Politieschool; Macho's passen niet bij de politie

Wie de politie wil dienen, moet een duizendpoot zijn. 'Algemene ontwikkeling is vaak een struikelblok.' Dienders in opleiding.

DIEDE DE LEEUW (22) is dolgelukkig. En de Rotterdamse politie ook, want die heeft er een gloednieuwe diender bij. Diede heeft net het diploma 'medewerker basispolitiezorg' behaald en laat vol trots het 'politieblauwe' getuigschrift zien dat achttien maanden noeste arbeid aan het Politie Opleidings Centrum (POC) De Cloese in Lochem heeft opgeleverd. Gestoken in tenue de ville met gouden koord laat hij het vol trots aan zijn familie zien, voorzichtig nippend aan een glaasje jus. “Ik moet nog terugrijden en je moet wel geloofwaardig overkomen.” Waarom hij bij de politie wilde? “Het is afwisselend, je moet met mensen omgaan, elke dag is anders en hulp bieden aan mensen in nood is belangrijk.”

Diede is een echte duizendpoot en dat moet je zijn als je bij de prinsemarij wil werken. “Om je werk bij de politie goed te kunnen doen, moet je een sterk ontwikkeld empathisch vermogen hebben, goed kunnen luisteren, een groot scala aan sociale vaardigheden hebben en beschikken over een deëscalerend vermogen”, zegt Ton Claessen, interim-directeur Onderwijs van het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (LSOP). De 240 leerlingen van De Cloese - de helft mannen, de helft vrouwen - zijn daarop ook allemaal geselecteerd voordat ze aan de opleiding begonnen.

“Spannend en sensationeel. Wie dat antwoord geeft op de vraag naar het beeld van de politie valt bij het voorgesprek al af”, zegt Tom Petten, coördinator Werving en Selectie van het politiekorps Midden- en West-Brabant. Eenzesde van het jaarlijks aantal sollicitanten bij zijn korps valt af in de eerste ronde, dat bestaat uit een gesprek op het hoofdbureau aan de hand van een ingevuld sollicitatieformulier. “Mensen hebben vaak een romantisch en weinig realistisch beeld van de politie. Als ik dan zeg dat je ook veel ellende ziet, kijken ze je verwonderd aan. Ook de maatschappelijke oriëntatie en algemene ontwikkeling is vaak een struikelblok.”

Consequent en doortastend, dat moet je zijn, maar ook vriendelijk en betrokken. Petten: “Je moet weten wat er in je buurt speelt.”

De aspiranten van De Cloese - ze worden onder meer opgeleid voor de korpsen van Twente, Rotterdam-Rijnmond en Gelderland - scoorden allemaal voldoende tijdens het voorgesprek en hun sollicitatieformulieren werden doorgestuurd naar het Landelijk Selectie Centrum Politie in Hilversum, dat de korpsen adviseert over de aanstelling. Intelligentietesten, een psychologisch onderzoek, vraaggesprekken met mensen uit de praktijk en soms zelfs een bezoek aan een assessment centre. Ook praktijkvaardigheden worden getoetst.

'Ouders brengen hun kinderen allemaal met de auto naar school en parkeren op een plek waar dat verboden is. Wat doe je? Slinger je ze allemaal op de bon, zoals de wet voorschrijft of is er ook een andere oplossing?' Zo'n vraag kunnen sollicitanten tijdens de selectieprocedure verwachten en dan zijn heel veel antwoorden goed, als ze maar kunnen uitleggen waarom. Een groepje leerlingen van De Cloese is het erover eens dat in zo'n geval het best eerst een bericht kan worden verspreid via de school en dat de politie daarna een brief moet schrijven aan de ouders. Dat is precies het empathisch vermogen waarop Claessen doelt. Kun je je inleven in het probleem van de ouders, de school en de straat, dat wordt getoetst.

Nog zo'n vraag: 'Er is een ruit ingegooid en er lopen twee mensen weg, een skinhead en een keurige meneer in pak. Wie volg je?' “Je moet gewoon jezelf zijn en jouw waarheid vertellen”, zegt Pleun (27). Beide antwoorden zijn goed, vertelt hij. “Je moet je alleen bewust zijn van de vooroordelen die je kunt hebben, dan ben je al een heel eind op weg.”

Tijdens een medische en een fysiek-motorische test wordt de conditie van de kandidaat gemeten en wordt gekeken of hij of zij lichamelijk in staat is boeven te vangen: sprintje trekken, zwemmen, vrij van hoogtevrees, niet kleurenblind. Dikkerds kunnen wel worden geselecteerd voor de politie, maar moeten soms 'nog even tien kilo afvallen'.

Wie door de hele selectie is heengekomen, wordt met een positief advies teruggestuurd naar het korps waar hij of zij heeft gesolliciteerd. Daar heeft het antecedenten- en milieuonderzoek plaats. Een bekeuring levert doorgaans geen problemen op. Petten: “We kunnen nog niet zo heel veel doen, want de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de kandidaten is wettelijk geregeld. Bovendien kunnen we een strafblad in het buitenland niet achterhalen en ook krijgen we wel eens zogeheten 'zachte informatie' over mensen, bijvoorbeeld over kandidaten die worden gesignaleerd in coffeeshops of in de drugsscene. Dat leidt niet tot een veroordeling, maar die informatie is wel bekend bij de recherche. Die gegevens mogen we echter niet gebruiken. Zulke kandidaten komen er soms toch doorheen, maar we willen ze natuurlijk liever niet. Dan zoeken we in het selectierapport een grond om iemand toch af te wijzen.”

Als alles in orde is, gaat de deur van de politieschool open en kan de opleiding beginnen. Vierentwintig leerlingen zitten deze morgen in de les 'afpersing en chantage'. De klas ziet blauw van de agenten want het dragen van een uniform is verplicht, ook tijdens de theorielessen. “Wat de politieschool anders maakt dan andere opleidingen is dat we leerlingen begeleiden naar een goede beroepshouding”, zegt Piet ten Have, onderwijscoördinator van de agentenopleiding. En dat betekent dat je je dienstbaar moet opstellen ten opzichte van de samenleving, je betrokken moet voelen, rekening moet houden met anderen en vertrouwen moet kunnen wekken. “Machofiguren passen niet bij de politie”, zegt Claessen, “die krijgen niet snel het vertrouwen van de burger.”

“Maar macho of niet, de politie moet wel gezag uitstralen en dat betekent: jasje dichtgeknoopt, handen uit je zak en buiten een pet op. Ten Have: “Uiteindelijk zijn dat voorschriften van het korps en niet van ons, maar we proberen het wel te sturen. Wie een piercing door zijn lip wil, moet dat doen, maar als de lip scheurt, vergoed ik het niet.”

Met de Politiewet in de aanslag proberen de leerlingen de vragen van de docent te beantwoorden. “Wanneer is iemand slachtoffer van een strafbaar feit?” Als hij wordt bedreigd met een pistool, daarover is de klas het eens. De docent: “Maar is er ook sprake van een strafbaar feit als het een waterpistool betreft?” Dat hangt er maar vanaf. “De bedreiging moet reëel zijn en dat is zij waarschijnlijk niet als een kind van veertien het speelgoedwapen hanteert, maar waarschijnlijk wel als de pistool met zoutzuur is gevuld.” 'Discretionaire bevoegdheid', noemen ze dat: zelf bepalen hoe je de situatie inschat en hoe je iemand benadert. Even later komt dat ook weer aan de orde.

'Een zeikerig wijf ben je'', schreeuwt de bewoner van de Burgemeester Tuinlaan in Lochem tegen zijn benedenbuurvrouw. Kokend van woede staat ze op straat. De man is zijn huis aan het verven en heeft zichzelf daarbij een flinke dosis arbeidsvitaminen gegund: de gettoblaster is tot in de verre omtrek te horen. Burengerucht, geluidsoverlast. De vrouw ziet twee surveillerende agenten en steekt een tirade af over de buurman die haar al jaren tot last is. Beide agenten gaan met de amokmakers in discussie om tot een oplossing te komen.

“Dat gaat dus fout”, zegt Ten Have in de regiekamer waar het toneelstukje wordt gevolgd. De Burgemeester Tuinlaan is een fake-laan. Op de politieschool worden met behulp van acteurs levensechte situaties gesimuleerd die de toekomstige agenten ook in de praktijk tegenkomen. Vandaag is dat een burenruzie, morgen een knokpartij in de kroeg en overmorgen een gluurder die een dame in haar slaapkamer bespiedt. “Om het ijs te breken hadden de agenten zich bijvoorbeeld kunnen voorstellen en de kijvende partijen uit elkaar moeten halen”, zegt Ten Have. Vertrouwen wekken, samenwerking, luisteren en zorgen dat de ruzie niet escaleert, dat wordt geoefend.

Dit soort oefeningen zijn voor alle leerlingen verplicht, maar de korpsen hebben zelf ook inspraak in de invulling van het lesprogramma. Claessen: “Korpsen kunnen een regiokleur aanbrengen in de opleiding. Wie na de opleiding naar Amsterdam gaat, hoeft geen uitgebreide ervaring op te doen met de Visserijwet, maar besteedt meer aandacht aan verslaving en drugscriminaliteit. En wie in de grensstreek gaat werken, besteedt meer aandacht aan grensoverschrijdende politiesamenwerking.”

Tien procent van de leerlingen op de POC's haakt vroegtijdig af. Meestal omdat de (fysieke) zwaarte van de studie wordt onderschat of de aankomende agent toch niet over de juiste attitude blijkt te beschikken. Niet alle onderdelen hoeft de kandidaat met een voldoende af te sluiten, maar de schietproeven absoluut wel. Claessen: “Wie de schietproeven niet haalt, krijgt het diploma per definitie niet.”

De pas gediplomeerde Rotterdamse agent Diede de Leeuw wist zijn Walther P5 staande, geknield, vanachter een dekking en met de verkeerde hand naar behoren leeg te schieten en begint nu bij de Rotterdamse rivierpolitie. “De grootste havenstad ter wereld, het is toch machtig om daar te werken.”