Indiase droogte was ramp én ommekeer

Het was geen beste moesson dit jaar in India. Daarom zijn de boeren in Dasna meer dan ooit afhankelijk van irrigatie. Maar die tast het grondwaterpeil aan.

DASNA, 16 OKT. Even buiten het dorp Dasna, dertig kilometer ten oosten van New Delhi, kijken bij een theestalletje langs een half verharde landweg enkele boeren naar de stralend blauwe hemel met een mengeling van bezorgdheid en verontwaardiging. Het loopt tegen het einde van de jaarlijkse regentijd, maar met de neerslag is het dit jaar bar tegengevallen in hun streek. “Het is geen beste moesson dit jaar”, constateert Ishrat Ali somber, terwijl hij aan een bidi, een Indiase goedkope sigaret, lurkt.

Meer dan ooit zullen Ali en zijn collega's afhankelijk zijn van irrigatie voor hun oogst. Zoals de meesten in Dasna maakt Ali, een boer van middelbare leeftijd met een grijze stoppelbaard, daartoe gebruik van het grondwater, dat hij via een dieselpomp omhoogstuwt. Een elektrische pomp zou goedkoper zijn, maar Dasna is nog niet geëlektrificeerd.

Ali kan overigens wel tegen een stootje. Hij bezit bijna vijf hectaren grond en geldt daarmee in India, waar twee op de drie boeren nog niet eens één hectare hebben, als een welgesteld man. Dit blijkt ook uit het feit dat hij over een eigen tractor beschikt. “Dank zij de irrigatie neemt mijn oogst ook nog bijna elk jaar een beetje toe”, zegt hij. “Maar het wordt allemaal wel steeds moeilijker. De prijs van de diesel voor de pomp is hoog en het grondwaterpeil zakt elk jaar verder.”

Vroeger, toen er nog geen pompen waren in het dorp, waren er vaak conflicten over water, vertellen de mannen bij het theestalletje. Zo kon het gebeuren dat wanneer iemand even niet oplette water uit naburige sloten dat voor hem was bestemd door een ander werd afgetapt. Hoog oplopende ruzies waren het gevolg. Zulke geschillen behoren nu tot het verleden. De sloten van vroeger staan allang droog en de boeren zijn nu op de grondwaterpompen of regen aangewezen.

Zonder irrigatie zou India, dat zijn bevolking de afgelopen vijftig jaar heeft zien verdrievoudigen, vermoedelijk permanent kampen met grote hongersnoden. Een grote doorbraak deed zich in de jaren zestig voor. “Er heerste toen een langdurige droogte, die op veel plaatsen tot diepe ellende leidde”, aldus de geohydroloog dr D.K. Dutt. “De enige groene plekjes die nog overbleven in het landschap waren de stukjes land die werden geïrrigeerd. Toen begrepen veel mensen plotseling het belang van irrigatie.”

De regering lanceerde omvangrijke meerjarenprogramma's, waarbij vele miljarden rupees werden geïnvesteerd in de aanleg van dammen, waterreservoirs en uitgebreide irrigatienetwerken. Ook werden er jaarlijks een paar duizend dorpen geëlektrificeerd.

De belangrijkste winst van dat laatste voor de boeren was, afgezien van het comfort in huis, dat met de nieuwe stroom pompen konden worden aangedreven, waarmee ze hun land konden bevloeien. Als de elektriciteit het doet althans: in sommige delen van India is het niet ongebruikelijk dat boeren pas midden in de nacht eindelijk hun pompen even kunnen aanzetten, waarna de stroom opnieuw voor de rest van het etmaal uitvalt.

De grotere boeren schaften meestal zelf pompen aan, de kleinere konden gebruik maken van grote pompen, die door de regering werden aangelegd. In de jaren zeventig kwamen er jaarlijks zo'n 50.000 bij, tegen het einde van de jaren tachtig al bijna een half miljoen per jaar. In totaal zijn er nu naar schatting dertien miljoen elektrische pompen en zo'n 4,5 miljoen dieselpompen.

Het geïrrigeerde landbouwareaal groeide navenant. Werd vijftig jaar geleden amper een vijfde deel van de landbouwgrond geïrrigeerd, nu is dat meer dan de helft en nog altijd groeit het. Samen met verbeterde zaden en kunstmest legde de irrigatie de grondslag van India's befaamde Groene Revolutie, waardoor de huidige generatie ondanks een explosieve bevolkingsgroei aanmerkelijk beter gevoed kan worden dan de vorige. “Door de irrigatie konden boeren plotseling niet één maar twee of zelfs drie keer per jaar oogsten”, zegt Dutt. “Bovendien vinden boeren het altijd prettig om zo onafhankelijk mogelijk te zijn van de grillige natuur.”

Zo'n 85 procent van het Indiase watergebruik is nu voor irrigatiedoeleinden. Het intensieve gebruik van het grondwater, dat voorziet in ongeveer de helft van de irrigatiebehoefte, heeft op veel plaatsen in India echter geleid tot een zorgwekkende daling van het grondwaterpeil. Het meest acuut is de toestand in de westelijke deelstaat Gujarat. In deze droge, 's zomers zeer hete streek, komt 70 procent van het irrigatiewater uit de grond. Hier en daar is het waterpeil de afgelopen jaren met 90 meter gezakt. De putten worden steeds dieper. Toch vinden boeren het nog steeds de moeite waard het water, tegen een hogere prijs, van zo diep op te pompen.

De regering maakt zich intussen zorgen over een groeiende waterschaarste in India. Medewerkers van het planbureau van de regering in New Delhi hebben uitgerekend dat er in 1990 nog 2500 kubieke meter water beschikbaar was per hoofd van de bevolking per jaar. In 2007 zal dat naar verwachting zijn geslonken tot 2000 kubieke meter en in 2025 tot circa 1500 kubieke meter.

Met het oog hierop probeert New Delhi al jaren de winning van het grondwater enigszins aan banden te leggen, maar daarin is het tot dusverre niet geslaagd. De boeren zijn volstrekt niet van zins zich deze bron van water en welvaart zomaar te laten ontnemen.

Een groeiend probleem is ook dat door de irrigatie op veel plaatsen de verzilting van de grond voortschrijdt, vooral in gebieden die niet ver van de zee zijn afgelegen, zoals in Gujarat, of waar overvloedige irrigatie wordt toegepast, zoals in Haryana. Door een gebrekkige afwatering zijn sommige gebieden door de irrigatie juist erg drassig geworden, waardoor de grond minder geschikt is voor de landbouw. Zoutdeeltjes uit de bodem komen daardoor aan de oppervlakte en tasten de gewassen aan.

Een rapport van de Wereldbank van 1993 wijst erop dat Indiase ingenieurs en planologen dikwijls hadden onderschat hoezeer gebieden die stroomafwaarts liggen worden geschaad door dammen en irrigatiekanalen die water onttrekken aan bepaalde rivieren. Zo gaat de vooruitgang stroomopwaarts dikwijls ten koste van de mensen stroomafwaarts.

Dit heeft tot tal van conflicten geleid in India en zelfs met buurlanden. De zuideljke deelstaten Tamil Nadu en Karnataka liggen al jaren met elkaar overhoop over de verdeling van het water van de rivier de Cauvery. Bangladesh voelde zich tot voor kort zeer te kort gedaan door India, dat grote hoeveelheden water van de rivier de Ganges die vroeger naar Bangladesh stroomden in plaats daarvan richting Calcutta stuwde. Eind vorig jaar werd echter een akkoord bereikt over de verdeling van het Gangeswater.

De sleutel tot een eerlijke verdeling en een doelmatig beheer van het beschikbare water ligt in betrouwbare gegevens daarover. Omdat het daaraan ontbrak werd er in 1995 een groot programma gelanceerd om via tal van metingen en peilingen een Hydrologisch Informatie Systeem (HIS) in het leven te roepen, dat al het Indiase water, aan de oppervlakte en in de grond, in kaart brengt.

Met het project, dat in 2001 klaar moet zijn, is een bedrag gemoeid van 170 miljoen dollar, waarvan de Wereldbank het leeuwendeel levert. Nederland draagt ruim 17 miljoen dollar bij voor de technische bijstand. Consultants van DHV en het Waterloopkundig laboratorium in Delft alsook Indiase experts hebben de coördinatie van het technische gedeelte in handen, dat zich ook sterk richt op organisatorische ontwikkeling en opleidingsprogramma's.

“Het is waarschijnlijk het grootste programma van technische bijstand in de watersector dat Nederland in de wereld heeft”, aldus Johan Grijsen, die het project vanuit New Delhi leidt. In eerste instantie concentreert het project zich uit praktische overwegingen op tweederde deel van India bezuiden de lijn Gujarat-Orissa. In totaal zijn er zo'n 10.000 mensen bij het ontstaan van HIS betrokken, van eenvoudige waarnemers in het veld tot hooggekwalificeerde ingenieurs aan de top.

Afgezien van het HIS valt er ook op andere wijze veel te verbeteren aan de Indiase waterhuishouding. Zo is het onderhoud van veel irrigatiewerken ernstig verwaarloosd, waardoor de doelmatigheid daalt. B.N. Navalawala, een hoge ambtenaar van het Indiase planbureau, vindt dat de regering vaak ten onrechte begint met nieuwe irrigatieprojecten voordat eerder begonnen projecten goed en wel zijn afgesloten. Door deze haast blijven de resultaten van de projecten vaak ver achter bij de verwachtingen en wordt er veel water onnodig verkwist. Volgens Navalawala zou het zinvoller zijn eerst de oude projecten op orde te krijgen alvorens nieuwe te beginnen.

Ook geven hoge regeringsambtenaren toe dat ze de boeren zelf vaak onvoldoende hebben betrokken bij de besluitvorming. Door dat wel te doen kan het rendement van het water aanzienlijk worden verhoogd. Ook is de prijs van het water, dat de boeren via irrigatienetwerken of via de waterleiding ontvangen veel te laag, vinden deskundigen. Een lichte prijsverhoging zou de boeren al tot een veel zorgvuldiger waterbeheer kunnen brengen, menen zij.