Franse wapens beslissen in Congo/B

Congo-Brazzaville heeft een nieuwe sterke man. De burgeroorlog die hem aan de macht heeft teruggebracht draaide voor een belangrijk deel om de controle over oliebronnen.

KIGALI, 16 OKT. Generaal Denis Sassou Nguesso, ex-president van Congo-Brazzaville, is opnieuw de sterke man van deze Afrikaanse oliestaat aan de monding van de rivier de Congo. Na een felle burgeroorlog van ruim vier maanden is hij terug van weggeweest. Dankzij Franse wapens, de weigering van Frankrijk zijn opvolger Pascal Lissouba te hulp te snellen en met forse steun in de rug van Angolese troepen. Die namen gisteren vanuit de enclave Cabinda de Atlantische oliehaven Pointe-Noire in voor Sassou. Pogingen van de Verenigde Naties en buurland Gabon om de machtsstrijd tussen Lissouba en Sassou via bemiddeling te beslechten zijn op niets uitgelopen en de wapens hadden het laatste woord.

De burgeroorlog, die uitbrak op 5 juni toen de Cobra-militie van Sassou Nguesso het vuur opende op regeringstroepen die hen kwamen ontwapenen, draaide van meet af aan om de macht in Brazzaville en controle over de rijke oliebronnen voor de kust. Die worden geëxploiteerd door de Franse oliemaatschappij Elf-Aquitaine, waarvan de monopoliepositie op de Congolese markt door Lissouba na zijn verkiezing in 1992 ter discussie is gesteld. Onder het autoritaire presidentschap van Sassou Nguesso (1979-1992) stond Congo op uitstekende voet met het voormalige moederland Frankrijk en verwierf Elf zijn alleenrecht op de winning en distributie van de Congolese olie. Behalve Sassou is Elf dan ook de grote winnaar van deze bloedige burgeroorlog. In Parijse oliekringen wond men er gisteren geen doekjes om: Elf dirigeert de dans in Congo en Sassou is hun man.

De gang van zaken in Congo-Brazzaville illustreert de grenzen van de eerder dit jaar door de regering-Jospin ingeluide aanpassing van de Franse Afrikapolitiek. De nieuwe formule luidt aldus: geen gewapende interventies meer ter ondersteuning van bevriende regimes, 'afrikanisering' van crisisbeheersing op het continent en alleen militair ingrijpen wanneer de levens van Franse staatsburgers op het spel staan en nationale belangen worden bedreigd. Toen de strijdende partijen elkaar in juni onder vuur namen in de hoofdstad Brazzaville beperkte het Franse contingent in het naburige Gabon zich tot evacuatie van Franse staatsburgers, van wie een deel werd teruggetrokken op Pointe-Noire.

Lissouba's beroep op zijn legitimiteit als verkozen staatshoofd en herhaalde smeekbeden om hulp bleken in Parijs aan dovemansoren gericht. Tijdens Lissouba's laatste bezoek aan de Franse hoofdstad, in september, weigerde president Chirac hem te ontmoeten. Chirac ried Lissouba telefonisch aan om de macht te delen met zijn rivaal Sassou. Intussen werd Parijs op zijn wenken bediend: de Franse belangen werden behartigd door Sassou's Cobra's, die beschikken over Franse wapens.

Pagina 5: Logica van machtsstrijd en economisch belang

In de laatste fase werd de 'Afrikaanse' oplossing afgerond door Angolese troepen. De betrokkenheid van Angola gehoorzaamt aan dezelfde logica van machtsstrijd en economisch belang. Door de val van de Zaïrese leider Mobutu, in mei, zijn de machtsverhoudingen in Midden-Afrika drastisch gewijzigd. Mobutu was goede maatjes met Jonas Savimbi, de leider van de Angolese rebellenbeweging UNITA. Krachtens het vredesakkoord tussen de regering in Luanda en UNITA, afgesloten in 1994, moest UNITA zijn leger demobiliseren. Een belangrijk deel van het UNITA-leger week toen uit naar het bevriende Zaïre en stond Mobutu's desintegrerende leger bij in de mislukte poging de rebellen van Laurent Kabila tot staan te brengen.

Savimbi mocht de diamanten, die worden gewonnen in door hem gecontroleerd gebied, exporteren via Zaïre. Dat kanaal raakte na de machtsovername door Kabila verstopt en Savimbi zocht een uitgang in Brazzaville. Als tegenprestatie hielp hij Lissouba bij de aanschaf van twee Russische gevechtshelikopters in Kirgizië. Vanaf dat moment beschouwde Luanda Lissouba als een sta-in-de-weg. Daarbij komt dat Elf-Aquitaine ook olie wint voor de kust van de Angolese enclave Cabinda, die grenst aan Congo-Brazzaville en waar Elf deze zomer nieuwe oliebronnen aanboorde. Het Angolese leger rukte deze week vanuit Cabinda het buurland binnen en bracht Lissouba een beslissende slag toe.

President Kabila van Congo (voorheen Zaïre) deed in augustus een handreiking naar Lissouba, kennelijk in een anti-Franse reflex, omdat Parijs zijn aartsvijand Mobutu tot het laatst had gesteund. Bovendien hebben gevluchte eenheden van Mobutu's voormalige garderegiment deze zomer de kant gekozen van Sassou. Maar het is zeer de vraag of Kabila dit impulsieve gebaar kracht bijzet, nu zijn Angolese bondgenoten hebben afgerekend met Lissouba.