Blauw op straat; Vergrijzing verhindert groei

De politiek belooft bij herhaling dat er meer agenten op straat zullen komen. Maar de scheve leeftijdsopbouw van de korpsen, de opleidingsduur en de CAO staan een snelle uitbreiding in de weg.

ENKELE DUIZENDEN AGENTEN in de komende kabinetsperiode erbij, beloofde minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) onlangs op een bijeenkomst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Zevenduizend agenten extra, belooft het CDA in zijn deze week gepresenteerde verkiezingsprogramma. De belofte 'meer blauw op straat' lijkt door de politiek per opbod te worden verkocht. In de aanloop naar de verkiezingen is er hoog ingezet op het thema criminaliteitsbestrijding. Blijkens opinieonderzoek scoort het thema veiligheid en onveiligheid hoog bij de Nederlandse burger. Daarmee is de criminaliteitsbestrijding tot een van de belangrijkste onderwerpen van de komende parlementsverkiezingen gebombardeerd.

Waar de 4.800 extra agenten zijn gebleven die drie jaar geleden in het regeerakkoord van het paarse kabinet werden beloofd, is intussen nog steeds niet duidelijk. Tot ongenoegen en hilariteit van de Tweede Kamer kon minister Dijkstal eerder dit jaar niet aangeven hoeveel agenten er deze kabinetsperiode zijn bijgekomen. Ongenoegen, omdat die vraag al jaren wordt gesteld en het antwoord telkens uitblijft. Hilariteit, omdat uitgerekend Dijkstal in zijn tijd als Tweede-Kamerlid van de VVD scherpe kritiek uitte op zijn voorgangers over het uitblijven van harde cijfers over blauw op straat.

Navraag bij het ministerie van Binnenlandse Zaken leert dat het departement nog steeds niet weet hoeveel agenten Nederland telt, laat staan hoeveel blauw op straat loopt. Het ministerie verwijst voor de politiesterkte door naar de regiokorpsen. “Zij voeren hun eigen personeelsbeleid.”

De voorlichters van de regiokorpsen zuchten en steunen bij de vraag hoeveel blauw er op straat loopt. Volgens de korpsen is het ondoenlijk om na te gaan hoeveel tijd een agent daadwerkelijk op straat is. “Dat hangt er helemaal vanaf. Soms loopt een agent acht uur over straat, soms moeten zaken op het bureau afgehandeld worden en zal hij vier uur op straat zijn.”

De cijfers over blauw op straat zijn een kwestie van definitie, zegt voorlichter J.K. Nubé van het korps Haaglanden. De chef van de meldkamer loopt niet op straat, maar stuurt wel de auto's naar calamiteiten. Een rechercheur die foto's van verdachten laat zien aan iemand die aangifte heeft gedaan, heeft wel contact met het publiek, maar is geen straatagent.

Het korps Haaglanden berekent in tegenstelling tot de meeste andere korpsen niet het aantal executieven, het aantal mensen in uniform dat de politieschool heeft doorlopen, maar hanteert een indeling waarbij het personeel wel of geen contact met het publiek heeft. Daarin zijn de agenten op één hoop gegooid met het kantoorpersoneel dat niet de politieschool heeft doorlopen.

“Het zijn semi-wetenschappelijke methoden en daar schaar ik onze eigen rekenmethode ook onder”, erkent voorlichter Nubé volmondig.

Hoofddocent A.R. Hauber van het Criminologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Leiden noemt het 'treurig' dat Dijkstal niet weet hoeveel agenten er zijn bijgekomen. “Het toont hoe weinig grip Dijkstal op de politie heeft”, aldus de hoogleraar. Dat ontkent de minister niet. Volgens hem biedt de Politiewet hem onvoldoende bevoegdheden om de korpsen te dwingen het geld dat het kabinet voor blauw op straat had bestemd, daarvoor aan te wenden.

Tweede-Kamerlid Gabor (CDA) is het daarmee niet eens. “Alle keren dat Dijkstal extra geld heeft uitgetrokken voor de politie, had hij als voorwaarde kunnen stellen dat dat aan extra blauw op straat werd besteed.” Gabor vindt dat de ongelijkheid die na de reorganisatie van de politie tussen het platteland en de grote stad is ontstaan, moet worden rechtgetrokken.

Korpschef P. van Brakel van het regiokorps Friesland zegt dat dit in zijn regio nu ten dele gebeurt. Bij zijn aantreden in 1991 werd hij geconfronteerd met een inkrimping met 120 agenten. Bij de reorganisatie van de politie moesten veel korpsen buiten de Randstad personeel inleveren. De korpsen in de grote steden kregen er menskracht bij. Volgens de toendertijd gangbare verdeelsleutel had Friesland in verhouding tot de Randstad te veel agenten in dienst. De terugloop moest opgevangen worden door efficiencymaatregelen. In de komende vijf jaar krijgt Friesland door een bijstelling van de verdeelsleutel agenten terug. “Friesland is vooral door de vier Waddeneilanden qua oppervlakte de grootste regio. Daardoor krijgen wij er nu mensen bij.”

Volgens Van Brakel bestaat er een misverstand over het aantal politiemensen dat een regio moet hebben. Op grond van een ingewikkelde verdeling wordt berekend hoeveel agenten een regiokorps hoort te hebben. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het aantal inwoners, het aantal kilometers harde en onverharde wegen, het aantal niet-Nederlanders, het aantal woningen, de adressendichtheid, het aantal winkels en het aantal verhuizingen. Het budget wordt vertaald naar een vast bedrag per agent, zegt het ministerie van Binnenlandse Zaken. Voor elke agent ontvangt een regio bijna een ton. Daarvan moet een korps alles betalen, van de huisvesting tot de computer op het bureau. “Die 97.000 gulden zijn voldoende om het salaris van een politiesurveillant en al zijn benodigdheden te betalen, maar dekken niet het salaris van een hoofdcommissaris”, zegt Van Brakel. Hij is ervan overtuigd dat de minister met het aantal agenten dat een korps mág hebben, niet bedoelt dat een korps die ook móet hebben. “Dijkstal laat in het midden waaraan het geld wordt uitgegeven. Er moeten zowel de salarissen als alle materiële kosten van betaald worden.”

Ondanks de beloften over meer blauw, verwacht de politie daar weinig van. In Rotterdam wordt eerder gevreesd dat er minder blauw op straat komt. De nieuwe politie-CAO bekort de werkweek met twee uur, van 38 naar 36 uur. Om de verloren werkuren honderd procent op te vullen zijn bij het korps Rotterdam-Rijnmond tweehonderd extra agenten nodig, becijfert R. Scholte, vice-voorzitter van de Algemene Nederlandse Politie Vereniging, afdeling Rijnmond.

Kamerlid Gabor is ervan overtuigd dat er geen extra blauw op straat zal komen. “Daar komt het absoluut niet van”, zegt hij beslist. De kortere werkweek houdt volgens Gabor in dat er landelijk tweeduizend agenten bij moeten om het huidige niveau te handhaven. Door het beperkte aantal opleidingsplaatsen en de scheve leeftijdsopbouw van de politie zal het vanaf 2010 en “eigenlijk al vanaf 2005” een heksentoer worden om het natuurlijk verloop op te vangen, verwacht Gabor. Het zwaartepunt in het personeelsbestand ligt bij veertigjarigen. Die mensen zullen door natuurlijk verloop vanaf 2005, 2010 massaal de politie verlaten.

Korpschef Van Brakel van het regiokorps Friesland verwacht op korte termijn al problemen door de ongelijke leeftijdsopbouw. “Ik voorzie dat het de komende tien jaar problemen zal geven om de nachtdienst op te vullen. Rond het veertigste of vijfenveertigste jaar is het lastiger wisselingen in het dag-nachtritme op te vangen. De biologische klok is minder flexibel. Oudere agenten krijgen moeite met de continu-dienst.” Als een van de mogelijke oplossingen voor het opvullen van de avond- en nachtdiensten noemt Van Brakel flexibilisering. Dan zou de ploegendienst worden afgeschaft en moet iedereen tekenen voor bepaalde uren waarop moet worden gewerkt.

“Eigenlijk zouden we nu al agenten moeten opleiden om de uitstroom op te vangen”, vindt Van Brakel. “We raken straks ook een hoop ervaring kwijt en dat vang je niet op met de aanstelling van een jonge agent.” Daar komt bij dat de opleiding van een agent drie jaar vergt. Het theoretische deel duurt twee jaar, waarna een agent gewoonlijk nog een jaar meeloopt met ervaren collega's.

De Algemeen Christelijke Politiebond is het met Van Brakel eens dat er meer geld moet komen voor de verjonging van de korpsen. “Het speelt behalve in Friesland ook vooral bij een paar oostelijke korpsen. Dat zijn de korpsen die door de reorganisatie een paar jaar geleden geen personeel konden aannemen.”

“De vergrijzing wordt voor de inroostering van de zware diensten en nachtdiensten een belemmering”, meent voorlichter P.J. Bussemakers van het korps Gelderland-Zuid. “Het betekent dat die diensten door jongere collega's moeten worden gedaan.” In het korps Gelderland-Zuid komt er “langzaam, maar zeker” beleid van de grond waardoor oudere agenten kunnen uitstromen. Volgens Bussemakers heeft het korps “meer vrijheid dan voorheen” om zelf te bepalen hoeveel jonge agenten er in dienst komen.

“Alle korpsen kampen met vergrijzing”, zegt voorlichter M. Lieskamp van het korps Gelderland-Midden. “Tussen 2008 en 2014 gaat veertig tot vijftig procent van het executieve politiepersoneel met pensioen.” Dat is het gevolg van de instroom tussen 1965 en 1972. Ook toen was de politie sterk vergrijsd, waardoor er binnen tien jaar 15.000 tot 20.000 nieuwe agenten zijn bijgekomen, zegt Lieskamp. “Ik ben zelf van die lichting.” Het korps Gelderland-Midden is, gedwongen door de problemen met de vergrijzing en de reorganisatie, nu ver met 'mobiliteitsbeleid'. Het korps probeert oudere agenten te plaatsen bij het bedrijfsleven, andere korpsen en overzeese gebiedsdelen. “Daarvan wordt driftig gebruikgemaakt”, zegt Lieskamp. Dit jaar verlaten 170 agenten het korps van wie er vijftig gebruikmaken van de mobiliteitsregeling. Lieskamp hoopt dat Binnenlandse Zaken de financiële middelen vindt voor het vervroegen van de pensioenleeftijd van zestig naar vijfenvijftig jaar, hetgeen is voorgesteld in de nieuwe CAO.