Onze taal is niet te koop

Het opkopen van een bedrijf is een normaal verschijnsel. Maar dat bedrijven op hun beurt woorden opkopen en ze vervolgens als merk deponeren om er exclusief de commerciële vruchten van te plukken dient met kracht te worden bestreden stelt Micha Kat.

In het huidig tijdsgewricht worden de lakens in toenemende mate uitgedeeld door grote industriële en commerciële conglomeraten. Bedrijven als ING en KPN expanderen tot in alle facetten van ons dagelijks leven en gaan allang niet meer alleen over onze bankrekening en brievenbus. Ze slaan hun vleugels uit naar zowat het hele communicatie- en informatietraject van de Nederlander; de telefoon, bijna alle dagbladen, de elektronische snelweg en de commerciële televisie.

Een argument om deze ontwikkeling als minder ernstig te beschouwen zou kunnen zijn dat steeds meer concurrenten op de markt verschijnen die deze machtsblokken kunnen slechten. Dat argument mag voor een deel opgaan, voor een ander deel heeft de toenemende concurrentie juist een contraproductief effect. Want om zich te wapenen tegen concurrenten, laat de gevestigde macht geen middel onbenut. En een van de middelen die zij hiertoe in de strijd werpt is het 'opkopen' van woorden uit onze taal om deze 'af te schermen' tegen concurrentie.

Een recent voorbeeld is het depot door KPN van Het Net voor een Nederlandstalig deel van de elektronische snelweg. Door Het Net in te schrijven in de merkregisters ven het Benelux-Merkenbureau in Den Haag maakt KPN het andere marktpartijen onmogelijk dit normale en alledaagse (in vaktermen: zuiver beschrijvende) woord te gebruiken voor een vergelijkbare activiteit. Met andere woorden: KPN onttrekt een alledaags woord, een product van onze gemeenschappelijke taal, aan het publieke domein om er exclusief de commerciële vruchten van te kunnen plukken. Dat Philips hetzelfde doet met een merk als Philishave is geen probleem, omdat dat een woord is dat niet behoort tot de alledaagse taaluitingen (niet 'zuiver beschrijvend' is) en bovendien een eigen vondst is met genoeg onderscheidende waarde. Een woord als Het Net mist deze onderscheidende waarde echter ten enen male en is dus als merk niet deugdelijk.

Dergelijke normale, algemene en alledaagse woorden zouden niemands exclusieve commerciële eigendom mogen zijn. Het moet immers voor iedereen mogelijk zijn vrijelijk te kunnen beschikken over zijn eigen taal die hij met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten heeft gekregen. Helaas is Het Net slechts één voorbeeld van een onterecht merkdepot.

Uit de registers die de Stichting Rijmers heeft opgevraagd blijkt dat ons honderden doodnormale, alledaagse woorden zijn ontstolen. Wat te denken van de taaluiting 'Juridische Bibliotheek' voor een juridische bibliotheek. Niemand mag die woorden gebruiken voor een commerciële activiteit zonder door de hoge heren van Kluwer voor de rechter te worden gesleept.

Stel, je hebt een keten modezaken en wilt 's winters uitverkoop houden. Wat ligt er meer voor de hand dan affiches op te hangen met de aanduiding 'Winter Sale'? Vergeet het maar: 'Winter Sale' staat ingeschreven als het exclusieve eigendom van Radio Correct in Rotterdam. Wie een toernooi wil organiseren in het populaire spelletje voetvolley mag uiteraard zijn gang gaan, maar zodra hij het woord 'voetvolley' te opzichtig naar buiten brengt krijgt hij een dagvaarding aan zijn broek. Een bon waarmee je gratis of tegen gereduceerd tarief kunt overnachten in hotels mag allerlei namen krijgen met uitzondering van het voor de hand liggende en zuiver beschrijvende 'hotelbon'. Zo zijn nog honderden en wellicht zelfs duizenden voorbeelden te noemen. Het betreft hier een compleet uit de hand gelopen merkgretigheid waaraan zo snel mogelijk een einde moet komen.

De Stichting VrijMerk heeft deze week een stap gezet ter verwezenlijking van dit doel en een brief gestuurd aan de directie van KPN met een verzoek de volgende tien merken door te halen: postkantoor, wisselgesprek, gelukstelegram, telegram, verjaardagspost, Het Net, 06-nummer, streekpost, kadocatalogus en semafoon. De reden voor het schrijven is dat deze merken zuiver beschrijvend van aard moeten worden geacht. Ze missen elk onderscheidend vermogen en zijn derhalve als merk niet deugdelijk. Weigert KPN deze productaanduidingen - normale Nederlandse woorden - terug te geven aan de rechtmatige eigenaar - het Nederlandse volk - dan zal de stichting KPN dagvaarden om via een proefproces duidelijkheid te krijgen over de wettelijke basis voor het opkopen van normale woorden.

Een omstandigheid die ertoe heeft bijgedragen dat de situatie zo uit de hand kon lopen, is dat het Benelux Merkenbureau voor 1996 geen toetsing hanteerde. Met andere woorden: alles werd zonder blikken of blozen als merk ingeschreven. Vanaf 1996 is deze toetsing er wel en worden ook merken geweigerd omdat ze te weinig onderscheidend vermogen hebben. Maar deze toetsing moet met terugwerkende kracht gelden, omdat nu honderden merken staan ingeschreven die de huidige toetsing nooit zouden hebben overleefd. Een markant voorbeeld is de weigering van Bioclare voor een schoonmaakmiddel voor vijvers op biologische basis. Argument: Bioclaire is voor een dergelijk product een te voor de hand liggend en te beschrijvend merk. Als Bioclaire nu niet meer mag, zou Het Net zeker worden afgewezen, net als al die andere KPN-merken van voor de ambtelijke toetsing. Maar naast het opheffen van deze markante rechtsongelijkheid bestaat nog een belangrijker argument voor het opschonen van de vervuilde merkregisters: het algemeen belang van het vrijelijk kunnen beschikken over onze eigen taal.

De merkjuristen van de multinationals zijn natuurlijk niet van gisteren. Zelfs woorden die zo beschrijvend zijn dat het onderscheidend vermogen nihil is zijn tegenwoordig niet meer veilig. Neem het woord bank. ABN Amro zou dat woord graag als merk willen deponeren om zo de enige te zijn die zich bank mag noemen. Dat zou echter wat te veel gevraagd zijn. Maar geen nood, door een kleine verandering (de Bank, ook De Bank) kan wel worden gedeponeerd: het cursieve lidwoord zou het merk genoeg onderscheidend vermogen geven. Het resultaat net zo effectief: iedere andere bank die zich profileert als 'de Bank', 'Bank', of 'de Baaaank' zal door de ABN Amro voor de rechter worden gesleept wegens een te groot associatie-gevaar met het eigen merk.

Inzake Het Net van KPN is hetzelfde aan de hand, al doet de kapitale H als onderscheidingspoging zelfs nog potsierlijker aan dan het cursieve de. De merksituatie in de Benelux is niet representatief voor de internationale situatie. De Benelux is altijd een vrijhaven voor merkhouders geweest. Dit blijkt vooral uit het feit dat tot nu toe maar liefst 30 van alle Benelux-merken die internationaal gedeponeerd wilden worden zijn afgewezen door de internationale merkautoriteiten. Ook hierin schuilt een krachtig argument om de Benelux-registers op te schonen.