Rembrandts 'vermoorde' Danaë is terug

Rembrandts bevallige 'Danaë' was nog nauwelijks te herkennen, nadat een Litouwer in 1985 een aanslag had gepleegd op het schilderij. Maar de Communistische Partij beloofde dat 'het volk zijn Rembrandt terug zou krijgen'. Na twaalf jaar hangt het nu eindelijk weer in de Hermitage.

SINT PETERSBURG, 15 OKT. Kort sluik haar heeft hij, de meest ervaren restaurator van de Hermitage. Jevgeni Gerassimov heeft twaalf jaar doorgebracht met één schilderij: de met zwavelzuur verminkte Danaë van Rembrandt. Ten teken van rouw, en als bron van Samsonachtige kracht, had hij één lok haar twaalf jaar lang laten groeien. Het staartje reikte op het laatst tot op zijn billen.

Pas nu Gerassimov samen met het gerestaureerde doek naar buiten treedt, heeft hij die lok afgeknipt. Zijn werk, het redden van de mooiste Rembrandt van de Hermitage, zit er op. “In de veertig jaar dat ik hier werk heeft het museum nooit voor zo'n zware opgave gestaan.” Een schier onmogelijke opgave, want de schade aan het uit 1636 stammende doek leek onherstelbaar.

Het pronkstuk van de onwaarschijnlijk grote kunstverzameling van de Russische tsaren, dat oorlogen en revoluties had overleefd, werd na de aanslag op 15 juni 1985 voorgoed verloren gewaand. De Litouwer Bronius Maigis, die met zijn daad de aandacht wilde vestigen op de Sovjet-onderdrukking van het Litouwse volk, ging op die dag de Grieks-mythologische prinses met een mes en een fles geconcentreerd zwavelzuur te lijf.

Het vernis en de olieverf veranderden in een bruisend goedje dat in bruine klodders op de vloer van zaal 254 droop. Nadat de dader was overmeesterd werden alle restauratoren, de museumdirecteur, een chemicus en leiders van communistische partij in allerijl opgetrommeld. 'De Danaë is vermoord!'

Om het bijtende zuur weg te spoelen werd besloten het schilderij met water te besproeien. Maar hoe? Er zijn foto's waarop een restaurator - met in zijn hand een kopje water - gerichte straaltjes water uit zijn mond spuit. Een uur na deze douche was het oppervlak ingesmeerd met een mengsel van vislijm en honing - een beproefd Russisch recept voor het fixeren van de verf.

Toen de chemische reactie was uitgewerkt was de bevallige Danaë nog amper te herkennen. Het zuur had diepe, millimeters brede sporen van verwoesting getrokken; de lak was melkachtig wit geworden en overal zaten korsten opgeloste en weer opgedroogde verf. De museumstaf vreesde voor een total loss, maar de Pravda schreef: 'De schade is slechts oppervlakkig. Een laklaag heeft het meeste zuur opgevangen en geneutraliseerd'. In maart 1986 haalde de krant Izvestija, de toenmalige Hermitage-directeur Boris Piotrovski aan: 'het doek keert binnenkort in volle glorie in het museum terug'.

Omdat de partijorganen nu eenmaal hadden aangekondigd dat 'het volk zijn Rembrandt zou terugkrijgen', verscheen er in het museum een haastig nageschilderde replica. Pas in 1992 op een congres in Stockholm onthulde Tatjana Alesjina, die eind jaren tachtig leiding gaf aan het restauratie-atelier, hoe slecht het werkelijk met de Danaë was gesteld. Restaurator Gerassimov zegt nu dat die Sovjet-propaganda “het werk er bepaald niet makkelijker op heeft gemaakt”. Vanuit de partij is grote druk uitgeoefend om het échte doek in Rembrandtstijl over te schilderen en zo snel mogelijk weer ten toon te stellen.

Die filosofie druiste in tegen de Russische 'restauratie-ethiek', waarbij het behoud van het origineel en het beperken van ingrepen centraal staan. Het adviescollege van deskundigen kwam voor grote dilemma's te staan. “Veel tijd is opgegaan aan vergaderen”, zegt Garassimov. Hoe moeten we nu verder? Wordt het olie of acryl, - dat soort vragen.”

De schriele restaurator en zijn twee collega's wilden hun ervaring graag verrijken met die van hun buitenlandse vakgenoten, maar, zegt Gerassimov bitter: “De Sovjetautoriteiten vonden het een blamage om toe te geven dat we zelf niet genoeg expertise in huis hadden. Dus moesten wij het alleen oplossen”. Pas vanaf 1988 kwam er een uitwisseling op gang. In dat jaar kreeg de Nederlandse kunsthistoricus Ernst van de Wetering (Rembrandt Research Project) de Danaë te zien. De eerste aanblik omschreef hij (in deze krant) als 'schrikaanjagend', maar over een proefrestauratie van 20 bij 20 centimeter was hij bijzonder enthousiast: de behoedzame Russische restauratie-ethiek had gezegevierd.

Omdat er uitsluitend bij daglicht werd gewerkt en de Petersburgse winterdagen erg kort zijn, schoot het werk niet op. Er werden wel belangrijke ontdekkingen gedaan over Rembrandts schildertechniek. Op röntgenfoto's was te zien dat de hand van Danaë die zij wenkend opheft naar Zeus (door Rembrandt voorgesteld als een bundel invallend licht) in een eerdere overgeschilderde versie lager en afwerender is afgebeeld.

Kort na de val van de Sovjet-Unie kreeg de speciale Danaë-werkplaats een donatie van 300.000 dollar van de Coca-Cola Company. Drie jaar geleden maakte Hermitage-directeur Michael Piotrovski bekend dat de Danaë onherstelbare beschadigingen had opgelopen, maar niet verloren was. Het doek zou binnen afzienbare tijd terugkeren aan de wand van de Hermitage.

Afgelopen maandag was het zover. “De vermoorde Danaë is na twaalf jaar weer onder ons” zei de directeur. Het licht op haar heupen is doffer dan voorheen en de sporen van het zuur zijn nog zichtbaar. Er is weinig geretoucheerd en op sommige plaatsen zijn de onderste verflagen boven komen liggen. De Danaë is 'ontzield', is één van de reacties. Maar iedereen lijkt het over één ding eens: dit is de échte Danaë van Rembrandt, en niet een zo goed mogelijke nabootsing.

Restaurator Gerassimov kijkt toe hoe TV-ploegen zich verdringen voor het mooiste plaatje. Hij is zo bleek als een wassen beeld. Zijn tanden zijn verwaarloosd en hij ziet er uitgeput uit met ingevallen wangen en rode ogen. Volgens sommigen komt dat omdat hij twaalf jaar niet buiten is geweest, volgens anderen omdat hij twaalf jaar niet heeft kunnen slapen.