Afrikaans patroon

DE VEILIGHEIDSRAAD van de Verenigde Naties heeft opnieuw het nakijken. De cobra's van ex-president Denis Sassou-Nguesso hebben Congo-Brazzaville overgenomen van Sassou's opvolger, president Pascal Lissouba. De raad had overwogen in te grijpen, maar hij kwam te laat. Het is in Afrika langzamerhand een vast patroon: militaire krachtpatserij smoort ieder vredesinitiatief.

Laurent Kabila, de nieuwe baas in het naburige Kinshasa, volhardt in zijn weigering de VN de massamoord van zijn troepen op Hutu-vluchtelingen te laten onderzoeken. Sassou, een dictator van marxistische snit, heeft nu het gekozen staatshoofd Lissouba het land uitgejaagd. In Afrika waait een nieuwe wind, maar die komt nog steeds uit de verkeerde hoek.

De vrienden van gisteren zijn de vijanden van vandaag. Het nieuwe bewind in Kinshasa heeft althans op het verkeerde paard gewed. Kabila gaf, zij het kort, zijn steun aan het zittende staatshoofd in Brazzaville. Zijn troepen trokken de rivier over die beide Congo's scheidt. Maar Kabila's bondgenoot bij de strijd tegen Mobutu, Angola's president Eduardo Dos Santos, zond tanks en vliegtuigen ter ondersteuning van Sassou. Dos Santos had nog een oude rekening te vereffenen met Lissouba die destijds, samen met Mobutu, de UNITA-opstand van Dos Santos' vijand Jonas Savimbi had gesteund. De Angolezen gaven de doorslag.

ACHTER DE Afrikaanse conflicten gaan Amerikaans-Franse schermutselingen schuil. De zogenoemde nieuwe leiders van Afrika - die van Oeganda, Ethiopië, Rwanda - hebben de steun van de VS. Het ancien régime in de voormalige Franse koloniën is pro-Frans. Gezien de hulp die Sassou ook van die kant heeft gekregen, is zijn plaats in het nieuwe Afrika nog lang niet verzekerd. Zoals de Angolese interventie aantoont, vertroebelen plaatselijke rivaliteiten de rechte lijn die waarnemers al hadden getrokken tussen het nieuwe en het oude Afrika: aan de ene kant het efficiënte puritanisme van de, Engelstalige, hervormers, anderzijds de hebzucht van de oude corrupte kliek.

De werkelijkheid blijkt ingewikkelder. De militaire overmacht van het nieuwe Afrika mag indruk hebben gemaakt, er zwerven in de grensgebieden voldoende gewapende bendes rond om het de nieuwe leiders verder lastig te kunnen maken. Anders gezegd, het gebied, zich uitstrekkend van het hart van het continent tot de Atlantische kust, is nog lang niet tot rust gekomen. De nieuwe orde zelf is ten slotte voortgekomen uit de tentenkampen van gevluchte minderheden; ditmaal zinnen de door haar verjaagde tegenstanders op terugkeer en wraak.

DE OPBOUW van een nieuwe samenleving in de door jarenlange verwaarlozing, repressie en burgeroorlogen geteisterde landen zou ook zonder de aanwezigheid van een gewapende diaspora al een zware taak zijn. De rebellie in Congo-Brazzaville is ook weer een voorbeeld van een snel militair succes dat op zichzelf niets oplost. De internationale gemeenschap legt zich neer bij de voldongen feiten. Zij is tot niets anders in staat. Maar de stelling dat Afrika zichzelf aan de haren uit het moeras zal trekken, moet nog worden bewezen. De overwinning van Sassou betekent dan ook: meer van hetzelfde.