OM zwijgt, hof gelast vrijlating overvallers

AMSTERDAM, 16 OKT. Het gerechtshof in Amsterdam heeft twee al eerder veroordeelde verdachten van een serie 'ramkraken' van winkels weer op vrije voeten gesteld. Volgens het hof is dit een onvermijdelijk gevolg van de handelwijze van officier van justitie F. Teeven, die een aantal getuigen zwijgplicht had opgelegd. Het hof bepaalde dinsdag dat er hierdoor sprake is van “een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde”.

De twee vrijgelaten verdachten, Harry G. en Rob H., zijn vorig jaar door de rechtbank veroordeeld tot 3,5 en 4,5 jaar gevangenisstraf. Ze waren schuldig bevonden aan een reeks overvallen op winkels. Daarbij ramden ze met een gestolen auto de pui, waarna de zaak werd leeggehaald. G. en H. gingen tegen het vonnis in beroep. Bij een aantal overvallen had G.'s vriendin, Irma M., op de uitkijk gestaan.

G. hield zich niet uitsluitend bezig met 'ramkraken', hij was tevens informant van de criminele inlichtingendienst (CID) die onder verantwoordelijkheid van officier van justitie Teeven werkt. Als 'informant' had G. de politie ingelicht over een videoband met beelden van een officier van justitie tijdens diens bezoek aan het sekshuis Satyricon. Dit bordeel wordt geëxploiteerd door Heineken-ontvoerder Willem Holleeder, opnieuw verdacht van criminele activiteiten. Met de compromitterende band zou de betreffende officier worden gechanteerd. Omdat in het verleden regelmatig zeer vertrouwelijke informatie aan criminelen bleek te zijn doorgespeeld, nam de politie deze informatie serieus. De CID bleef met G. en zijn vriendin samenwerken in de jacht op de videoband, terwijl de overvallen doorgingen. Volgens de verdachten waren de medewerkers van de CID hiervan volledig op de hoogte en was hun ook beloofd dat ze niet zouden worden vervolgd.

De advocaten van de verdachten eisten in hoger beroep een verklaring van de CID, maar de vermomde medewerkers weigerden vorige week iedere medewerking. Daarop besloten de rechters om officier van justitie Teeven op te roepen. Ook hij weigerde dinsdag in te gaan op vragen over het onderzoek naar de videoband.

Het hof bleek evenwel van mening dat er geen enkele aanleiding bestaat voor deze zwijgzaamheid. “Daardoor wordt de rechterlijke controle op het handelen van de opsporingsambtenaren op ontoelaatbare wijze gefrustreerd, immers van objectieve waarheidsvinding kan onder deze omstandigheden geen sprake meer zijn.”