Minister Wijers over de concurrentietoets van Nederland; Laat ons nu een voorbeeld nemen aan Denemarken

De gisteren gepubliceerde concurrentietoets is volgens Hans Wijers (D66) een nuttige vermaning. Nederland is er nog lang niet, al was het alleen maar om de werkloosheid die nog zoveel hoger is dan in de VS. Toch wil hij zich niet volledig op het Angelsaksische model richten. Er moet een manier zijn om volledige werkgelegenheid te bereiken zonder de welvaartsstaat te offeren.

In de monumentale hal van het ministerie van Economische Zaken staat vlakbij de brede stenen trap een beeldje van Pandora (1935) met in haar handen de doos die de mensheid ziekten en verschrikkingen bracht. Zonder Pandora een blik waardig te keuren schiet minister Hans Wijers gehaast naar zijn werkkamer voor een gesprek over de stand van de Nederlandse economie.

De concurrentietoets die gisteren het licht zag laat zien dat de Nederlandse welvaart achterblijft bij die in de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, België en Denemarken. Ondernemingen investeren te weinig in onderzoek, de ontwikkeling van nieuwe producten en de scholing van werknemers. Veel laaggeschoolden zijn al heel lang werkloos, terwijl van de vijftigplussers slechts een derde werkt, wat name met het oog op de vergrijzing ongelukkig is. Vorige week werd bovendien duidelijk, dat Nederland inmiddels na Griekenland de hoogste inflatie heeft in de Europese Unie (EU).

Wijers plukt uit de doos van Pandora echter precies datgene wat er volgens de overlevering nu juist in achterbleef: de hoop. “Het zijn helemaal geen vreselijke dingen, het zijn mogelijkheden die op je afkomen. De opportunities gieren door de kamer.” Het is de taal van de consultant - Wijers oorspronkelijke professie - die het land tegen het licht houdt en een blauwdruk maakt voor nieuwe afzetmarkten: “De concurrentietoets is een kritisch zelfonderzoek, om te kijken wat er op de agenda moet komen om meer welvaart en werkgelegenheid te scheppen.”

Nederland heeft met succes de overheidsfinanciën gesaneerd, de gulden gestabiliseerd en kwalificeert zich moeiteloos voor de Economische en Monetaire Unie (EMU). Dankzij jarenlange loonmatiging zijn de bedrijfswinsten hersteld en honderdduizenden banen gecreëerd. “De groei is de laatste jaren goed geweest, maar we zijn een gemiddelde economie in Europa. Om in de top te komen moet er nog veel worden verbeterd.”

Wijers is daarbij naar eigen zeggen “in toenemende mate gefascineerd door Denemarken”, dat veel overeenkomsten heeft met Nederland. “Toen ik aantrad zei ik: 'Laten we streven naar volledige werkgelegenheid.' Veel mensen zeiden toen dat dit niet kan zonder de verworvenheden van de welvaartsstaat af te breken. Denemarken toont aan dat het wel kan. Het land heeft veel meer mensen aan het werk dan wij en er heeft geen afbraak van de sociale zekerheid plaats gehad.”

Hoe kan de overheid bedrijven bewegen om meer te investeren in onderzoek en productontwikkeling, om het vernieuwingsvermogen van het bedrijfsleven te vergroten?

“Om te beginnen moeten we voldoende concurrentie creëren, want het ontbreken daarvan is met name in het midden- en kleinbedrijf een probleem. Concurrentie, die we bevorderen met de nieuwe wetgeving per 1 januari 1998, is een impuls voor nieuwe producten.”

“Daarnaast hebben we bijvoorbeeld het KIM-project. Een bedrijf dat een half jaar een HBO'er in dienst neemt krijgt een subsidie, waardoor de HBO'er meer kans krijgt op een baan. Zo iemand komt met een opdracht om een nieuw product te ontwikkelen en blijft vaak daarna hangen bij een onderneming. De aanwezigheid van zo iemand betekent vaak al dat de strategie van een bedrijf verandert.”

Wat kan de overheid doen om meer ouderen aan het werk te krijgen?

“In de jaren zeventig en tachtig zijn veel ouderen met allerlei regelingen, zoals de VUT, gestopt met werken. Iedereen is het er nu wel over eens dat dit nu niet meer zo moet. Uit cijfers blijkt dat in het bedrijfsleven heel weinig wordt geïnvesteerd in werknemers die ouder zijn dan 35 jaar. Dat heeft iets te maken met de verhouding tussen de kosten en de productiviteit.”

“Om te beginnen zullen we de mensen lang vitaal moeten houden door naast hun werk ruimte te bieden voor zorgtaken door middel van kinderopvang en ouderschapsverlof. Daarnaast is er meer scholing nodig voor werknemers, vooral om te voorkomen dat de groep die nu tussen de 30 en de 45 jaar zit straks ook weer ophoudt met werken.

“Dan moeten we iets gaan doen aan de kosten. Vroeger was het zo dat een werknemer zijn leven lang in dienst was bij een werkgever. Als hij jong was kreeg hij minder betaald dan zijn arbeidsproductiviteit, als hij ouder was meer - dat hield elkaar in evenwicht. Nu mensen vaker van baan veranderen moeten zij ermee leren leven, dat zij op hun vijftigste niet méér verdienen dan op hun veertigste. De huidige eindloonregeling in de pensioenen maakt dat het voor mensen gunstig is om te eindigen met een zo hoog mogelijk salaris. Vandaar dat het goed zou zijn om over te stappen op een middelloonregeling, zoals het kabinet heeft voorgesteld.”

Is het middelloonsysteem, afgaande op de reacties van bedrijfstakken en pensioenfondsen, niet een beetje uit beeld verdwenen?

“Het is waar dat het enthousiasme niet overal even groot is, maar het kabinet gaat er binnenkort over praten met de pensioensector.”

De gebrekkige arbeidsparticipatie van ouderen is een redelijk nieuw issue, de gigantische werkloosheid onder laaggeschoolden is al veel langer een probleem. Er bestaat brede overeenstemming dat het noodzakelijk is de arbeidskosten aan de 'onderkant' omlaag te brengen om deze groep aan het werk te helpen. Werkgevers krijgen al een subsidie als zij laaggeschoolden in dienst nemen, de zogeheten SPAK. Het adviesbureau McKinsey heeft onlangs ook voorstellen gedaan voor de invoering van 'earned income tax credits', een Amerikaans systeem waarbij mensen met een laag inkomen geld terugkrijgen van de belastingdienst.

Wijers: “Het idee 'earned income tax credits' is heel interessant. Het hangt er wel vanaf op welk niveau je het laat beginnen. McKinsey wil het geloof ik vanaf de minimumuitkering. Ik zou er een voorstander van zijn om te beginnen op minimumloonniveau. Dan heb je namelijk twee instrumenten. We hebben al de SPAK waarmee we de werkgeverskosten drukken. Met tax credits kun je ook iets doen voor de werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zodat het aantrekkelijk wordt om te gaan werken.”

“Je krijgt natuurlijk wel het probleem, dat als mensen meer gaan verdienen ze plotseling wel belasting moeten betalen. Dat kun je ondervangen door over de hele linie de tarieven neerwaarts aan te passen.”

Bij de discussie in het kabinet over het belastingstelsel voor de 21ste eeuw schijnt u zich een voorstander te hebben betoond van een vlaktaks, een stelsel met een voor elke inkomensgroep hetzelfde tarief?

“Ik heb geen behoefte om in te gaan op vertrouwelijke discussies in de Trèveszaal.”

En los van het Trèves-beraad, voelt u voor een vlaktaks?

“Gezien de grote hoeveelheid aftrekposten, die dan komen te vervallen, hoeft zo'n operatie niet eens zulke grote consequenties te hebben voor de belastinginkomsten van de overheid. De vraag of je het kunt introduceren hangt af van de vraag hoever je ambities gaan. Ik denk dat het vanaf een bepaald inkomensniveau zou moeten en dat je ook moet kijken hoeveel je de pensioenen gaat belasten. Dan is het mogelijk om in elk geval voor grote delen van de bevolking een vlaktax in te voeren. De aftrek van de hypotheekrente staat wat mij betreft overigens niet ter discussie.”

De gebrekkige zeggenschap van aandeelhouders en de ondoorzichtigheid van het ondernemingsbestuur zijn volgens de concurrentietoets belangrijke obstakels voor kapitaalverschaffers om te investeren in startende en groeiende ondernemingen. Het kabinet werkt nog aan een reactie op het afgelopen zomer verschenen rapport van de commissie-Peters met veertig aanbevelingen voor de verbetering van de verantwoordingsplicht van ondernemingsbestuur en vergroting van de transparantie. Wijers heeft zich nog niet gemengd in de discussie over 'corporate governance': “Zolang er nog geen kabinetsreactie is, heb ik niet zo'n behoefte om nu al van alles te gaan roepen.”

Uw collega Zalm van Financiën heeft anders al gezegd, dat aandeelhouders onder voorwaarden de bevoegdheid moeten krijgen om commissarissen te benoemen of te ontslaan. Wat vindt u daarvan?

Wijers, anders zeer welbespraakt, zoekt even naar woorden. “Zalm wil die maatregel àls de ondernemingen Peters' aanbevelingen niet overnemen, ja àls... Laat ik het zo zeggen, ik wil zeker niet af van het huidige structuurregime. Het bevat elementen van een langetermijnperspectief, die ik van grote waarde vind. Het is goed dat bestuurders een beetje de ruimte hebben, niet altijd opgejaagd worden door het verlangen van beleggers naar resultaten op de korte termijn. Dat gezegd hebbende vind ik het niet meer dan logisch, dat aandeelhouders de mogelijkheid krijgen om bij wanbeleid bestuurders weg te sturen.”

Volgens Zalm kan een ambtenaar geen commissaris zijn bij een bedrijf op zijn eigen beleidsterrein. Wat vindt u van het overheidscommissariaat van Dessens bij energiebedrijven, tevens directeur-generaal Energie bij EZ?

“Zalm en ik zijn het eens over de positie van de ambtenaar als overheidscommissaris. Het commissariaat van Dessens bij de Gasunie is echter heel wat anders. Gasunie is geen normale vennootschap, maar een bedrijf waarmee grote primaire, nationale belangen zijn gemoeid. Dessens zit daar in het belang van het publiek en het is ondenkbaar dat daar iemand anders zou zitten, iemand die niet thuis is op dit terrein.”

Uit de toets blijkt dat er te weinig grond is voor bedrijfsterreinen. McKinsey rekende onlangs voor dat 1,5 procent extra grond voor woningbouw veel extra groei oplevert. Naar aanleiding daarvan zei Wijers “een goede discussie over het gebruik van grond” te willen.

Waar moet die 'goede discussie' volgens u op uitdraaien?

“Dat is een gevoelig punt in Nederland, waar de ruimtelijke ordening zeer goed is georganiseerd. Je zou inderdaad moeten kijken in hoeverre je vasthoudt aan het concept van de compacte steden en het is goed dat McKinsey de economische prijs daarvan heeft berekend. Van alle grond in Nederland is 70 procent bestemd voor de landbouw, toch een sector die eerder zal afnemen dan groeien. Als je daarvan 1 procentpunt zou gebruiken voor de vestiging van bedrijven, neemt de hoeveelheid bedrijfsterrein toe met 50 procent. Extra grond voor woningbouw lijkt ook heel aantrekkelijk, maar toch zeg ik daar niet zomaar ja tegen. Iedereen een huis met een flinke tuin, dat is mooi natuurlijk. Maar nu is iedereen dankzij de compacte bebouwing ook snel buiten de stad, in de natuur. Dat is ook een afweging.”

De economische groei is in Nederland hoger dan elders in de Europese Unie en dat is prettig als Nederland geld wil overhouden voor kwaliteitsverbeteringen. Vorige week maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat de Nederlandse inflatie is opgelopen tot 2,6 procent. Zowel De Nederlandsche Bank als het Internationale Monetaire Fonds heeft eerder al gewaarschuwd voor een oververhitting van de Nederlandse economie.

Deelt u de zorg van DNB en IMF?

“Wat is oververhitting? Als de bezettingsgraad in de industrie heel hoog is - dat is niet het geval. Als er sprake is van een stevige loonontwikkeling - dat is niet het geval, hooguit in bepaalde segmenten, niet integraal. Van de inflatie is de overheid de belangrijkste veroorzaker, doordat nogal wat tarieven zijn gestegen. Het is belangrijk om dat in de hand te houden. Daarnaast zijn er valuta-ontwikkelingen, ja, dat gebeurt nu eenmaal in een open economie als de onze. DNB heeft een signaal afgegeven met de renteverhoging. Ik zou dat niet niet op de rem trappen willen noemen, eerder een aaien van de rem.”

“Dan zijn er volgens sommigen nog meer signalen van oververhitting: de huizenprijzen zijn gestegen en mensen hebben een tweede hypotheek genomen om te consumeren en aandelen te kopen. De redenering is dat wat mensen die de overwaarde van hun huis hebben belegd op de beurs in de problemen kunnen komen bij een daling van de aandelenkoersen. En nog verder in de problemen als vervolgens de huizenmarkt daalt. Ik geloof niet dat het zo'n vaart loopt, in elk geval niet macro bezien - hooguit slaat zoiets in enkele individuele gevallen neer.”

Maar het CBS heeft toch onlangs berekend dat een flink deel van de economische groei te danken is aan het consumeren van de overwaarde?

“Dat aandeel van de consumptie valt wel mee. Het consumentenvertrouwen is in geen jaren zo groot geweest als nu. Dat heeft wel geleid tot extra bestedingen, maar niet zoveel als de vertrouwensindex suggereert. Er is geen sprake van losbandige consumentenbestedingen.”

Had achteraf bezien niet toch beter het accent kunnen worden gelegd op het terugdringen van het financieringstekort, in plaats van op lastenverlichting?

“Dit kabinet is aangetreden met het motto 'werk, werk en nog eens werk'. En niet met 'tekort, tekort en nog eens tekort'. Het tekort is fors omlaag gegaan, de verwachte 1,75 procent zit verder onder de EMU-norm dan we aan het begin hadden durven hopen. De koopkracht stijgt volgend jaar en met de lastenverlichting kunnen we de banenmotor aan de gang houden. Als ik president van de DNB was geweest, had ik ook de neiging gehad vooral naar het tekort te kijken.”

De verwachting is dat de oplopende inflatie terugkomt in de looneisen voor volgend jaar. Wat vindt u van de inzet van het FNV, die nu tegen de 4 procent zit?

“Het is een goede gewoonte dat bewindslieden zich niet uitlaten over inzetten in het onderhandelingsspel, vooral omdat de sociale partners zich zeer verantwoordelijk opstellen. De klassieke reactie in tijden dat er wat meer te besteden is, is dat werknemers meer loon willen en werkgevers dat betrekkelijk makkelijk weggegeven. Ik hoop dat de winst die we de afgelopen jaren hebben geboekt nu zal worden geïnvesteerd in kwaliteit voor de toekomst. Ik zou het mooi vinden als de CAO-onderhandelingen op de lijn kwamen die de industriebond FNV heeft uitgezet met zijn eis voor investeringscontracten. Als de economische groei inderdaad toegaat naar zaken als scholing, dan kunnen we een kwaliteitsslag maken. Dan kunnen we na jaren van sanering ons richten op meer investeringen in kennis en een vergroting van de arbeidsparticipatie. Als ons dat lukt, dan kunnen echt een sprong maken naar de top en kunnen we zeggen dat we echt bijzonder aan het worden zijn.”