Slachtoffers aardbeving Italië vrezen de winter

Gisteren is Midden-Italië opnieuw getroffen door een sterke aardbeving. Er waren geen slachtoffers, omdat inwoners van soms hele dorpen in tenten bivakkeren.

NOCERA UMBRA, 15 OKT. Romoaldo Santucci heeft honger, maar hij schuift zijn plastic bordje met plakkerige doperwtjes en een stukje vlees voor zich uit. “Met alle respect voor Sint Franciscus, ze moeten eens ophouden over die basiliek te praten. Het is alleen maar Assisi, Assisi. Ik ben katholiek en ik wil geen enkele heilige boos maken, maar het gaat nu allereerst om mensen en niet om gebouwen. Alleen al in dit dorp zijn 6500 mensen dakloos. Daar moeten ze aan denken als het om hulp gaat. Het geld moet voor de burgers worden gebruikt.”

De regen klettert op het dak van de grote tent die als eetzaal functioneert. Aan het uiteinde staat een bus die is omgebouwd tot keuken en vrijwilligers gaan rond met borden met eten. Voor de dorst staan er pakken met wijn en flessen water op tafel. Een jongen loopt rond met een grote schaal met geraspte parmezaanse kaas. Die is te kostbaar om zomaar op de tafels te laten staan.

De vrouwen en kinderen aan de lange tafel kijken stilzwijgend toe, met grote ogen, naar de uitval van Santucci, een 40-jarige gemeente-ambtenaar van dit stadje in Umbrië. Een man valt hem bij. “Kijk eens naar al die kinderen die ook dakloos zijn geworden door de aardbeving”, zegt Michele Pericle, die werkt bij de mineraalwaterfabriek hier. “Wat hebben die aan Sint Franciscus? Die hebben huizen nodig, geprefabriceerde huizen. Over een paar weken gaat het hier sneeuwen. En dan wordt het hier bitter koud.”

Midden-Italië werd gisteren opnieuw getroffen door een aardbeving, drie weken na de zware schokken van 26 september. De beving was tot in Rome voelbaar. Ook nu was er veel schade en raakten mensen gewond. De schokken in Umbrië staan niet op zichzelf. Doordat het Afrikaanse continent naar het noorden beweegt raakt de Middellandse Zee ingeklemd en hebben de omringende landen te maken met bevingen, vulkaanuitbarstingen en gebergtevorming. Italië vormt daarbij een complex gebied, met talloze microplaten die ten opzichte van elkaar bewegen. Karakteritiek voor de huidige bevingen is dat ze bestaan uit voorschokken, een hoofdschok en naschokken.

In het opvangkamp voor daklozen in Nocera Umbra, een stad op 500 meter hoogte die midden in het gebied ligt dat door de aardbevingen is getroffen, is de irritatie over de aandacht die de Franciscus-basiliek in Assisi trekt groot. Maar de angst en onzekerheid over de komende winter zijn de enige wanklanken

“Ze zeggen wel eens dat er veel mis is in Italië, nu ook weer met die rare politieke crisis in Rome”, zegt Santucci. “Dan moeten ze eens hier komen kijken. Ze doen alles voor ons. Het lijkt wel een wonder, zo goed als die opvang loopt.”

Pagina 5: 'Iedereen bang voor grote beving'

Het Huis van Santucci staat nog wel overeind, maar hij mag er niet meer in. Hij woont in het oude centrum van de stad, dat hoog uittorent boven het sportveld annex zwembad waar het tentenkamp is ingericht. De huizen steken donker af tegen de regenwolken. Nergens brandt licht, want heel de oude stad is afgesloten. Er zijn teveel scheuren in de huizen, het is te onbetrouwbaar. Voor de poort hangen lange rood-witte linten. Twee agenten houden vanuit een bar, beschut tegen de regen, in de gaten of niemand toch stiekem naar binnen sluipt.

De meeste mensen in het tentenkamp komen uit het centrum. Wie buiten woonde en een stuk grond in de buurt van zijn huis heeft, kon daar een tent krijgen. Veel mensen wilden niet te ver weg van hun huis. Voor de hulpverleners komt dat niet slecht uit, want zoveel open ruimte voor kampen is er niet in dit bergachtige gebied. En wie medicijnen nodig heeft of wil eten, kan de auto pakken en naar een van de kampen rijden. Bij de kookbus staat steeds een rij mensen die met pannen en paraplu eten komen halen en dan weer verdwijnen, de nacht in.

Binnen in de eettent is het een druk geroezemoes. Veel verweerde koppen, eenvoudige mensen die hier hun hele leven hebben gewoond en de aardbeving hebben ervaren als natuurgeweld waar niets tegen opgewassen is. “Ze hebben ons voortreffelijk behandeld”, vertelt Delio Micheli, 84 jaar. “We krijgen koffie, thee, sinas, wat we maar willen, zoveel als we willen. Er zijn warme douches, en zelfs de aluminium toiletten zijn schoon.”

Micheli vertelt onbevangen dat hij zijn huis kwijt is, maar dat hij blij is dat hij leeft. Pericle valt hem bij. “Het was een geluk dat we er bij die eerste schok, in de nacht van 25 september, allemaal uit waren. Toen de volgende ochtend de tweede grote schok kwam, was er nergens meer iemand binnen. Daarom zijn er hier geen doden gevallen. Het was een hel, die tweede schok. Net alsof er een onzichtbaar monster rondging. Het duurde wel vijftien seconden. Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe een huis werd opgetild en weer neergesmeten. Er was alleen maar puin over.”

Als de eettijd voorbij is en de keuken na acht uur dicht gaat, zijn veel mensen al weer vertrokken naar hun tent. Slaapruimte voor zes personen, te scheiden met een doek. De meesten hebben een tv uit hun huis gehaald en doden de tijd met kijken. Elektrische kachels zorgen in elke tent voor wat warmte. “De avonden en nachten zijn het ergste”, had de vrouw van Santucci gezegd. “Ze duren zo lang. En die onzekerheid. We voelen voortdurend kleine schokken en zijn allemaal bang voor een nieuwe grote beving. Het is om gek van te worden.”

Een rondreis de volgende dag door het getroffen gebied bevestigt het beeld van Nocera Umbra. Overal staan de grote blauwe tenten van de Protezione Civile - de bescherming burgerbevolking - en de containers met noodaggregaten en ander materiaal met het opschrift Ministerie van Binnenlandse Zaken. Onder de duizenden vrijwilligers die zich hebben aangemeld, hoor je dialecten uit heel Italië. Uit Lombardije en de Veneto in het noorden, uit Campanië en Puglia in het zuiden. Wagens en mensen van het Rode Kruis, het Blauwe Kruis, de Caritas en andere katholieke of leken-vrijwilligersorganisaties, de brandweer, de financiële politie, het leger, de carabinieri, de politie, het korps boswachterij en de Bescherming Burgerbevolking krioelen door elkaar heen in Umbrië en de Marche. Maar alles lijkt gecoördineerd. In de hoger gelegen gebieden, waar de sneeuw het eerst zal vallen, worden de eerste geprefabriceerde noodwoningen neergezet.

“Het gaat veel beter dan ik had durven hopen, zegt Franco Mitrani. Hij draagt het groene uniform van de boswachters en is ingezet bij het stadje Verchiano, hoog in de bergen. Hij heeft ook meegeholpen bij de aardbeving van 1980 in de buurt van Napels. “Daar was de schade een stuk groter, ook al omdat de huizen slechter waren. Maar we hebben ons lesje daar wel van geleerd. Alles gaat nu sneller, gecoordineerder.”

Het kamp hier bestaat uit caravans die in lange rijen zijn neergezet op het terrein van de manage, het enige gebied dat een beetje vlak was. Ook Verchiano is helemaal afgesloten. Na een uur praten mag ik er even in. Twee brandweermannen lopen mee en geven instructies. Helm op, midden op straat lopen, naar boven kijken want als er weer een schok komt, komt het gevaar van boven. Alle huizen vertonen scheuren en barsten. Muren van veertig centimeter dik zijn helemaal ingestort. Het moet miljoenen guldens kosten om dit allemaal weer op te knappen. In een tuintje lopen wat kippen en een witte kalkoen rond, maar verder is er geen levend wezen te bekennen.

Niemand durft te zeggen wanneer het opknapwerk kan beginnen. De seismologen weten zich geen raad met deze bevingen. Er is veel tegenstrijdige informatie. Een van de deskundigen, de benedictijner monnik Martino Siciliani die het Observatorium Andrea Bina leidt, heeft van het kabinet het verzoek gekregen zijn mond te houden omdat zijn informatie niet overeen stemt met die van het Nationale Instituut voor Geofisica. Sommige deskundigen hadden gezegd dat het ergste voorbij was. Maar de forse aardschok van gistermiddag, die even sterk was als die van 26 september waarmee alles begon, heeft die bewering onderuit gehaald.

“Ik geloof niets van wat ze allemaal zeggen, vertelt een van de mensen in de caravans. Hij herinnert zich de aardbevingen van 1972 in het gebied. “Toen heeft het wel een half jaar geduurd voordat de schokken voorbij waren. Wie zegt ons dat het nu ook niet zo lang duurt?”