Nederlandse Schrijfdag; Schrijven is een hel

Workshops van schrijvers en dichters op 29 nov tijdens 'de Nederlandse Schrijfdag' van Stichting Schrijven met als thema De Verleiding.Van 10u30-18u workshops olv schrijvers en dichters in en rond het Atrium in Amsterdam Inl 020-6254141. E-mail: schryven@xs4all.nl. Inschr z.s.m.

De laatste vluchtheuvel in een mislukt leven is de ambitie schrijver (of dichter) te worden. Literatuur is immers een nogal respectabele bezigheid. Schrijvers (en dichters) ontvangen met regelmaat van overheidswege subsidies om te schrijven (en te dichten), toucheren op gezette tijden één van de talloze literaire prijzen, en krijgen op het boekenbal ook nog de leukste meisjes.

Maar wie schrijver (of dichter) wil worden, dient een aantal felle levensvragen onder ogen te zien. In de eerste plaats: wat moet men schrijven? In de tweede plaats: kan ik wel schrijven? En zo niet, in de derde plaats: kan ik leren schrijven? Het zijn vragen die kunnen leiden tot minuten, uren, soms jaren van twijfel en aarzeling bij elke literaire aspirant. Toch heeft men geen schrijfconsulten en dichtersspreekuren van de Stichting Schrijven nodig om ze te beantwoorden. Iedere literaire wanna-bee dient slechts enkele vuistregels te weten.

Wat moet men schrijven? Het is beter proza te schrijven dan poëzie. Van dichters zijn er al te veel; en doorgaans ontstaat poëzie slechts omdat men de regel niet vol kan krijgen.

Kan ik wel schrijven? Neen, niemand kan zo maar schrijven. Maar juist dit inzicht is een voorwaarde voor het scheppen van leesbaar Nederlands. De pijnlijkste literaire mislukkingen zijn schrijvers die menen dat ze wel kunnen schrijven. Iedereen kan een riem papier voltikken, maar schrijven is de kunde te bepalen welke regels ongeschreven hadden moeten blijven.

Kan ik leren schrijven? Ja en nee. Ja, in de zin dat iedereen kan leren altijd de eerste en de laatste alinea van zijn literaire maaksels te schrappen (steevast overbodig). Ja, in de zin dat iedereen kan leren alleen in uiterste noodzaak bijvoeglijke naamwoorden te gebruiken (neem hierbij geen voorbeeld aan moderne Nederlandse schrijvers). Neen, in de zin dat niemand kan leren dat schrijven verschrikkelijke consequenties heeft: men wordt gerecenseerd door Nederlandse recensenten, men wordt geïnterviewd door Hanneke Groenteman, men moet voorpubliceren in de Elle, men moet opdraven bij Sonja Barend.

Schrijven (en dichten) is een hel. De enige vraag die echt de moeite waard is om te beantwoorden, luidt dan ook niet of men schrijver (of dichter) zou kunnen worden, maar waarom men het zou willen worden.