Mein Kampf

Wanneer 'Mein Kampf' op de lijst van verboden boeken blijft prijken, zal de aantrekkingskracht en geheimzinnigheid ervan slechts toenemen. Dat leidt tot mythevorming en die blokkeert een beter inzicht in Hitlers donkere denkwereld en de geschiedenis van het Derde Rijk. Daarom heeft jurist J.W. Pluis volgens mij volkomen gelijk als hij betoogt (30 september) dat de ban rond dit boek moet worden opgeheven.

Met Hitler stierf immers ook het nationaal-socialisme en van zijn boek gaat niet langer de politieke bezieling uit die het destijds kende. Integendeel, er is geen beter tegengif voor het nazidom denkbaar dan lezing van 'Mein Kampf'.

Inmiddels kennen we toch ook de dagboeken van Joseph Goebbels en de memoires van Albert Speer in Nederlandse vertaling. Het verdient echter aanbeveling Hitlers boek niet slechts in een fotografische herdruk uit te geven, maar te voorzien van verantwoorde annotaties die de bruine bijbel in de juiste historische context plaatsen. De betoogtrant van de Führer is al lastig te volgen en zijn onderwerpen zijn naarmate het verleden steeds meer wegzakt helemaal niet meer begrijpelijk zonder toelichting.

Tot slot nog een andere merkwaardige kwestie rond het boek. Pluis vermeldt wel in zijn reactie op een eventuele herdruk van 'Mein Kampf' dat de Staat der Nederlanden na de Tweede Wereldoorlog door confiscatie eigenaar is geworden. Daarin heeft hij gelijk, want alle bezittingen van vijandelijke onderdanen vervielen na de bevrijding aan de staat. George Kettmann, samen met zijn vrouw eigenaar van De Amsterdamsche Keurkamer, was zo'n vijandelijke onderdaan. In 1942 was hij immers als SS-oorlogsverslaggever in Duitse dienst getreden. Na mei 1945 had hij dus niets meer met zijn uitgeverij te maken. Maar hoe kan het dan dat de onderneming in 1952 alsnog failliet werd verklaard en de voormalige eigenaren aansprakelijk werden gesteld? Jammer dat Pluis niet in deze juridische kluif zijn tanden heeft gezet.