Nederlands ijshockey lonkt naar Duitsland

De voorzitter van Nijmegen wil de beste Nederlandse ijshockeyers in de Duitse competitie laten spelen. De bond en de supporters zien weinig in dit plan om het Nederlandse ijshockey uit het slop te halen.

NIJMEGEN, 15 OKT. Een talentvolle Nederlandse selectie die zich via de Duitse ijshockey-competitie in de kijker speelt. Tom van Apeldoorn, de nieuwe voorzitter van de Nijmeegse Tigers, onderzoekt momenteel de mogelijkheden daartoe. Op die manier wil Van Apeldoorn het Nederlandse ijshockey weer glans geven.

Dat kan het Nederlandse ijshockey wel gebruiken. Afgelopen weekeinde streden landskampioen Nijmegen en bekerwinnaar Tilburg samen met het Deense Esbjerg en het Noorse Trondheim om een plaats in de halve finales van de Continental Cup, het voormalige Europa-Cuptoernooi. Het Nijmeegse Triavium, dat plaats biedt aan 2.000 toeschouwers, liep bij de meeste wedstrijden nog niet halfvol. De Noren toonden zich in drie wedstrijden de sterksten en de Nederlandse ploegen staan internationaal al vroeg in het seizoen met lege handen.

“Het Nederlandse ijhockey heeft een stimulans nodig”, zegt Tigers-voorzitter Van Apeldoorn. “Een Nederlander in de Amerikaanse competitie NHL zou de sport positief in de publiciteit brengen. Net zoals basketballer Rik Smits een ambassadeur is voor zijn sport en zoals Richard Krajicek met zijn winst op Wimbledon de jeugd weer aan het tennissen kreeg.”

Een ijshockeyer kan zich in de Nederlandse competitie nauwelijks internationaal profileren, stelt de voorzitter van Nijmegen. Het niveau van de competitie is te laag en slechts de wedstrijden tegen Heerenveen en Tilburg brengen de spanning met zich mee die bij het ijshockey hoort. “Daarom moeten we verder kijken dan de Nederlandse competitie. Bij de meeste duels van Nijmegen is het niet de vraag of we winnen, maar of we de tien halen. Dat is niet bevordelijk voor de ontwikkeling van jonge spelers.”

In Duitsland ziet Van Apeldoorn de oplossing. Samen met de voorzitters van Tilburg en Heerenveen onderzoekt hij de mogelijkheden om in de Duitse competitie te gaan spelen. “Het liefst zou ik de supertalenten uit de eredivisie halen. Nationaal blijven de clubs bestaan en internationaal straalt Nederland misschien weer wat uit.”

Directeur Henk Hille van de Nederlandse IJshockey Bond (NIJB) geeft de plannen weinig kans van slagen. “Volgens de internationale reglementen mogen clubs alleen in een buitenlandse competitie spelen als de betrokken bonden akkoord gaan.” Eerdere pogingen tot Duits-Nederlandse en Frans-Nederlandse competities zijn mislukt, zegt Hille. “Daar kwam ook weinig publiek op af.”

De voormalig international toont niettemin toch enig begrip voor de gedachte van Van Apeldoorn. “Het is best de moeite waard om eens te kijken wat er in Europa mogelijk is. Het zou best kunnen dat we ooit met een sterk Nederlands team deel gaan nemen in een Europese liga.”

Naast de NIJB heeft Van Apeldoorn nog een tegenstander. Een deel van het Nijmeegse publiek ziet niets in de Duitse competitie. “Nijmegen speelt in de Nederlandse eredivisie al slecht, wat hebben we dan in Duitsland te zoeken”, vraagt supporter Henk van Hesp zich af. De Nijmegenaar komt al 25 jaar bij de Tigers, maar onder de indruk is hij niet van het spel van zijn ploeg. “We moesten zonodig overschakelen op een Europees systeem, maar daar hebben we de spelers niet voor.”

“Aanloopproblemen”, zegt Van Apeldoorn. “Maar om mee te doen op internationaal niveau moet je wel Europees spelen. Ons systeem was gewoon verouderd.” Ook de komst van veel nieuwe spelers is bij de aanhang niet overal goed gevallen. Ronny Theunissen, al jarenlang fan van de Tigers: “De eigen jongens krijgen geen kans meer. Sommigen mogen zich niet eens meer omkleden. We moeten een landelijke competitie krijgen met veertien ploegen. De begrotingen van de topclubs moeten omlaag om zo het niveau gelijk te krijgen. Internationaal wordt het toch nooit wat.”

De harde kern van de Nijmeegse club heeft ook weinig op met de voorzitter. Afgelopen zondag kwamen de supporters en Van Apeldoorn elkaar tegen op de tribunes. De ontmoeting eindigde in een scheldpartij. “Ach, zolang ze niet handtastelijk worden, ben ik niet bang”, zegt Van Apeldoorn. “Supporters hoor je niet als het goed gaat. Maar als het even minder gaat, heeft de voorzitter het gedaan.”

Het verwijt dat hij de club kapot maakt, laat Van Apeldoorn koud. “Ik wil het niveau van het Nederlandse ijshockey omhoog brengen. Wat is er nou mooier dan een Nederlandse ijshockeyer die zich via de Duitse liga in de kijker speelt bij een club uit de NHL?”

Tegen de regels of niet. Van Apeldoorn is vastbesloten door te zetten met zijn plan. Mocht het met een Nederlandse ploeg niet lukken, dan is de voorzitter van plan vlak over de grens een vereniging op te richten in Wesel of Kleef. “Ik schrijf me in bij de Duitse bond en we spelen gewoon hier in Nijmegen.” Ook dat plan heeft volgens NIJB-directeur Hille weinig kans van slagen. “Een Duitse club speelt in Duitsland, een Nederlandse in Nederland. De bonden van beide landen beconcurreren elkaar niet.”