomen aan de Nederlandse universiteiten: dit is namelijk nog steeds niet het geval, marginale uitzonderingen daargelaten (Rijks Universiteit Utrecht): wetenschappelijke publicaties van liefhebbers in Nederland werden grotendeels genegeerd in de universitaire milieus en een onderzoeksinstituut voor popmuziek en popcultuur zal altijd wel een vrome wens blijven.

Mijn ervaring tot nu toe leert in elk geval dat de liefhebbers van en luisteraars naar popmuziek de enigen zijn die popmuziek echt serieus nemen.