Pierre Bismuth laat zich bespioneren

Tentoonstelling: Pierre Bismuth. Witte de With, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. T/m 26 oktober.

De vader van Pierre Bismuth ging naar Amerika en toen hij terugkwam had hij voor zijn zoon, de kunstenaar, een digitale camera meegebracht. Zelf had hij het apparaat vast uitgeprobeerd en er drie foto's van de Grand Canyon mee gemaakt - vage kiekjes met veel bruin en blauw, die net zo goed in Frankrijk als in Amerika hadden kunnen worden gemaakt. Ook de zoon schoot een heel 'rolletje' vol, maar zijn beelden waren zo mogelijk nog knulliger dan die van de vader: in Witte de With zien we wat vage portretten, een pan met gebakken spruitjes, een onbekende zakenman slapend in de trein en een boekenkast in aanbouw. Kiekjes zijn het allemaal, die net zoals ieder kiekje hun waarde vooral ontlenen aan de toelichting van de maker. Die geeft Bismuth dan ook: naast de foto's die op de muur worden geprojecteerd, is een lange lijst met 'bijschriften' geplakt, variërend van 'A bit of my kitchen', de initialen van een vriend tot korte anekdotes.

Terwijl je naar al die foto's zit te kijken merk je dat je aandacht zich langzaam verplaatst van de plaatjes naar de tekst - de foto's zijn zo onbenullig dat je de toelichting hard nodig hebt. Maar kloppen die teksten wel? Bismuth brengt je aan het twijfelen, door zogenaamd 'gewiste' plaatjes van de langste anekdotes te voorzien en door wel erg consequent de meest nietszeggende beelden vast te leggen. Hoe langer je dan ook kijkt hoe sterker de vraag wordt in hoeverre Bismuths foto's gaan leven bij gratie van de teksten, die teksten zelfs 'zijn' - wat zou er van iedere foto overblijven als er geen tekst bij zou staan?

Deze installatie, Du Grand Canyon à...., is typerend voor het oeuvre van Pierre Bismuth (1966), dat meestal gaat over de relatie taal-beeld, of, preciezer, over de verschillende werking van taal en beeld. Hij speelt daarbij graag met de voor de hand liggende associaties van de toeschouwer, om die vervolgens af te straffen - kijk maar: u ziet niet wat u ziet.

Om dat effect optimaal te bereiken gebruikt Bismuth vaak bekende foto's of films. Zulke films, lijkt Bismuth te willen zeggen, vormen een onderdeel van het 'collectieve geheugen', van een werkelijkheid die algemener is dan die van alledag, en daarom misschien ook wel 'echter'. In Witte de With zijn dan ook zowel The Party (Blake Edwards, 1968) als Profession Reporter (Michelangelo Antonioni, 1975) te zien, maar allebei worden ze stevig gemanipuleerd. In Bismuths versie van The Party zien we bijvoorbeeld de originele film, met geluid. Op een scherm ernaast wordt het verhaal in tekst geprojecteerd, beschreven door iemand die alleen de geluidsband hoort. Dit levert twee totaal verschillende verhalen op: terwijl we Peter Sellers zien rotzooien met een stortbak en er op de achtergrond een hond blaft lezen we: 'An old car trying to start?' Zo ontstaat, analoog aan The Party, een andere film, net zo echt weliswaar, maar zonder het origineel kan-ie toch niet.

De meeste installaties van Bismuth gaan op eenzelfde manier over geloven in wat je ziet, juist in die situaties waarin je snel geneigd bent het getoonde te geloven - omdat dat de afspraak is bijvoorbeeld, of omdat je zonder dat te beseffen handig bent gemanipuleerd. Daar slaagt Bismuth vaak uitstekend in, al wordt zijn werk beter naarmate hij de werkelijkheid overzichtelijker of herkenbaarder maakt. Neem de installatie Thinking about me watching them. Daarin zien we twee mannen in een café zitten die worden gefilmd vanaf de straat, door het raam van een auto - de achteruitkijkspiegel blijft prominent in beeld. Het beeld roept onmiddellijk associaties op met tientallen afleveringen van Derrick. Door de zaal hoor je het geluid van passerende wandelaars, van auto's en vrachtwagens; je voelt je meteen een soort politie-inspecteur en wordt steeds nieuwsgieriger naar wat ze zeggen. Wat is de reden dat deze mannen gefilmd worden? Wat hebben ze op hun geweten? De oplossing komt als je de bijgeleverde koptelefoon opzet en het tweetal hoort praten: het blijken Bismuth en zijn collega Jonathan Monk, in gesprek over hun werk, hun reizen, maar ook over de film die ze op dat moment aan het maken zijn. Ze turen naar buiten en praten liefkozend over het rode lampje van de camera. Als toeschouwer voel je je op dat moment betrapt in je voyeurisme en als detective ben je door de mand gevallen. En daar zit je dan: wat moet je nog als je je zelfs niet meer met Derrick kunt identificeren?