Lijst van door aardbevingen beschadigde gebouwen wordt dagelijks langer; 'Herstelwerk Umbrië gaat zeker tien jaar kosten'

Ongeveer tweeduizend gebouwen van historisch en artistiek belang in Umbrië zijn beschadigd door de recente aardbevingen. Van veel gebouwen is het dak ingestort. “Als we niet meteen iets doen verliezen we deze gebouwen voor altijd, zeker met de regen en sneeuw in de winter.”

VERCHIANO, 16 OKT. Met een moedeloos gebaar wijst Maurizio Finamonti omhoog. Boven de muren vol scheuren en gaten, boven de half ingestorte daken, steekt een verminkte kerktoren uit. De top is bij de aardbevingen van de afgelopen weken helemaal weggeslagen.

“Het was geen topattractie, dat weet ik best”, zegt Finamonti. “Maar het was wel een eeuwenoude toren. Hij hoorde bij ons. En ik vraag me af of hij ooit kan worden hersteld. Onze cultuur is niet zo belangrijk als die in Assisi.”

De toren van het dorpje Verchiano, hoog in de bergen van Umbrië, illustreert het dilemma waarvoor Italië staat na de golf van aardschokken. Deze regio in het midden van het land heeft een enorm rijk cultureel erfgoed. De kerken, kloosters, villa's, kastelen en paleizen zijn vaak op zich al interessant, maar bevatten ook waardevolle fresco's en een heel scala aan andere kunstvoorwerpen. Hoe kan dat alles zo goed mogelijk worden beschermd tegen de golven van verwoesting die nog iedere dag door het gebied trekken? En is alles wel in zijn oorspronkelijke staat te herstellen of is Umbrië onherroepelijk een deel van zijn culturele geschiedenis aan het verliezen?

Finamonti, eigenaar van de manege die is omgebouwd tot opvangkamp, heeft een waaier van prentbriefkaarten bij zich. De meeste foto's zijn kort geleden genomen, deze zomer nog. Maar ineens is dat vroeger geworden. Uit de tijd van vóór de aardbeving. “Ik ben bang dat Verchiano zoals we dat hebben gekend, niet meer zal terugkomen”, zegt Finamonti berustend. “We zullen keuzes moeten maken en dat zal pijn gaan doen, zeer veel pijn”, voorspelt Giordana Benazzi, een kunsthistorica die de leiding heeft over het culturele reddingswerk in Umbrië. “We kunnen niet alles doen. Ik vrees dat in de gehuchten waar maar een paar mensen wonen en waar de kerken niet zo'n grote artistieke waarde hebben, we er niet in zullen slagen alles te restaureren.”

Benazzi zit achter een tafeltje in een bevingsbestendig noodgebouw in Foligno. Naast haar zitten de medewerkers die de lijsten van de culturele schade bijhouden. “Ik kan u geen lijst geven”, zegt ze met een zucht. “Het heeft geen zin. Hij wordt iedere dag langer.”

Wat betreft de beroemdste fresco's lijkt de schade mee te vallen, buiten de problemen in de basiliek van Assisi. Het werk van Benozzo Gozzoli in Montefalco is niet beschadigd, en de fresco's van Pinturicchio in Spello vertonen slechts een paar hele lichte scheurtjes. “De allerbelangrijkste fresco's hebben gelukkig geen zware schade geleden. Maar er is ook een aantal minder belangrijke kerken met interessante fresco's uit de 14de, 15de en 16de eeuw, die toch ook hun plaats hebben in het artistieke panorama. Daar heeft de structurele schade ook de fresco's op de muur aangetast.” Als voorbeelden noemt Benazzi het heiligdom van Santa Maria delle Grazie net buiten Foligno en de kerk van Volperino.

Aan die schade is niets te doen zolang de bevingen aanhouden. “Wij kunnen niet aan mensen vragen om hun leven te wagen in deze kerken, zegt Benazzi. “Daar bestaat een reëel instortingsgevaar. We hebben al twee van onze mensen verloren in Assisi.” Op 26 september werden in de basiliek daar twee restauratietechnici en twee franciscaner broeders gedood toen tijdens een inspectie van de fresco's een deel van het dak instortte.

De grootste zorg is de structurele schade aan gebouwen. “We kunnen op dit moment weinig meer doen dan voorkomen dat ze instorten. Herstelwerk is pas voor later. Er zijn bijvoorbeeld heel veel kerken in de omgeving in Foligno en Nocera Umbra waar het dak is ingestort en deel van het metselwerk wijkt. Als we niet meteen iets doen verliezen we deze gebouwen voor altijd, zeker met de regen en sneeuw in de winter. Neem de San Salvatore hier in Foligno, een van de mooiste kerken van de stad. De voorgevel is helemaal losgekomen van de rest van de kerk.”

Alleen al in de gemeente Foligno staan 250 gebouwen van historisch-artistiek belang op de lijst voor bouwkundige noodhulp. In Assisi zijn dat er ongeveer evenveel. Voor heel Umbrië loopt dat aantal op naar zeker tweeduizend. “Een extra probleem is dat de helft van deze gebouwen onbetrouwbaar is geworden. We mogen er alleen in als er mensen van de brandweer bij zijn, en dat is weer extra geregel.”

Hierbij gaat het alleen nog maar om tijdelijke maatregelen die instorting moeten voorkomen. Benazzi verwacht dat ze pas over een paar maanden de tijd heeft om te denken aan restauratie van de schade en aan maatregelen om de gebouwen beter bestand te maken tegen toekomstige bevingen.

“Ik voorzie dat er zeker tien tot vijftien jaar van hard werken nodig zullen zijn om deze gebouwen weer veilig en toegankelijk te maken”, vertelt Benazzi. “En over de financiële kant daarvan maken wij ons grote zorgen.” Volgens een eerste ruwe schatting kost het culturele herstelwerk 750 miljard lire, ongeveer 900 miljoen gulden. Benazzi verwacht dat dit bedrag veel hoger zal uitkomen. “Volgens mij is het nauwelijks voldoende om het hoogst noodzakelijke te doen.”

Twee andere, verwante problemen zijn diefstal en instortingsgevaar van musea. De oplossing daarvoor is dezelfde: de kunstwerken die te vervoeren zijn, worden overgebracht naar veiliger plaatsen. Twee musea in Assisi en één in Nocera Umbra zijn al ontruimd. Twintig kerken in Foligno en omgeving zijn al helemaal leeggehaald, een vijftigtal andere staat nog op de lijst.

“Het gaat vaak om kerken die in afgelegen berggebied liggen, met schilderijen, beeldhouwwerken, meubels, liturgische gewaden en kelken, die dreigen in te storten en die ook een prooi kunnen worden van dieven. Daarnaast zijn er heel veel villa's en paleizen die in handen zijn van particulieren en waar waardevolle meubels en schilderijen zijn. De eigenaars mogen er meestal niet meer in. De politie patrouilleert wel, maar het is beter deze kunstschatten in veiligheid te brengen. Maar we komen ruimtes te kort. We hebben de banken al gevraagd hun kluizen ter beschikking te stellen.”

De franciscaner broeders in de basiliek van Sint Franciscus in Assisi hebben gisteren gezegd dat de zogeheten benedenkerk, waar het graf van de heilige is, waarschijnlijk over een week of twee, drie weer zal worden opengesteld. Aan de bovenkerk, waarvan het dakgewelf is ingestort en waar de frescocyclus van Giotto is, zal zeker tot het jaar 1999 moeten worden gewerkt, en mogelijk langer. Veel andere kerken en musea zullen maanden, zo niet jaren dicht blijven.

Zijn deze aardbevingen de doodsteek voor het culturele toerisme naar Umbrië? Benazzi verwacht van niet. “De toeristen moeten zich beseffen dat er problemen zijn, dat niet alles toegankelijk is. Maar er zijn ook prachtige steden die minder getroffen zijn door de aardbevingen. Zoals Perugia. Dit is een kans om een wat ander beeld van Umbrië te krijgen dan het traditionele.