Tommy Lee Jones

In een serie profielen van gezichtsbepalende filmsterren deze week Tommy Lee Jones, de 'Texaanse Bogart' die nu een heldhaftige reddingswerker speelt in de rampenfilm 'Volcano'.

Eerst is er het gezicht: de diepliggende omwalde ogen, het onregelmatige haaietandengebit, de pokdalige gegroefde huid en de aandoenlijk grote oren. Dan is er de stem, die onder de dekmantel van een zuidelijk-Amerikaanse rauwheid zowel spot als medeleven kan laten doorklinken. En ten slotte is er de mimiek, de beheerste bewegingen en de coole tred die hem de uitstraling geven van een elegant roofdier.

Tommy Lee Jones (San Saba, Texas, 15 september 1946) is een karakteracteur die lange tijd vooral heeft uitgeblonken in bijrollen. Of hij nu een echtgenoot met losse handen speelde in A Coal Miner's Daughter (1980), een schimmige complotteur in JFK (1991), of een psychopatische kaper in Under Siege (1992) - altijd stal hij de show met zijn combinatie van charme en angstaanjagendheid, terwijl hij meer dan eens zijn veel beroemdere tegenspelers in de coulissen drukte. Zelfs Harrison Ford werd in The Fugitive (1993) overvleugeld door Jones, die met zijn onvergetelijke vertolking van de voortvarende U.S. Marshall Sam Gerard (“I - don't - bargain”) terecht een Oscar voor de beste bijrol in wacht sleepte. Naar verluidt is Ford voor het op stapel staande vervolg op The Fugitive dan ook helemaal niet meer gecontracteerd.

Veel woorden heeft de tussen de (olie)boeren opgegroeide Jones niet nodig voor zijn karaktertekeningen. Zijn kracht zit hem niet in lange, met flair gebrachte dia- of monologen, maar in no-nonsense dynamiek die meestal maar een half woord nodig heeft. In dat opzicht heeft hij wel wat weg van Clint Eastwood. Ook Jones zou het goed gedaan hebben als eenzame ruige cowboy in het Wilde Westen; maar toen hij in 1970 debuteerde in het melodrama Love Story waren de hoogtijdagen van de western al lang voorbij. Jones, bijgenaamd de 'Texaanse Humphrey Bogart', werd gecast in andere actiefilms, en specialiseerde zich in personages waar op zijn zachtst gezegd een steekje aan los was. In 1982 kreeg hij als tv-acteur een Emmy voor zijn rol als Gary Gilmore in The Executioner's Song, het door Norman Mailer beroemd gemaakte verhaal van een multimoordenaar die zijn eigen terechtstelling afdwingt.

Anders dan Eastwood, of andere beroemd geworden character actors als Christopher Walken en Harvey Keitel, lijkt Tommy Lee Jones zich het meest op zijn gemak te voelen in films van commerciële Hollywood-regisseurs; gedurfde projecten, laat staan auteursfilms, zijn op zijn curriculum nauwelijks terug te vinden. De in Harvard op Flannery O'Connor afgestudeerde acteur schept er in zijn meest recente films een sardonisch genoegen in de archetypische actieheld uit te hangen, zonder eendimensionaal te worden. Jones speelt op zeker, wat volgens hemzelf terug te voeren is op zijn arme jeugd en het moeizame begin van zijn carrière. “Dertig jaar geleden speelde ik voor 45 dollar per week Shakespeare, Brecht en Euripides”, zei hij toen hij door het succes van de recente science-fictionkomedie Men in Black een man van 6 miljoen werd. “Hollywood-films betalen een stuk beter.”